Vertalingen worden getoondVertalingen worden niet getoond
Control Panel uitschakelen
Over konijnen
Konijnen zijn er in alle soorten en maten: konijnen met rechtopstaande oren of met hangoren, konijnen met langer haar of met kort haar, kleine konijnen (van ruim een kilo), grote konijnen (van wel acht kilo!), gevlekte konijnen en noem maar op. Wist je dat er ongeveer vijftig verschillende konijnenrassen bestaan? Leuk dat jij je verdiept in konijnen.
Konijnen in de opvang
In onze opvang zitten vaak konijnen die in een opwelling gekocht zijn. Zij verdienen een tweede kans. Samen met een vriendje vanuit de opvang of als maatje voor jouw konijn thuis. Kijk hier hoe de opvang van konijnen in zijn werk gaat.
Ga je konijnen aanschaffen of heb je al konijnen, maar heb je daar een vraag over? We informeren je graag over het gedrag van konijnen, geven je verzorgingstips en nog veel meer. Klik op het onderwerp waar je meer over wilt weten.
Hoe leven konijnen?
Kunnen konijnen alleen leven?
Konijnen zijn groepsdieren en voelen zich daarom niet op hun gemak als ze alleen leven. Een konijn alleen voelt zich gewoonweg onveilig en vereenzaamt. Bij de Dierenbescherming vinden we het daarom belangrijk dat konijnen samen geplaatst worden. Heb je al een konijn? Dan vind je bij ons vast een passend maatje. We helpen je graag met koppelen, voor een perfecte match.
Is een konijn een knaagdier?
Wist je dat konijnen geen knaagdieren zijn? Daarover bestaat vaak verwarring. Konijnen zijn familie van de haasachtigen en die hebben net een ander soort gebit dan knaagdieren.
Hoe leven konijnen in de natuur?
Zoals gezegd leven konijnen van nature in groepen. Omdat konijnen prooidieren zijn, bestaat er binnen de groep een zekere hiërarchie. Ieder konijn vervult zijn eigen rol, voor een veilig geheel. Konijnen voelen zich thuis in grasrijke gebieden, duinen of heidelandschappen en zetten hun territorium af met plasjes, keutels en een geurspoor (door met hun kin overal langs te wrijven). Ze graven hun eigen holen en gangenstelsels, maar gaan geregeld naar buiten om voedsel te zoeken, te rennen en te spelen. Konijnen zijn vooral ’s ochtends en ’s avonds actief. Overdag liggen ze te rusten.
Kunnen mannetjes- en vrouwtjeskonijnen samen leven?
Ja zeker, sterker nog, een mannetje (ram of rammelaar) gaat meestal het beste samen met een vrouwtje (voedster). Bij ons Knaagdierencentrum helpen we je met koppelen als je een maatje voor jouw konijn zoekt. Zet een konijn nooit zomaar tussen ‘vreemde’ konijnen. We raden je wel aan om je konijnen (het liefst beide) te laten castreren, voordat je met nog veel meer konijnen zit opgescheept.
Wil je graag twee mannetjes? Twee ongecastreerde mannetjes kunnen het vaak niet meer met elkaar vinden als ze ouder worden. Dat kan tot vervelende gevechten leiden. Zat je aan twee vrouwtjes te denken? Twee gecastreerde vrouwtjes gaan vaak goed samen als ze van jongs af aan bij elkaar zijn.
Leven konijnen binnen of buiten?
Konijnen leven van nature buiten, dus als ze al vanaf de zomer buiten leven, kunnen ze de winter ook goed doorstaan. Je kunt konijnen ook binnen houden. Let wel op dat je konijnen nooit zomaar van buiten naar binnen verplaatst of andersom. Te grote temperatuurverschillen kunnen slecht uitpakken voor jouw konijnen. Of ze nu binnen of buiten leven, zorg altijd dat ze met één of meerdere maatjes leven in een ruim hok waarin ze voldoende bewegingsvrijheid hebben en rechtop kunnen staan. Konijnen willen graag knagen, graven, scheuren en rennen. Zorg daarom hoe dan ook voor een leefomgeving waarin ze lekker actief kunnen zijn
Kunnen konijnen en cavia's bij elkaar?
Sommige mensen zetten konijnen en cavia’s in hetzelfde hok. We raden dit echter af. Konijnen en cavia’s begrijpen elkaar niet. Konijnen kunnen ‘per ongeluk’ met hun grote poten de cavia verwonden. Bovendien hebben beide diersoorten ander soort voer nodig en hebben cavia’s de neiging om aan de vacht van konijnen te knagen. Konijnen kunnen daarnaast de bacterie Bordetella bij zich dragen en dat kan levensgevaarlijk zijn voor een cavia. Geef een konijn dus gewoon een konijnenmaatje.
Over het konijnenhok
Hoe ziet een konijnenhok voor binnen eruit?
Binnenkonijnen hebben een flink hok nodig met een grote ren waarin ze lekker kunnen rennen en springen. Het hok mag niet op de tocht staan. Als jouw konijnen binnen vrij mogen rondlopen, houd er dan rekening mee dat ze aan kabels kunnen knagen of meubilair kunnen beschadigen. Leg kabelgoten aan en bescherm je geliefde meubels. Let er ook op dat ze niet aan giftige planten knagen. Populaire (giftige) kamerplanten zijn bijvoorbeeld de Dieffenbachia, Cyclamen, Dracaena, Aloe vera, de Ficus, Azalea en planten zoals de Narcis en de Amaryllis.
Het is vaak een hele uitdaging om een goeie binnenkooi te vinden die groot genoeg is voor (grote) konijnen. Maak het hok vast aan de ren door het deurtje te verwijderen. Zo kunnen konijnen zelf de ren in lopen. Tip: je kunt hier ook een puppyren voor gebruiken. Leg op de grond een stuk ruw zeil of tapijt (dat ze niet kapot kunnen knagen). Een ren is hoe dan ook belangrijk voor konijnen. In een hok kunnen konijnen niet goed bewegen, waardoor ze sneller dik worden, hun spieren slecht ontwikkelen en geen conditie opbouwen. Konijnen krijgen dan sneller darmproblemen en kunnen onaangenaam gedrag vertonen.
Leg in het binnenhok een laag kranten met stro of hooi. Een laag op basis van maïs, strokorrels of hennep kan ook goed als bodembedekking. Veel mensen gebruiken zaagsel, maar dit kan nogal stoffig zijn en dat is slecht voor je konijnen.
Waar doen konijnen hun behoeften?
Konijnen doen hun behoeften het liefst in een vaste hoek. Je kunt hier rekening mee houden door extra kranten in die hoek te leggen. Nog makkelijker is het plaatsen van een speciale konijnentoiletbak, zoals een hoekbak, teiltje of onderkant van een kattenbak.
Wat hebben konijnen nodig in hun kooi?
Konijnen zijn prooidieren en moeten kunnen schuilen. Zorg ervoor dat dit ook kan, in een schuilhuisje bijvoorbeeld. En natuurlijk kunnen voerbakjes en een waterfles of -bakje niet ontbreken in de kooi. Je maakt konijnen ook blij met speelmateriaal, zoals een konijnenbal waarin je lekkers kunt verstoppen. Konijnen zijn graag actief, zorg ervoor dat ze zich niet gaan vervelen.
Hoe ziet een konijnenhok voor buiten eruit?
Verblijven jouw konijnen buiten? Zorg voor een water- en winddicht nachthok waar de konijnen kunnen schuilen, en een flinke ren om in te spelen en rennen. Houd ook rekening met de windrichting en plaats het konijnenhok zo dat de koude noordenwind niet naar binnen waait. In de zomer is voldoende schaduw belangrijk. De bodem van het binnenhok kun je ook het beste bedekken met een laag kranten met daarop stro of hooi. Zorg in de winter voor extra stro, zodat konijnen zich warm kunnen ingraven.
Let op: konijnen kunnen slecht tegen temperatuurschommelingen. Haal konijnen die gewend zijn buiten te staan in de winter niet zomaar naar binnen. Wil je jouw konijnen buiten houden? Zet ze in de zomer al buiten, gaandeweg ontwikkelen je konijnen een wintervacht waarmee ze de kou prima kunnen weerstaan.
De exacte grootte van het buitenhok hangt af van het aantal konijnen dat je hebt en de grootte van je konijnen. Konijnen die buiten verblijven moeten in het binnenhok ook kunnen lopen en rechtop kunnen staan.
Hoe ziet de ren van een buitenhok eruit?
De ren moet vrij toegankelijk zijn vanaf het binnenhok. Een goede afmeting voor twee ‘gemiddelde’ konijnen is minimaal 2 m2. Groter is natuurlijk altijd beter, want de konijnen moeten een stukje kunnen rennen. Het is belangrijk dat je het gaas aan de zijkanten ministens 50 cm de grond in graaft. Zo ontsnappen je konijnen niet en maak je het vangen van een ‘lekker maaltje’ voor katten, vossen en andere roofdieren niet te makkelijk. Je kunt ook de bovenkant van de ren bedekken met gaas tegen roofvogels.
Hoe vaak maak je het konijnenhok schoon?
Maak het hok tenminste eens in de week helemaal schoon, maar verschoon de toilethoek dagelijks. De toiletbak kun je wekelijks met azijn schoonmaken om de aanslag te verwijderen. Ververs ook dagelijks het drinkwater en vergeet niet wekelijks de drinkfles(sen) en voerbakjes schoon te maken.
Geschikte konijnenverblijven
Wij krijgen vaak de vraag wat nou een geschikt verblijf is voor konijnen. Konijnen hebben ruimte nodig om goed te kunnen rennen, rechtop te kunnen staan en ze moeten kunnen schuilen. Ze moeten 24 uur per dag de mogelijkheid hebben om buiten een hok/schuilplek te kunnen bewegen. Een ren is hier een perfecte oplossing voor of natuurlijk los wanneer de situatie dit toelaat.
Een ideale ren voor gemiddelde maat konijnen heeft een oppervlakte van 4 of 5m2. Als plaatsingsvoorwaarden houden wij aan dat een ren minimaal 2 meter lang moet zijn en 1 meter breed. Hierbij is het natuurlijk wel zo, dat hoe groter de konijnen, hoe groter de ren dient te zijn. Je kunt kiezen voor een overdekte of open ren. Bij een open ren is de ideale hoogte van het hek minimaal 1m, over een lagere ren is de kans veel groter dat konijnen over het hek zullen springen. Een lagere open ren kan eventueel worden afgedekt met een net. Dichte rennen zijn ook te koop, wij vertellen je graag wat hier de opties voor zijn.
Voor konijnen is het prima om de ren op een stenen ondergrond te hebben. Indien de ondergrond van gras of andere zachte bodem is, dan is het belangrijk dat er voor gezorgd wordt dat de konijnen zich geen weg naar buiten kunnen graven. (hier zijn ze heel goed en snel in!) Er kan dan gaas worden ingegraven bijvoorbeeld. Konijnen die binnen wonen kunnen als ondergrond vinyl of zeil hebben. Zorg ervoor dat het niet te glad is in ieder geval.
Op deze pagina zijn een aantal voorbeelden te vinden van geschikte opstellingen voor konijnen om wellicht inspiratie op te doen.
Wat eten konijnen?
Wat eet een konijn?
Konijnen eten voornamelijk hooi, biks en verschillende groenten. Konijnen zijn planteneters. Vezels zijn daarom ontzettend belangrijk, die zitten bijvoorbeeld veel in hooi. Geef je konijn gerust dagelijks onbeperkt vers hooi. Je kunt ook stro geven, maar daar zitten niet zoveel voedingswaarden in.
In groenten en gras zitten ook vezels, maar als ze er nog niet goed aan gewend zijn, kunnen ze er diarree van krijgen. Bouw het eten van gras en groenten daarom eerst op. Overigens kun je konijnen niet alle groenten geven. Kolen kunnen bijvoorbeeld voor gasvorming zorgen en dat is bijzonder onprettig voor je konijnen. Geef ze liever een stukje wortel, wortelloof, andijvie of witlof. Fruit moet je meer als snoepjes zien. Dat kun je af en toe geven, maar er zitten veel suikers in en dat is niet zo gezond voor je konijnen.
Wat betreft brokjes kun je konijnen beter biks geven dan gemengd konijnenvoer. Bij gemengd voer, halen konijnen vooral de lekkere brokjes er tussenuit, die niet per se het gezondst zijn. Biks (vooral met een hoog gehalte aan ruwe vezels) is dan een betere keuze. Maar geef niet te veel! Je wilt niet dat je konijn te dik wordt. 20 gram brokjes per kilo lichaamsgewicht is voldoende. Overigens heeft een buitenkonijn dat meer beweegt meer nodig dan een binnenkonijn dat meer ligt te soezen.
Al met al moet hooi het hoofdvoer zijn. En zorg altijd dat er genoeg vers water aanwezig is!
Wat moet je doen als je konijn niet eet?
Ga direct naar de dierenarts! Konijnen horen gewoon goed te eten. Eten ze niet of nauwelijks? Dan hebben ze misschien pijn, last van stress of gebitsproblemen. Het is belangrijk dat de darmen van konijnen voortdurend ‘aan het werk zijn’. Zodra dit proces stil komt te liggen, kan het fout aflopen met je konijn.
Waar mogen konijnen op knagen?
Konijnen hebben de behoefte om te knagen. Wilgentakken zijn daar ideaal voor. Het is goed voor hun tanden en er zitten extra vezels in. We raden je ten zeerste af om een knaagsteen te gebruiken, want hier zit te veel kalk in, waardoor konijnen last van blaasstenen kunnen krijgen.
Hoeveel eten konijnen?
Geef je konijn dagelijks 20 gram biksbrokjes per kilo lichaamsgewicht. Vers hooi mag je onbeperkt geven. Bouw het geven van vers gras en groenten van jongs af aan op en geef het met mate. En zie fruit als snoep: je mag ze af en toe wel wat geven, maar niet te vaak, want dan krijgen ze teveel suikers binnen.
Mogen konijnen sla?
In principe mogen konijnen gewoon sla eten, maar sommige konijnen zijn hier gevoelig voor. Geef het daarom met mate en samen met ander groenvoer.
Mogen konijnen bleekselderij?
Ja zeker, je konijn mag gewoon bleekselderij eten. Jonge konijnen die nog geen groente gewend zijn, moeten wel eerst even wennen aan bleekselderij.
Mogen konijnen broccoli?
In principe mogen konijnen wel wat broccoli, maar let wel op. Broccoli kan voor gasvorming zorgen en dat is niet prettig voor een konijn. Geef het daarom met mate of voor de zekerheid niet.
Wat mag een konijn niet eten?
Niet alle groenten zijn geschikt voor konijnen. Geef je konijnen geen bieslook, prei, ui, courgette, knoflook, bonen of erwten, rabarber, aardappelen, mais, vaste koolsoorten zoals rode kool, spruitjes en pas gemaaid gras.
Welke kruiden mogen konijnen eten?
Je kunt je konijn ook een groot assortiment aan kruiden geven. Krijgt je konijn medicijnen? Raadpleeg altijd een dierenarts over welke kruiden jouw konijn dan niet mag, want het kan invloed hebben op de werking van medicijnen. Kruiden die je konijn in elk geval wel mag hebben zijn aarbeienblad, basilicum, berkenblad, gedroogde brandnetel, citroenmelisse, dille, dovenetel, duizendblad, gierst, goudsbloem, haver, herderstasje, kamille, korenbloem, komkommerkruid, marjolein, munt, paardenbloemblad, peterselie, onbespoten roos, rozemarijn, salie, tarwe, tijm, valeriaan, viooltje, wilgenblad en zonnebloemblad.
Dracht en schijnzwangerschap
Wanneer zijn konijnen vruchtbaar?
Konijnen kunnen vanaf 12 weken vruchtbaar zijn. Als je een rammelaar of voedster aanschaft, is het daarom slim om ze op tijd te laten castreren, zodat je niet plots met een hele groep konijnen zit opgescheept.
Hoelang is een konijn drachtig?
Voedsters zijn 29 tot 33 dagen drachtig. Konijnen kunnen als ze drachtig of schijnzwanger zijn agressief zijn. Dat is normaal. Let op: direct na het werpen van de jongen is de voedster weer drachtig. Houd daar rekening mee!
Hoeveel jongen krijgt een konijn?
Meestal krijgt een voedster drie tot acht jongen (meer komt ook voor). De jongen worden kaal en blind geboren.
Hoe herken je een drachtig konijn?
Een drachtig konijn heeft de behoefte een nest te maken. Daar gebracht ze o.a. haar eigen haren voor. Verder heeft je konijn meer eetlust en kan ze agressief reageren. Aan de buitenkant van je konijn zie je niet snel dat ze ‘zwanger’ is, want de voedster komt weinig aan tijdens de zwangerschap. Overigens kan je konijn ook schijnzwanger zijn, dan vertoont ze dezelfde symptomen. Je weet waarschijnlijk pas zeker of je konijn zwanger is als je een bezoekje aan de dierenarts brengt.
Is mijn konijn schijnzwanger?
Een voedster die schijnzwanger is, vertoont dezelfde symptomen als een drachtig konijn. Ze wil een nest bouwen (al dan niet met haar eigen borstharen), eet meer en kan humeurig reageren. Om zeker te weten of je konijn wel of niet zwanger is, kun je een dierenarts raadplegen.
Over de vachtverzorging
Moet je konijnen kammen?
Ja. Kortharige konijnen hoef je alleen te kammen in hun ruiperiodes. Kam de vacht dan ongeveer 2 keer per week. Langharige konijnen vragen om wat meer kambeurten. Hun vacht klit snel en dat wil je voorkomen. Let op dat je bij het kammen niet aan de klitten trekt en voorzichtig kamt, de huid van konijnen is namelijk gevoelig.
Hoe vaak verhaart een konijn?
Een gezond konijn heeft twee echte ruiperiodes per jaar; in de zomer en in de winter. Tussendoor kan het konijn af en toe ook wat haar verliezen, maar dat is niet te vergelijken met de echte ruiperioden. Een ongezond konijn (bijvoorbeeld door inteelt of doorfokken) kan het hele jaar veel haar verliezen. Je kunt je konijnen in de ruiperiode een handje helpen door ze af en toe te borstelen. Zolang er geen kale plekken of rode randen en schilfers ontstaan, is er in ieder geval niets aan de hand.
Kunnen konijnen last van haarballen hebben?
Ja, dat kan. Net als katten likken konijnen (vooral tijdens de ruiperiode) hun vacht schoon. Dan kan een konijn behoorlijk wat haar binnenkrijgen. Houd je konijn in de gaten, want hij kan er buikpijn van krijgen. Geef extra vezelrijk voedsel zodat de darmen goed 'in beweging' blijven.
Over de nagels van konijnen
Moet je de nagels van konijnen knippen?
Houd de nagels van je konijn goed in de gaten. Knip ze indien nodig even bij, maar let goed op dat je niet in het ‘levende’ deel van de nagels knipt. Daar lopen de bloedvaten en zenuwen doorheen. Bij konijnen met lichte nagels zie je het verschil wel. Bij donkere nagels is het slecht te zien, laat de dierenarts dan eerst even voordoen hoe je de nagels het beste kunt knippen.
Hoe vaak moet je de nagels van je konijn knippen?
Zit je konijn veel binnen of in het hok en scherpt hij z'n nagels niet aan ruwe stenen of ander hard materiaal waarover hij loopt? Knip dan z'n nagels eens in de twee of drie maanden. Houd de nagels goed in de gaten. Knip niet te vaak, want dat veroorzaakt stress en knip niet te weinig, want dan kan je konijn op den duur niet meer lopen. Loopt je konijn veel buiten rond en kan hij zijn nagels scherpen tijdens het lopen? Dan hoef je ze minder vaak te knippen.
Veelvoorkomende ziekten
Hoe herken je een gezond konijn?
Een gezond konijn is:
actief;
alert;
eet goed;
heeft een schone, nette vacht.
Hoe zie je dat je konijn ziek is?
Symptomen van een ziek konijn zijn:
slecht eten;
futloosheid;
vieze oogjes;
vieze neus;
vieze anus;
jeuk;
een slechte vacht of kale plekken;
kwijlen;
een scheve kop.
Je kunt ook de keutels goed bekijken. Kleine, harde keutels kunnen op een verstopping of te weinig eten wijzen. Te zachte, natte keutels tonen darmklachten aan. Gezonde voeding is uitermate belangrijk voor een konijn. Met de juiste voeding (inclusief voldoende vezels) voorkom je ook olifantentanden (te lange tanden) en vetzucht.
Welke konijnenziekten zijn er?
Er zijn twee gevaarlijke konijnenziekten die zeer besmettelijk zijn. Myxomatose en VHD. Konijnen overleven deze ziekten meestal niet, daarom raden we je aan je konijnen hier jaarlijks tegen in te laten enten. Voedsters kunnen als ze wat ouder worden baarmoederontstekingen of –kanker krijgen. Die kans is een stuk kleiner als ze rond de zes maanden worden gecastreerd. Denk je dat je konijn ziek is? Neem direct contact op met de dierenarts.
Overige verzorgingstips
Kun je konijnen gewoon optillen?
De meeste konijnen houden er niet zo van om opgetild te worden. Veel konijnen vinden het echter wel prettig om geaaid te worden. Als je konijnen toch optilt, pak ze dan voorzichtig op. Konijnen kunnen bijten en flink krabbelen met hun achterpoten, als ze spartelen om weg te komen.
Wat kun je doen als je konijn sproeit?
Sommige konijnen, meestal rammelaars (mannetjes), sproeien urine. Het voordeel is dat ze hun blaas hiermee goed kunnen legen. Dat kan de vorming van blaasgruis voorkomen. Het nadeel is dat ze de boel dan misschien meer ‘bevuilen’. Na de castratie stopt dit sproeien meestal wel.
Houden konijnen van spelen?
Ja zeker! Konijnen zijn dol op spelen. Je kunt ze al gauw blij maken met een balletje, wipwap, bruggetje, hoepel of kleine hindernisbaan. Konijnen houden er ook van om dingen om te gooien. Zet een paar kegels neer, et voilà! Je kunt ook denkspelletjes met je konijn doen. In de dierenwinkel kun je verschillende speeltjes vinden waar je bijvoorbeeld een snoepje in kunt verstoppen. Of google gewoon even, dan vind je allerlei leuke ideeën. Spelen met je konijn is niet alleen leuk, het maakt jullie band ook nog eens sterker!
Waarom knagen konijnen op kabels?
Van nature knagen konijnen om hun tanden te slijpen. Konijnentanden groeien door en mogen niet te lang worden. In de natuur zoeken konijnen een boom of tak op om te knagen. In huizen staan doorgaans weinig bomen, waardoor ze iets anders uitkiezen. Zacht rubber en kabels knagen lekker en daarom kiezen konijnen helaas voor snoeren en kabels. Je hebt speciale kabelslangen die je om je kabels kunt doen om dit probleem tegen te gaan. Leg verder wilgentakken in de kooi, zodat je konijn daaraan kan knagen en zorg dat je konijn genoeg te doen heeft. Sommige konijnen knagen uit verveling.
Konijnen koppelen
Na de eerste koppeling in het Knaaghof gaan de twee gekoppelde konijnen bij jouw thuis verder aan elkaar wennen. Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, hebben we de onderstaande informatie samengesteld. Mochten er desondanks vragen of problemen zijn, dan kan je natuurlijk altijd contact met ons opnemen op telefoonnummer 088-8113400 (maandag t/m zondag tussen 13.00 uur en 16.00 uur, of per mail: knaaghof@dierenbescherming.nl)
Ontmoeting thuis
Konijnen zijn territoriale dieren. Het is daarom belangrijk om twee konijnen op neutraal terrein aan elkaar te laten wennen en de koppeling langzaam op te bouwen, om problemen te voorkomen.
In het begin staan de twee hokken (met 10 cm ertussen) thuis naast elkaar, zodat de konijnen elkaar niet kunnen bijten. De hokken moeten wel in dezelfde ruimte staan, zodat ze elkaar wel kunnen zien en ruiken. Zet een eventuele hoekbak (konijnentoilet) zo ver mogelijk van het andere hok. Eten is een sociale bezigheid voor konijnen en kan dus het best zo dicht mogelijk bij het andere hok gegeven worden. Wissel de dieren elke dag van hok, zodat ze elkaars geur leren kennen en niet bezitterig op het eigen hok worden.
Eén keer per dag koppel je de konijnen in een kleine neutrale ruimte, net zoals we in Het Knaaghof hebben gedaan. Geschikte ruimtes zijn de badkamer, (bij)keuken of een afgezet stukje van de gang. Elke plek waar het eigen konijn nog nooit is geweest is goed, zodat je geen gevecht uitlokt. Koppel dus op neutraal terrein!
Verder mag in de koppelruimte niets staan waar de konijnen onder of achter kunnen zitten. Mocht je ze uit elkaar moeten halen, dan moet je er immers wel bij kunnen. Een pluk hooi op de grond van de koppelruimte kan een goede koppeling bevorderen. Je kan ook koppelen op de tijd dat je ze gewoonlijk eten geeft. Let er dan wel op dat beide konijnen eten van de brokjes.
Rangorde bepalen
Als konijnen gekoppeld zijn, gaan ze onderling de rangorde bepalen. Als dit lukt zijn de konijnen gekoppeld. Het bepalen van de rangorde gaat op verschillende manieren. Het meest duidelijk is het op elkaar rijden. Dit heeft niets te maken met paren, een dominante voedster kan ook op een ram rijden tijdens een koppeling. Als het ene konijn aan het rijden is en de ander staat dat toe, dan hoef je ze niet uit elkaar te halen. Let er op dat het konijn niet verkeerd om, dus op de snuit van de ander, gaat rijden. Als het konijn verkeerd om zit, duw het dan zachtjes naar de zijkant zodat de kop van het andere konijn weer vrij komt.
Naast rijden kunnen konijnen ook elkaar 'vragen' om gewassen te worden. Het dominante konijn legt dan zijn kop plat op de grond, vlak voor de kop van het andere konijn. Hiermee probeert het dominante konijn een wasbeurt af te dwingen. Tijdens het koppelen, is het normaal dat de konijnen achter elkaar aan rennen, op elkaar rijden, etc. Dit hoort allemaal bij de rangordebepaling. Het is wel belangrijk dat geen van beide uitgeput raakt. Haal de twee konijnen daarom regelmatig even uit elkaar zodat ze tot rust kunnen komen. Zet ze hierbij ongeveer twee meter uit elkaar.
Kort bij elkaar
Bij de eerste kennismaking/koppeling is het het beste de konijnen maar kort bij elkaar te laten. Hoe lang dit precies is, hangt af van hun gedrag. Wanneer de konijnen erg druk zijn en er veel gebeurt, is 10 minuten lang genoeg. Gaat het er vrij rustig aan toe, dan kunt u 15-30 minuten koppelen. Laat ze zo mogelijk drie keer per dag bij elkaar, met tussenpozen van 6 tot 8 uur. Lukt dat niet, koppel dan in ieder geval minimaal 1 keer per dag. Blijf er steeds bij om goed in de gaten te houden hoe de koppeling verloopt en om te voorkomen dat er een gevecht ontstaat!
Vechten
Het is belangrijk dat je de konijnen niet laat vechten en dit probeert te voorkomen. Hiervoor moet je de signalen van agressie herkennen en op tijd oppikken. Tijdens de speeddate is daar al wat over verteld. Hier gaan we er ook nog even op in.
Er zijn verschillende soorten gevechten; om rangorde te bepalen of om aan te vallen. Bij het bepalen van rangorde kan het zijn dat beide konijnen dominant willen zijn en zich dus verzetten tegen het rijden van de ander. Ze ‘steigeren’ om het andere konijn van hun rug te krijgen of gaan bijten. Dit kan snel escaleren en in een gevecht uitmonden. Het is belangrijk om de konijnen dan even uit elkaar te halen en tot rust te laten komen. Als het ene konijn aan het rijden is en de ander laat dat toe, dan is er geen reden om in te grijpen.
Het tweede soort gevecht, om aan te vallen, is veel feller en ontstaat ook sneller. Vaak liggen de oren plat naar achteren en staat het staartje helemaal omhoog. Als de konijnen de eerste kennismaking bij Het Knaaghof hebben gehad en je koppelt thuis verder op neutraal terrein, is de kans op dit gevecht minimaal. Ontstaan er toch problemen? Neem dan contact op met Het Knaaghof.
Vooruitgang
Als je ziet dat de konijnen eerst wilden vechten, maar na een poosje onverschillig gaan doen, dan is er vooruitgang geboekt. Als ze eerst onverschillig waren en nu nieuwsgierig naar elkaar doen, dan is er ook vooruitgang geboekt.
Schijnbare onverschilligheid is geen teken van ongeïnteresseerdheid. Op deze manier peilen ze voorzichtig of ze elkaar kunnen vertrouwen. Let ook goed op tekenen van ontspannen zijn. Wassen ze zichzelf? Hoppen ze rond alsof alles normaal is? Dan beschouwen ze het andere konijn niet als een bedreiging. Hoogstwaarschijnlijk zal de afstand tussen hen steeds kleiner worden, totdat ze ineens tegen elkaar aan gaan liggen en elkaar gaan wassen.
Als de konijnen nieuwsgierig naar elkaar zijn zullen ze aan elkaar gaan snuffelen. Misschien zal de één gelikt willen worden door de ander, en zijn kop omlaag doen. Het ene konijn het andere willen berijden. Het rijden op elkaar is, zoals eerder uitgelegd, zeer belangrijk en moet niet helemaal verhinderd worden, omdat het nodig is voor de bepaling van de rangorde. Als de rangorde eenmaal vastgesteld is, zal het rijden verminderen en tenslotte helemaal stoppen. De konijnen zullen dan ook vaker tegen elkaar aan gaan liggen en elkaar om en om wassen.
Niet te snel zonder toezicht
Als de konijnen het goed met elkaar kunnen vinden, mogen ze steeds langer samen zijn en kan de koppelruimte groter worden. Toezicht is nog steeds nodig, want door schrik of opwinding kan een gevecht makkelijk losbarsten.
Laat de konijnen in de grotere ruimte ook samen eten en zet bijvoorbeeld een kartonnen doos neer met wat hooi erin. Gaat dit een paar uur goed? Dan kan je ze af en toe kort alleen laten. Als dit goed gaat kunnen ze steeds langer alleen gelaten worden. Belangrijk is om de eerste tijd wel altijd in de buurt te blijven om een oogje in het zeil te houden. Vaak verloopt het hele proces met twee stappen vooruit en een stap achteruit. Zolang het over het algemeen vooruit gaat, hoef je je geen zorgen te maken.
Wanner dit goed blijft gaan en de konijnen elkaar wassen, vaak tegen elkaar aanliggen en niet meer rijden, kan je ze samen in 1 hok zetten. Hoe snel dit is, ligt aan de karakters van de konijnen. Sommige koppels moeten eerst een week op neutraal terrein gekoppeld worden, andere twee weken en sommige nog langer. Het is belangrijk om het hok waar ze samen in moeten komen, goed schoon te maken voordat je ze erin zet. Geur is voor konijnen ontzettend belangrijk. Maak het hok daarom goed schoon met citronel, of een ander niet-chemisch middel. Zet een ren om het hok heen en laat het hok open staan, zodat ze voldoende bewegingsvrijheid hebben. Blijf er nog minimaal een uur bij om zeker te zijn dat er geen gevecht ontstaat. Als dit toch gebeurt, haal ze dan snel uit elkaar en ga wat langer door met koppelen op neutraal terrein.
Leg voordat je gaat koppelen een handdoek binnen handbereik of trek handschoenen aan. Mochten de konijnen gaan vechten, dan kan je ze snel uit elkaar halen zonder jezelf te bezeren.
Er zit geen schot in...
Natuurlijk gebeurt het weleens dat er geen schot in de koppeling zit. De konijnen vinden elkaars aanwezigheid goed, maar worden niet intiem. Hier zou je eigenlijk een duwtje moeten geven. Er zijn wat trucjes voor om de konijnen intiemer te krijgen, zoals bijvoorbeeld verandering van locatie. Je kunt ze op een andere plek zetten, in een kleinere of grotere ruimte. Verandering van omgeving kan maken dat de konijnen dichter tegen elkaar aankruipen, omdat alles vreemd is. Je kunt ook rustig afwachten. Wanneer twee konijnen het goed met elkaar kunnen vinden en geen ruzie maken, groeien ze gaandeweg steeds meer naar elkaar toe. Het gebeurt vaak dat ze na verloop van tijd altijd elkaars gezelschap opzoeken, elkaar wassen, tegen elkaar slapen etc. Dit kan na een paar weken zijn, maar ook na een jaar. Ze hebben dan hun eigen tempo bepaald en daar is eigenlijk niets verkeerds aan.
Veel keutels
Vooral in het begin zal je veel keutels vinden. Op deze manier markeren wilde konijnen, die in verschillende kolonies (konijnenfamilies) wonen hun gebied. Zo weet de andere kolonie waar de grens ligt die ze niet mogen overschrijden. Dit gedrag wordt bij huis- of tuinkonijnen vaak ten onrechte gezien als een teken van niet zindelijk zijn. Als er een hekje tussen twee konijnen staat moet je niet verbaasd zijn als je hierlangs keutels vindt. Dit markeren gebeurt bij een afscheiding, of door de hele kamer als ze overal elkaars lucht kunnen ruiken. In het begin van het koppelen kunnen de konijnen zich als twee kolonies beschouwen en hun gebied willen markeren. Als de konijnen een stelletje zijn geworden verdwijnt dit gedrag meestal en gaan ze samen van één hoekbak (konijnentoilet) gebruik maken.
Na de eerste koppeling in het Knaaghof gaan de twee gekoppelde konijnen bij jouw thuis verder aan elkaar wennen. Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, hebben we de onderstaande informatie samengesteld. Mochten er desondanks vragen of problemen zijn, dan kan je natuurlijk altijd contact met ons opnemen op telefoonnummer 088-8113400 (maandag t/m zondag tussen 13.00 uur en 16.00 uur, of per mail: knaaghof@dierenbescherming.nl)
Ontmoeting thuis
Konijnen zijn territoriale dieren. Het is daarom belangrijk om twee konijnen op neutraal terrein aan elkaar te laten wennen en de koppeling langzaam op te bouwen, om problemen te voorkomen.
In het begin staan de twee hokken (met 10 cm ertussen) thuis naast elkaar, zodat de konijnen elkaar niet kunnen bijten. De hokken moeten wel in dezelfde ruimte staan, zodat ze elkaar wel kunnen zien en ruiken. Zet een eventuele hoekbak (konijnentoilet) zo ver mogelijk van het andere hok. Eten is een sociale bezigheid voor konijnen en kan dus het best zo dicht mogelijk bij het andere hok gegeven worden. Wissel de dieren elke dag van hok, zodat ze elkaars geur leren kennen en niet bezitterig op het eigen hok worden.
Eén keer per dag koppel je de konijnen in een kleine neutrale ruimte, net zoals we in Het Knaaghof hebben gedaan. Geschikte ruimtes zijn de badkamer, (bij)keuken of een afgezet stukje van de gang. Elke plek waar het eigen konijn nog nooit is geweest is goed, zodat je geen gevecht uitlokt. Koppel dus op neutraal terrein!
Verder mag in de koppelruimte niets staan waar de konijnen onder of achter kunnen zitten. Mocht je ze uit elkaar moeten halen, dan moet je er immers wel bij kunnen. Een pluk hooi op de grond van de koppelruimte kan een goede koppeling bevorderen. Je kan ook koppelen op de tijd dat je ze gewoonlijk eten geeft. Let er dan wel op dat beide konijnen eten van de brokjes.
Rangorde bepalen
Als konijnen gekoppeld zijn, gaan ze onderling de rangorde bepalen. Als dit lukt zijn de konijnen gekoppeld. Het bepalen van de rangorde gaat op verschillende manieren. Het meest duidelijk is het op elkaar rijden. Dit heeft niets te maken met paren, een dominante voedster kan ook op een ram rijden tijdens een koppeling. Als het ene konijn aan het rijden is en de ander staat dat toe, dan hoef je ze niet uit elkaar te halen. Let er op dat het konijn niet verkeerd om, dus op de snuit van de ander, gaat rijden. Als het konijn verkeerd om zit, duw het dan zachtjes naar de zijkant zodat de kop van het andere konijn weer vrij komt.
Naast rijden kunnen konijnen ook elkaar 'vragen' om gewassen te worden. Het dominante konijn legt dan zijn kop plat op de grond, vlak voor de kop van het andere konijn. Hiermee probeert het dominante konijn een wasbeurt af te dwingen. Tijdens het koppelen, is het normaal dat de konijnen achter elkaar aan rennen, op elkaar rijden, etc. Dit hoort allemaal bij de rangordebepaling. Het is wel belangrijk dat geen van beide uitgeput raakt. Haal de twee konijnen daarom regelmatig even uit elkaar zodat ze tot rust kunnen komen. Zet ze hierbij ongeveer twee meter uit elkaar.
Kort bij elkaar
Bij de eerste kennismaking/koppeling is het het beste de konijnen maar kort bij elkaar te laten. Hoe lang dit precies is, hangt af van hun gedrag. Wanneer de konijnen erg druk zijn en er veel gebeurt, is 10 minuten lang genoeg. Gaat het er vrij rustig aan toe, dan kunt u 15-30 minuten koppelen. Laat ze zo mogelijk drie keer per dag bij elkaar, met tussenpozen van 6 tot 8 uur. Lukt dat niet, koppel dan in ieder geval minimaal 1 keer per dag. Blijf er steeds bij om goed in de gaten te houden hoe de koppeling verloopt en om te voorkomen dat er een gevecht ontstaat!
Vechten
Het is belangrijk dat je de konijnen niet laat vechten en dit probeert te voorkomen. Hiervoor moet je de signalen van agressie herkennen en op tijd oppikken. Tijdens de speeddate is daar al wat over verteld. Hier gaan we er ook nog even op in.
Er zijn verschillende soorten gevechten; om rangorde te bepalen of om aan te vallen. Bij het bepalen van rangorde kan het zijn dat beide konijnen dominant willen zijn en zich dus verzetten tegen het rijden van de ander. Ze ‘steigeren’ om het andere konijn van hun rug te krijgen of gaan bijten. Dit kan snel escaleren en in een gevecht uitmonden. Het is belangrijk om de konijnen dan even uit elkaar te halen en tot rust te laten komen. Als het ene konijn aan het rijden is en de ander laat dat toe, dan is er geen reden om in te grijpen.
Het tweede soort gevecht, om aan te vallen, is veel feller en ontstaat ook sneller. Vaak liggen de oren plat naar achteren en staat het staartje helemaal omhoog. Als de konijnen de eerste kennismaking bij Het Knaaghof hebben gehad en je koppelt thuis verder op neutraal terrein, is de kans op dit gevecht minimaal. Ontstaan er toch problemen? Neem dan contact op met Het Knaaghof.
Vooruitgang
Als je ziet dat de konijnen eerst wilden vechten, maar na een poosje onverschillig gaan doen, dan is er vooruitgang geboekt. Als ze eerst onverschillig waren en nu nieuwsgierig naar elkaar doen, dan is er ook vooruitgang geboekt.
Schijnbare onverschilligheid is geen teken van ongeïnteresseerdheid. Op deze manier peilen ze voorzichtig of ze elkaar kunnen vertrouwen. Let ook goed op tekenen van ontspannen zijn. Wassen ze zichzelf? Hoppen ze rond alsof alles normaal is? Dan beschouwen ze het andere konijn niet als een bedreiging. Hoogstwaarschijnlijk zal de afstand tussen hen steeds kleiner worden, totdat ze ineens tegen elkaar aan gaan liggen en elkaar gaan wassen.
Als de konijnen nieuwsgierig naar elkaar zijn zullen ze aan elkaar gaan snuffelen. Misschien zal de één gelikt willen worden door de ander, en zijn kop omlaag doen. Het ene konijn het andere willen berijden. Het rijden op elkaar is, zoals eerder uitgelegd, zeer belangrijk en moet niet helemaal verhinderd worden, omdat het nodig is voor de bepaling van de rangorde. Als de rangorde eenmaal vastgesteld is, zal het rijden verminderen en tenslotte helemaal stoppen. De konijnen zullen dan ook vaker tegen elkaar aan gaan liggen en elkaar om en om wassen.
Niet te snel zonder toezicht
Als de konijnen het goed met elkaar kunnen vinden, mogen ze steeds langer samen zijn en kan de koppelruimte groter worden. Toezicht is nog steeds nodig, want door schrik of opwinding kan een gevecht makkelijk losbarsten.
Laat de konijnen in de grotere ruimte ook samen eten en zet bijvoorbeeld een kartonnen doos neer met wat hooi erin. Gaat dit een paar uur goed? Dan kan je ze af en toe kort alleen laten. Als dit goed gaat kunnen ze steeds langer alleen gelaten worden. Belangrijk is om de eerste tijd wel altijd in de buurt te blijven om een oogje in het zeil te houden. Vaak verloopt het hele proces met twee stappen vooruit en een stap achteruit. Zolang het over het algemeen vooruit gaat, hoef je je geen zorgen te maken.
Wanner dit goed blijft gaan en de konijnen elkaar wassen, vaak tegen elkaar aanliggen en niet meer rijden, kan je ze samen in 1 hok zetten. Hoe snel dit is, ligt aan de karakters van de konijnen. Sommige koppels moeten eerst een week op neutraal terrein gekoppeld worden, andere twee weken en sommige nog langer. Het is belangrijk om het hok waar ze samen in moeten komen, goed schoon te maken voordat je ze erin zet. Geur is voor konijnen ontzettend belangrijk. Maak het hok daarom goed schoon met citronel, of een ander niet-chemisch middel. Zet een ren om het hok heen en laat het hok open staan, zodat ze voldoende bewegingsvrijheid hebben. Blijf er nog minimaal een uur bij om zeker te zijn dat er geen gevecht ontstaat. Als dit toch gebeurt, haal ze dan snel uit elkaar en ga wat langer door met koppelen op neutraal terrein.
Leg voordat je gaat koppelen een handdoek binnen handbereik of trek handschoenen aan. Mochten de konijnen gaan vechten, dan kan je ze snel uit elkaar halen zonder jezelf te bezeren.
Er zit geen schot in...
Natuurlijk gebeurt het weleens dat er geen schot in de koppeling zit. De konijnen vinden elkaars aanwezigheid goed, maar worden niet intiem. Hier zou je eigenlijk een duwtje moeten geven. Er zijn wat trucjes voor om de konijnen intiemer te krijgen, zoals bijvoorbeeld verandering van locatie. Je kunt ze op een andere plek zetten, in een kleinere of grotere ruimte. Verandering van omgeving kan maken dat de konijnen dichter tegen elkaar aankruipen, omdat alles vreemd is. Je kunt ook rustig afwachten. Wanneer twee konijnen het goed met elkaar kunnen vinden en geen ruzie maken, groeien ze gaandeweg steeds meer naar elkaar toe. Het gebeurt vaak dat ze na verloop van tijd altijd elkaars gezelschap opzoeken, elkaar wassen, tegen elkaar slapen etc. Dit kan na een paar weken zijn, maar ook na een jaar. Ze hebben dan hun eigen tempo bepaald en daar is eigenlijk niets verkeerds aan.
Veel keutels
Vooral in het begin zal je veel keutels vinden. Op deze manier markeren wilde konijnen, die in verschillende kolonies (konijnenfamilies) wonen hun gebied. Zo weet de andere kolonie waar de grens ligt die ze niet mogen overschrijden. Dit gedrag wordt bij huis- of tuinkonijnen vaak ten onrechte gezien als een teken van niet zindelijk zijn. Als er een hekje tussen twee konijnen staat moet je niet verbaasd zijn als je hierlangs keutels vindt. Dit markeren gebeurt bij een afscheiding, of door de hele kamer als ze overal elkaars lucht kunnen ruiken. In het begin van het koppelen kunnen de konijnen zich als twee kolonies beschouwen en hun gebied willen markeren. Als de konijnen een stelletje zijn geworden verdwijnt dit gedrag meestal en gaan ze samen van één hoekbak (konijnentoilet) gebruik maken.