Zomergasten

Op het moment hebben wij even de zorg over een klein nestje grasmussen, drie pluizige bolletjes die knus samen in hun bakje zitten.

Zomergasten

Bij een tikje tegen het bakje gaan de snaveltjes open en willen ze graag gevoerd worden.

De grasmus, anders dan je zou denken, is geen nauwe verwant van de gewone huismus. Ze verblijven een groot deel van het jaar in de Afrikaanse Sahel en komen in de zomer onze kant op. Net als de braamsluiper heeft de grasmus een opvallende witte keel (zijn Engelse naam is Whitethroat), maar wel een iets lichter grijze kopkap. Het grootste verschil met de braamsluiper is de roestoranje kleur van de vleugel.

De rug is ook bruin, met iets meer oranje tint. De poten zijn oranje, en het mannetje heeft een opvallende roze borst en een grijze kopkap. De kuikens zijn heel pluizig, een beetje punk. Deze mooie zullen ook verder mogen opgroeien in De Fügelhelling in Ureterp, onze vogelopvang. Daar kunnen ze met soortgenoten opgroeien en vervolgens uitvliegen.