AI als assistent in de dierenkliniek?

Zowel een technisch als moreel vraagstuk

Dierenartsen zijn bereid mee te bewegen in een snel veranderende tijd, precies omdat het welzijn van het dier niet vergeten mag worden. De mogelijkheden van AI worden daarom ook door deze doelgroep bekeken. Toch vraagt de morele kant van kunstmatige intelligentie de nodige aandacht.

Piko Fieggen

Door: Piko FieggenProgrammamanager Verantwoorde Omgang met Gezelschapsdieren

AI als assistent in de dierenkliniek?

Een dierenarts, een paraveterinair zitten met AI in de behandelkamer…

Het lijkt het begin van een slechte grap, maar het is gewoon een donderdagmiddag in 2025. De printer ratelt, de assistente zoekt een dossier, de arts ontgrendelt zijn tablet. Het is een werkdag waarop technologie inmiddels net zo aanwezig is als stethoscopen en otoscopen. Maar achter die alledaagsheid schuilt een kantelpunt. Steeds vaker is er, naast de dierenarts en de paraveterinair, nóg ‘iemand’ die meekijkt en meedenkt in de zorg: een AI-systeem, opgebouwd uit tal van samenwerkende algoritmen die proberen te begrijpen wat er in die spreekkamer gebeurt. En dat eenvoudige gegeven roept een grote vraag op: hoe verandert dit de zorg voor het dier dat straks de spreekkamer binnenkomt?

Afgelopen dinsdagavond mocht ik een bijeenkomst voorzitten over kunstmatige intelligentie in de huisdierenartspraktijk, georganiseerd door de KNMvD (koepelorganisatie van dierenartsen) en de Dierenbescherming. In de zaal zaten nieuwsgierige dierenartsen, mensen die dagelijks met bloed en adem, vacht en bezorgdheid werken, en toch openstaan voor iets dat geen hartslag heeft. De Universiteit van Utrecht was er met hun AI & Animal Welfare Lab, en VetIntelligence presenteerde zich trots als “the world's first seamless integration of an AI digital nurse, voice-to-text capture, and smart AI-powered software.” Het klonk indrukwekkend, modern, bijna geruststellend.

Effect op het dier

Maar onder die glans lag een vraag die als een ongewenste echo steeds terugkaatste: wat betekent dit voor het dier en het baasje zelf? Want waar innovatie verschijnt, verschijnen ook morele schaduwen.

Er is namelijk veel te winnen. Betere beschikbaarheid van zorg, vriendelijkere prijzen, meer preventie; het soort vooruitgang waar dieren in het echt iets van merken. Geen marketingbelofte maar minder pijn, minder ongemak, minder dieren die te laat worden gezien omdat de kosten of de afstand een drempel vormden.

Toch is vooruitgang nooit alleen vooruit. Waar AI belooft sneller te diagnosticeren, rijst meteen de vraag: ziet een algoritme wat een getraind oog ziet wanneer het dier een fractie van aarzeling toont, een ademhaling overslaat, een blik afwendt die geen enkele camera op waarde weet te schatten? We kunnen machines leren wat een tumor is, maar kunnen ze ook leren wat twijfel betekent? Wat verdriet is? Wat ongemak verraadt?

De ethische horizon verschuift mee. Wat gebeurt er als gentherapie (simpel gezegd: het gericht aanpassen van erfelijk materiaal om ziektes te voorkomen of te genezen) ineens een standaardoptie wordt? Als we een hond kunnen ‘repareren’ voordat hij echt ziek is? Zouden we dat moeten willen? Of is dit het moment waarop onze liefde voor dieren verandert in het managen van assets?

De dierenarts heeft de toekomst

Toch was de avond zelf verrassend hoopvol. Dierenartsen bleken nieuwsgierig, bereid om hardop te twijfelen, om kansen te zien zonder blind te worden voor de risico’s. Er werd constructief gekeken naar de nabije toekomst: een toekomst waarin hun rol in 2030 misschien wezenlijk anders is dan nu. Minder papierwerk, minder administratieve rompslomp, meer tijd voor het echte werk: het aanraken, het zien, het luisteren naar dieren. En dat gebeurt nú al. De eerste voordelen zijn tastbaar, concreet en niet langer toekomstmuziek.

Tegelijkertijd is het hoger hangende fruit nog spannend en grotendeels onontgonnen. Niet omdat men het wegduwt, maar juist omdat dierenartsen erkennen dat er grote kansen liggen die zorgvuldig moeten worden onderzocht. Dat is misschien wel het meest hoopvolle inzicht van de avond: een beroepsgroep die bereid is mee te bewegen in een snel veranderende tijd, precies omdat het welzijn van het dier niet vergeten mag worden.

Dus ja, er is veel om over te spreken. Nog veel meer om over na te denken. Maar één ding is zeker: de toekomst van veterinaire zorg is veel meer dan een technisch vraagstuk: het is een moreel vraagstuk. En die moeten wij, omwille van onze geliefde huisdieren, niet uit het oog verliezen.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen