Koppelen van konijnen

Na de eerste koppeling in het Knaaghof gaan de twee gekoppelde konijnen bij jouw thuis verder aan elkaar wennen. Om de kans van slagen zo groot mogelijk te maken, hebben we de onderstaande informatie samengesteld. Mochten er desondanks vragen of problemen zijn, dan kan je natuurlijk altijd contact met ons opnemen op telefoonnummer 070-3945523 (dinsdag t/m zondag tussen 13.00 uur en 16.00 uur, of per mail: info@hetknaaghof.nl)

Ontmoeting thuis

Konijnen zijn territoriale dieren. Het is daarom belangrijk om twee konijnen op neutraal terrein aan elkaar te laten wennen en de koppeling langzaam op te bouwen, om problemen te voorkomen.

In het begin staan de twee hokken (met 10 cm ertussen) thuis naast elkaar, zodat de konijnen elkaar niet kunnen bijten. De hokken moeten wel in dezelfde ruimte staan, zodat ze elkaar wel kunnen zien en ruiken. Zet een eventuele hoekbak (konijnentoilet) zo ver mogelijk van het andere hok. Eten is een sociale bezigheid voor konijnen en kan dus het best zo dicht mogelijk bij het andere hok gegeven worden. Wissel de dieren elke dag van hok, zodat ze elkaars geur leren kennen en niet bezitterig op het eigen hok worden.

Eén keer per dag koppel je de konijnen in een kleine neutrale ruimte, net zoals we in Het Knaaghof hebben gedaan. Geschikte ruimtes zijn de badkamer, (bij)keuken of een afgezet stukje van de gang. Elke plek waar het eigen konijn nog nooit is geweest is goed, zodat je geen gevecht uitlokt. Koppel dus op neutraal terrein!

Verder mag in de koppelruimte niets staan waar de konijnen onder of achter kunnen zitten. Mocht je ze uit elkaar moeten halen, dan moet je er immers wel bij kunnen. Een pluk hooi op de grond van de koppelruimte kan een goede koppeling bevorderen. Je kan ook koppelen op de tijd dat je ze gewoonlijk eten geeft. Let er dan wel op dat beide konijnen eten van de brokjes.

Konijnenkoppel

Rangorde bepalen

Als konijnen gekoppeld zijn, gaan ze onderling de rangorde bepalen. Als dit lukt zijn de konijnen gekoppeld. Het bepalen van de rangorde gaat op verschillende manieren. Het meest duidelijk is het op elkaar rijden. Dit heeft niets te maken met paren, een dominante voedster kan ook op een ram rijden tijdens een koppeling. Als het ene konijn aan het rijden is en de ander staat dat toe, dan hoef je ze niet uit elkaar te halen. Let er op dat het konijn niet verkeerd om, dus op de snuit van de ander, gaat rijden. Als het konijn verkeerd om zit, duw het dan zachtjes naar de zijkant zodat de kop van het andere konijn weer vrij komt.

Naast rijden kunnen konijnen ook elkaar 'vragen' om gewassen te worden. Het dominante konijn legt dan zijn kop plat op de grond, vlak voor de kop van het andere konijn. Hiermee probeert het dominante konijn een wasbeurt af te dwingen. Tijdens het koppelen, is het normaal dat de konijnen achter elkaar aan rennen, op elkaar rijden, etc. Dit hoort allemaal bij de rangordebepaling. Het is wel belangrijk dat geen van beide uitgeput raakt. Haal de twee konijnen daarom regelmatig even uit elkaar zodat ze tot rust kunnen komen. Zet ze hierbij ongeveer twee meter uit elkaar.

Kort bij elkaar

Bij de eerste kennismaking/koppeling is het het beste de konijnen maar kort bij elkaar te laten. Hoe lang dit precies is, hangt af van hun gedrag. Wanneer de konijnen erg druk zijn en er veel gebeurt, is 10 minuten lang genoeg. Gaat het er vrij rustig aan toe, dan kunt u 15-30 minuten koppelen. Laat ze zo mogelijk drie keer per dag bij elkaar, met tussenpozen van 6 tot 8 uur. Lukt dat niet, koppel dan in ieder geval minimaal 1 keer per dag. Blijf er steeds bij om goed in de gaten te houden hoe de koppeling verloopt en om te voorkomen dat er een gevecht ontstaat!

Vechten

Het is belangrijk dat je de konijnen niet laat vechten en dit probeert te voorkomen. Hiervoor moet je de signalen van agressie herkennen en op tijd oppikken. Tijdens de speeddate is daar al wat over verteld. Hier gaan we er ook nog even op in.

Er zijn verschillende soorten gevechten; om rangorde te bepalen of om aan te vallen. Bij het bepalen van rangorde kan het zijn dat beide konijnen dominant willen zijn en zich dus verzetten tegen het rijden van de ander. Ze ‘steigeren’ om het andere konijn van hun rug te krijgen of gaan bijten. Dit kan snel escaleren en in een gevecht uitmonden. Het is belangrijk om de konijnen dan even uit elkaar te halen en tot rust te laten komen. Als het ene konijn aan het rijden is en de ander laat dat toe, dan is er geen reden om in te grijpen.

Het tweede soort gevecht, om aan te vallen, is veel feller en ontstaat ook sneller. Vaak liggen de oren plat naar achteren en staat het staartje helemaal omhoog. Als de konijnen de eerste kennismaking bij Het Knaaghof hebben gehad en je koppelt thuis verder op neutraal terrein, is de kans op dit gevecht minimaal. Ontstaan er toch problemen? Neem dan contact op met Het Knaaghof.

Vooruitgang

Als je ziet dat de konijnen eerst wilden vechten, maar na een poosje onverschillig gaan doen, dan is er vooruitgang geboekt. Als ze eerst onverschillig waren en nu nieuwsgierig naar elkaar doen, dan is er ook vooruitgang geboekt.

Schijnbare onverschilligheid is geen teken van ongeïnteresseerdheid. Op deze manier peilen ze voorzichtig of ze elkaar kunnen vertrouwen. Let ook goed op tekenen van ontspannen zijn. Wassen ze zichzelf? Hoppen ze rond alsof alles normaal is? Dan beschouwen ze het andere konijn niet als een bedreiging. Hoogstwaarschijnlijk zal de afstand tussen hen steeds kleiner worden, totdat ze ineens tegen elkaar aan gaan liggen en elkaar gaan wassen.

Als de konijnen nieuwsgierig naar elkaar zijn zullen ze aan elkaar gaan snuffelen. Misschien zal de één gelikt willen worden door de ander, en zijn kop omlaag doen. Het ene konijn het andere willen berijden. Het rijden op elkaar is, zoals eerder uitgelegd, zeer belangrijk en moet niet helemaal verhinderd worden, omdat het nodig is voor de bepaling van de rangorde. Als de rangorde eenmaal vastgesteld is, zal het rijden verminderen en tenslotte helemaal stoppen. De konijnen zullen dan ook vaker tegen elkaar aan gaan liggen en elkaar om en om wassen.


Niet te snel zonder toezicht

Als de konijnen het goed met elkaar kunnen vinden, mogen ze steeds langer samen zijn en kan de koppelruimte groter worden. Toezicht is nog steeds nodig, want door schrik of opwinding kan een gevecht makkelijk losbarsten.

Laat de konijnen in de grotere ruimte ook samen eten en zet bijvoorbeeld een kartonnen doos neer met wat hooi erin. Gaat dit een paar uur goed? Dan kan je ze af en toe kort alleen laten. Als dit goed gaat kunnen ze steeds langer alleen gelaten worden. Belangrijk is om de eerste tijd wel altijd in de buurt te blijven om een oogje in het zeil te houden. Vaak verloopt het hele proces met twee stappen vooruit en een stap achteruit. Zolang het over het algemeen vooruit gaat, hoef je je geen zorgen te maken.

Wanner dit goed blijft gaan en de konijnen elkaar wassen, vaak tegen elkaar aanliggen en niet meer rijden, kan je ze samen in 1 hok zetten. Hoe snel dit is, ligt aan de karakters van de konijnen. Sommige koppels moeten eerst een week op neutraal terrein gekoppeld worden, andere twee weken en sommige nog langer. Het is belangrijk om het hok waar ze samen in moeten komen, goed schoon te maken voordat je ze erin zet. Geur is voor konijnen ontzettend belangrijk. Maak het hok daarom goed schoon met citronel, of een ander niet-chemisch middel. Zet een ren om het hok heen en laat het hok open staan, zodat ze voldoende bewegingsvrijheid hebben. Blijf er nog minimaal een uur bij om zeker te zijn dat er geen gevecht ontstaat. Als dit toch gebeurt, haal ze dan snel uit elkaar en ga wat langer door met koppelen op neutraal terrein.

Leg voordat je gaat koppelen een handdoek binnen handbereik of trek handschoenen aan. Mochten de konijnen gaan vechten, dan kan je ze snel uit elkaar halen zonder jezelf te bezeren.

Er zit geen schot in...

Natuurlijk gebeurt het weleens dat er geen schot in de koppeling zit. De konijnen vinden elkaars aanwezigheid goed, maar worden niet intiem. Hier zou je eigenlijk een duwtje moeten geven. Er zijn wat trucjes voor om de konijnen intiemer te krijgen, zoals bijvoorbeeld verandering van locatie. Je kunt ze op een andere plek zetten, in een kleinere of grotere ruimte. Verandering van omgeving kan maken dat de konijnen dichter tegen elkaar aankruipen, omdat alles vreemd is. Je kunt ook rustig afwachten. Wanneer twee konijnen het goed met elkaar kunnen vinden en geen ruzie maken, groeien ze gaandeweg steeds meer naar elkaar toe. Het gebeurt vaak dat ze na verloop van tijd altijd elkaars gezelschap opzoeken, elkaar wassen, tegen elkaar slapen etc. Dit kan na een paar weken zijn, maar ook na een jaar. Ze hebben dan hun eigen tempo bepaald en daar is eigenlijk niets verkeerds aan.

Veel keutels

Vooral in het begin zal je veel keutels vinden. Op deze manier markeren wilde konijnen, die in verschillende kolonies (konijnenfamilies) wonen hun gebied. Zo weet de andere kolonie waar de grens ligt die ze niet mogen overschrijden. Dit gedrag wordt bij huis- of tuinkonijnen vaak ten onrechte gezien als een teken van niet zindelijk zijn. Als er een hekje tussen twee konijnen staat moet je niet verbaasd zijn als je hierlangs keutels vindt. Dit markeren gebeurt bij een afscheiding, of door de hele kamer als ze overal elkaars lucht kunnen ruiken. In het begin van het koppelen kunnen de konijnen zich als twee kolonies beschouwen en hun gebied willen markeren. Als de konijnen een stelletje zijn geworden verdwijnt dit gedrag meestal en gaan ze samen van één hoekbak (konijnentoilet) gebruik maken.