Visie

Opties bij binnenkomst 

Afhankelijk van de bevindingen uit het onderzoek dat we bij alle nieuwe dieren doen, zijn er globaal gezien drie mogelijke vervolgstappen als een dier bij ons binnenkomt:

  • Het dier kan revalideren en vervolgens uitgezet worden.
  • Het dier kan gegarandeerd niet meer uitgezet worden.
  • Er is twijfel of het dier het zou overleven in het wild. In dit geval zetten we altijd alles op alles om de overlevingskansen van het dier zo groot mogelijk te maken.

Revalidatie en verblijf

Zolang de dieren extra zorg nodig hebben, verblijven ze bij ons in de opvang. We geven hen alle zorg die nodig is om op te knappen, en als dat goed gaat dan kunnen ze heerlijk terug de vrije natuur in.

Alle zorg voor onze dieren is gericht op een veilige, gezonde terugkeer in de natuur. (foto: Nico Kroon ©)

Hygiëneprotocollen

In tegenstelling tot veel andere dierenasiels hebben we bij Wildopvang Krommenie geen quarantaine. We zien namelijk alle dieren die bij ons binnenkomen als potentiële ziektebron, en behandelen ze ook als dusdanig. Een aantal van deze dieren is verkeersslachtoffer, maar een groot gedeelte is ook besmet geraakt met een virus. Zij vormen een bron van ziektekiemen. Zoals o.a. de vogelgriep ons leert, is het ontzettend belangrijk om hier zo voorzichtig mogelijk mee om te gaan. Daarom houden we ons strikt aan onze protocollen om de hygiëne maximaal te waarborgen.

Geen naam voor de dieren

De grootste bindende factor van ons team is zonder enige twijfel de enorme voorliefde voor dieren die we allemaal voor de volle 100% hebben. Hoewel iedereen die bij ons werkt zich dan ook enorm verbonden voelt met onze dieren, hebben we zo min mogelijk contact met ze. Om hier zelf alert op te blijven, geven we bewust geen namen aan de vogels, hazen en egels in onze opvang.

Zo min mogelijk menselijk contact

In het wild zijn deze dieren totaal geen mensen om zich heen gewend. Dit maakt hen dan ook enorm gestresst, vandaar dat we dit zoveel mogelijk vermijden. Daarnaast willen we voorkomen dat ze een afhankelijkheidsrelatie met ons opbouwen. Als een dier mensen associeert met voedsel en eten krijgen, zal hij het in de vrije natuur een stuk moeilijker krijgen dan wanneer hij op zichzelf aangewezen blijft. Dit laatste proberen we zoveel mogelijk na te bootsen in onze opvang.

We proberen de dieren zo zelfraadzaam mogelijk op te vangen. (foto: Nico Kroon ©)

Leven in gevangenschap is geen leven

Werken met dieren die in het wild leven is een totaal andere tak van sport dan wanneer je met huisdieren of boerderijdieren te maken hebt. Een dier is in het wild ter wereld gekomen, heeft altijd zijn eigen boontjes moeten doppen en buiten geldt de wet van survival of the fittest.
Dit betekent niet dat we dier dat minder vitaal is niet willen helpen, integendeel. Het is onze allergrootste drijfveer! Wat het wél betekent, is dat we deze dieren absoluut niet in onze opvang kunnen houden als ze te zwak zijn om buiten te functioneren.

Overlevingskansen

Het is goed om te beseffen dat deze dieren gevangenschap niet gewend zijn, en hier nooit aan kunnen wennen. Ze zijn schuw, voelen zich opgesloten en worden diep ongelukkig als ze ziek en verzwakt in een hokje door moeten brengen. Sterker nog: een dier in gevangenschap wordt om deze reden ook bijna nooit oud. Het moment dat we besluiten om een dier uit zijn lijden te verlossen is ontzettend verdrietig en blijft moeilijk. Hoewel we dit koste wat kost willen voorkomen en daar ook alles aan doen, blijft het belang van het dier altijd voorop staan.