Dieren en mensen leven steeds vaker dicht bij elkaar. Dat levert situaties op waarbij we soms wat extra op de dieren in onze omgeving moeten letten. Of een beetje plaats moeten maken om ze te helpen.
Omgaan met dieren in het wild
Eén van de doelen van de Dierenbescherming is dat Nederland zo is ingericht dat dieren genoeg ruimte en rust hebben voor een natuurlijk leven. Dieren die als plaag worden ervaren worden geweerd, niet gedood. Mensen brengen geen schade toe aan in het wild levende dieren, maar leven in harmonie met hen samen.
Salamanders in de tuin, muizen in huis of roofvogels op het dak; je kunt het allemaal in je eigen woonwijk tegenkomen. Verstedelijking maakt het voor dieren steeds lastiger om een eigen plek te vinden.
Daarom is het extra belangrijk dat jouw balkon of tuin dieren hartelijk verwelkomt. Fijne planten voor de vlinder, een nestkast voor de vogel, een rommelig bladerhoekje voor de egel.
De kleinste aanpassingen zorgen voor de grootste verschillen.
Het aantal vlinders, vogels, insecten, padden en andere wilde dieren in Nederland is de afgelopen jaren drastisch afgenomen. Of je nu een achtertuin hebt ter grootte van een voetbalveld of een klein balkonnetje op vijftien hoog: met een paar simpele tips & trucs kan iedere tuin en ieder balkon omgetoverd worden tot een diervriendelijk paradijsje.
Maai het gras minder vaak en laat blaadjes en fruit liggen. Borders mogen hier en daar best wel rommelig blijven! Zo hebben insecten wat te schuilen of te knabbelen.
Gebruik geen gif in de tuin, maar gifvrije alternatieven.
Was je auto en ramen met biologisch afbreekbare zeep.
Plant inheemse planten. Deze helpen insecten meer dan uitheemse planten. Bovendien zijn deze planten ingesteld op ons klimaat.
Doe 's nachts je lampen uit. Deze verstoren het bioritme van insecten en dieren die ’s nachts actief zijn. Heb je dat licht toch nodig? Maak dan gebruik van speciale lampen die geen verstoring geven.
Egels komen voor in bijna geheel Nederland. Ze wonen zowel in woonwijken als op het platteland. Iedere tuin is geschikt, op voorwaarde dat de egel er in en uit kan. Wil jij jouw tuin aantrekkelijk maken voor egels? Lees onderstaande tips:
Heb jij een tuin en valt het blad van de bomen? Haal niet alles weg, maar verzamel een hoopje in een hoek van je tuin. Kleine takjes, stukjes mos en andere natuurlijke ‘prullaria’ zijn allemaal handig voor egeltjes.
Koop een egelhuisje en plaats dat in een rustig hoekje uit de wind en zorg dat er geen water naar binnen kan lopen.
Voor de winter bouwen egels hun vetreserves op. Omdat veel tuinen en straten tegenwoordig veelal bestaan uit tegels, is het vinden van voer een hele klus. Vivara heeft speciaal egelvoer en egelpaté samengesteld om egels voor de winter bij te voeren. Zo kun je egels helpen de winter te overbruggen.
Maak een opening in je schutting (zogenaamde egelsnelweg) zodat de egel van jouw tuin naar de tuin van de buren kan.
Zet eten neer in de vorm van kattenvoer of kattennatvoer. Zet ook een bakje vers water neer (nooit melk!).
Diervriendelijk leven betekent soms ook even helemaal niets doen. Regelmatig krijgen onze wildopvangcentra dieren binnen die met de beste bedoelingen zijn 'gered', terwijl dat niet nodig was. Daarom is het belangrijk te weten wanneer je wel en niet moet ingrijpen.
Het nummer 144 is ook voor overleg als je twijfelt of je moet helpen, maar met onderstaande tips kan jij al een hoop diervriendelijke keuzes maken.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, graven hazen geen holen onder de grond zoals konijnen dat doen. Als je gaat wandelen en je zo'n klein haasje open en bloot aantreft in het veld, kun je er van uitgaan dat moeder haas vrijwel altijd in de buurt is. Vlak na zonsondergang verzamelt de hele familie zich bij het leger waar de jongen geboren zijn. Dan worden ze gezoogd en gaan daarna weer ieder een kant op. Dit doen ze zodat bij een eventuele aanval, niet het hele nestje wordt geraakt.
Wandel jij ook graag in de natuur? Al helemaal na die donkere winterse periode, kunnen we een fleurig bloeiend natuurgebied wel waarderen. Frisse lentetakken, de geur van bloesem, gepiep uit het nest: de lente transformeert een kaal tafereel tot een waar bloeifeest. Let er wel op dat de natuur ook fungeert als kraamkamer. Dieren krijgen jongen en hebben ruimte nodig om hun kroost veilig en gezond op te laten groeien. Houd daar rekening mee door op de paden te blijven.
In de lente bekommeren vele dieren zich om hun jongen. Denk aan reeën, vossen, hazen en vogels. Deze dieren hebben de ruimte nodig om hun jongen veilig en gezond op te laten groeien. Honden verstoren de rust en vormen een bedreiging. Daarnaast kunnen dieren zoals zwijnen honden aanvallen, omdat zij hun jongen beschermen. Kortom, om verstoring en vervelende situaties te voorkomen, is het beter honden aan de lijn te houden.
Rijd je in het buitengebied? Trap dan je gaspedaal niet als een razende in en rijd kalm. Jonge dieren zijn onervaren en kunnen onverhoeds oversteken. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat wanneer men 60 rijdt i.p.v. 80, wild een grotere kans heeft om een auto te ontwijken en de bestuurder sneller kan ingrijpen.
Zie je in de verte al wild op de weg lopen? Rijd langzamer (als het kan) en zet je alarmlichten aan voor het verkeer achter je, en als waarschuwing voor de dieren. Houd er rekening mee dat deze dieren vaak niet alleen zijn en het dus goed kan zijn dat er meerdere dieren volgen als de eerste is overgestoken.
Dieren in nood?
Hoewel we in principe vinden dat wilde dieren zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten, bieden we (soms met partnerorganisaties) wel hulp als wilde dieren in nood komen. Opvang moet wat ons betreft altijd gericht zijn op herstel en het terugzetten in de natuur. En wanneer lijden uitzichtloos is, moet euthanasie worden toegepast.
Kom je een dier tegen in nood, bel dan het centrale meldnummer 144. Dit nummer is ook voor overleg.
Ieder jaar weer zorgt het voorjaar voor veel verwarring: als je een jong vogeltje hebt gevonden, wanneer bel je dan wel de dierenambulance of vogelopvang? En wanneer niet?
Ieder jaar rond juni en juli krijgt de Dierenbescherming telefoontjes binnen over jonge meeuwen die van het dak zijn gevallen. Meestal hoeft de dierenambulance daar niet voor te komen. De jonkies moeten leren vliegen en springen vaak zelf van het dak af. Ze brengen een aantal dagen, hard schreeuwend, op de grond door, maar worden nog steeds door de ouders gevoerd en beschermd.
Lees de tips over hoe je kan zien of een jonge meeuw hulp nodig heeft.
Ieder najaar en in de winter worden de meldkamers van onze dierenambulances overspoeld door telefoontjes over gevonden egels. In veel gevallen hoeft de dierenambulance daar niet voor te komen. Heb je deze herfst of winter een egel gevonden of weet je niet goed wat je moet doen? Egels kunnen zomaar opduiken in jouw tuin. Hoe weet je dan of het goed gaat met dit dier? Wanneer trek je aan de bel?
We krijgen regelmatig vragen van mensen die last hebben van dieren in en om het huis. Wat als een nest erg in de weg zit? Of als duiven veel overlast veroorzaken?
Soms is het een kwestie van geduld en een beetje plaats maken voor de dieren. Maar soms valt er ook iets aan te doen.
Lees hieronder een aantal tips die misschien kunnen helpen.
Wat kan je doen tegen duiven(overlast)
Stadsduiven zijn met name te vinden in stedelijk gebied. Ze kunnen zich nestelen op een voor mensen onhandige plek, zoals een vensterbank of balkon, kunnen zorgen voor geluidsoverlast en vervuiling. Naast de overlast van stank kunnen de uitwerpselen huizen en gebouwen aantasten. Stadsduiven dragen ziektes en parasieten bij zich die ook op mensen overgedragen kunnen worden, maar de kans hierop is zeer klein.
Omdat stadsduiven van oorsprong gedomesticeerde vogels zijn die hier niet van nature voorkomen, zijn ze niet beschermd en mogen ze in principe zonder vergunning verstoord of gedood worden bij overlast en mogen ook hun nesten of holen worden vernietigd. Voor de inzet van bepaalde middelen, zoals het geweer, kan overigens wél een provinciale ontheffing vereist zijn.
Het doden van duiven helpt echter niet om de overlast tegen te gaan en is niet diervriendelijk. Daarom bepleiten wij een structurele aanpak vanuit de gemeente om mogelijke overlastvraagstukken aan te pakken.
Overlast door stadsduiven kun je tegengaan door de gebieden waar je ze niet wilt hebben onaantrekkelijk te maken en tegelijkertijd gebieden aantrekkelijk te maken waar ze geen problemen veroorzaken, de zogeheten gedooggebieden. Dit kost meestal een eenmalige investering maar heeft een langdurig effect. Het onaantrekkelijk maken kan bijvoorbeeld door de hoeveelheid beschikbaar voedsel te verminderen, zoals etensresten voorkomen en een lokaal voederverbod instellen, en te zorgen dat de dieren zich niet of nauwelijks kunnen nestelen.
Plekken waar de dieren welkom zijn, kunnen aantrekkelijk worden gemaakt door het aanleggen van voerplaatsen en nestgelegenheid. Denk hierbij aan het inzetten van duiventillen en gecontroleerd bijvoeren met eventuele anticonceptie.
Bijen en hommels spelen een onmisbare rol bij de bestuiving van planten en bloemen. De Dierenbescherming is geen voorstander van het doden van bijen en hommels of het verdelgen van hun nesten, omdat ze heel nuttig zijn. Wij zijn van mening dat ieder dier er mag zijn en veilig moet kunnen leven. Bijen en hommels zijn over het algemeen ongevaarlijk en steken alleen wanneer ze bijvoorbeeld klem komen te zitten. Daarnaast gaat het slecht met veel bijensoorten: 151 soorten staan op de Rode Lijst. Je kunt ze dus het beste zoveel mogelijk met rust laten.
Als je een hommel- of bijennest in de buurt hebt, zijn hier een aantal dingen die je kunt doen:
Hommels en bijen zijn over het algemeen niet agressief, tenzij ze worden bedreigd. Daarom kun je het beste het nest gewoon met rust laten.
Als het nest zich op een ongemakkelijke plek bevindt, bijvoorbeeld in je huis of in de buurt van een speelplaats, kan het nodig zijn om het nest te verplaatsen. Het is echter belangrijk om dit alleen te laten doen door een expert. Neem contact op met een imker in de buurt. Een overzicht van imkers vind je hier.
Wist je dat je kunt helpen met onderzoek naar alle bijensoorten die in Nederland voorkomen? Dat kan via de Nationale Bijentelling.
Mocht je er met deze preventieve tips niet uitkomen, schakel dan een professional in. Houdt de overlast aan? Vraag dan hulp aan een gecertificeerde professional. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.
De Dierenbescherming is geen voorstander van het doden van wespen en het verdelgen van wespennesten, omdat ze heel nuttig zijn. Wij zijn van mening dat ieder dier er mag zijn en veilig moet kunnen leven. Wespen voorkomen bijvoorbeeld een teveel aan andere insecten, omdat ze hun larven met die insecten voeden. Ze zijn ook zelf voedsel voor andere diersoorten en er zijn insectensoorten afhankelijk van wespennesten. Daarnaast zijn wespen belangrijke bestuivers waar sommige planten volledig van afhankelijk zijn. Ze hebben een belangrijke taak in het ecosysteem en zijn onmisbaar. Wespen kunnen het moeilijk hebben door landbouwgif, afname van de natuur en klimaatverandering. Om inzichtelijk te maken hoe het gaat met de wespen in Nederland, houdt de Wespenstichting een jaarlijkse wespentelling.
Wespennesten
Het is wel begrijpelijk dat de aanwezigheid van een wespennest voor de nodige overlast kan zorgen, maar er zijn veel diervriendelijke maatregelen te treffen om de overlast tot een minimum te beperken. Of je maatregelen kunt nemen, hangt af van de locatie van het nest. Als het nest zich in de openbare ruimte bevindt, kun je contact opnemen met de gemeente. Is het op eigen terrein, adviseren wij je het volgende te doen:
Win gratis advies in van een wespenconsulent via de Wespenstichting. Kijk hiervoor op de site wespenstichting.nl.
Neem bij voorkeur maatregelen om de overlast te verminderen maar het nest te laten zitten, zoals het plaatsen van horren en het sturen van de vliegroute met bijvoorbeeld een zeil of scherm.
Mocht dit niet mogelijk zijn, zoals bij een nest in huis, onderzoek dan of het nest verplaatst kan worden.
Verwijder het nest of dicht het vlieggat naar de spouwmuur af zodra het nest niet meer in gebruik is. Dit verkleint de kans dat er in de toekomst een nieuw nest op dezelfde plek wordt gemaakt.
Bepaalde wespensoorten komen af op ons eten en drinken. In juni en juli is dit voornamelijk op vlees(waren), in augustus en september is het zoetigheid zoals ijs, frisdrank en fruit.
Wat kun je doen:
Blijf rustig. Wespen steken alleen als ze zich bedreigd voelen, dus ga vooral niet naar ze slaan.
Dek je eten en drinken zoveel mogelijk af.
Gebruik een rietje voor je drinken.
Maak ergens anders in je tuin een plek met zoetigheid waar de wespen wel van mogen eten. Zie tips op de site van de Wespenstichting.
Houdt de overlast aan? Vraag dan hulp aan een gecertificeerde professional. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.
Een mierenpolonaise over het aanrecht of verzakte tuintegels. Deze kleine, sterke insecten zorgen weleens voor overlast. Maar wist je dat mieren heel nuttig zijn voor het ecosysteem? Het zijn opruimers en ze helpen andere insectensoorten in balans te houden. Ook zijn ze voedsel voor vele andere dieren.
In Nederland leven rond de 75 mierensoorten. De meeste van hen leven zeer gestructureerd in kolonies en hebben daar een duidelijke taak. Er zijn een of meerdere koninginnen die samen met de mannetjes zorgen voor de voortplanting, en er zijn werksters. Die verzorgen de nakomelingen, verzamelen het voedsel en onderhouden het nest. Mannetjes worden slechts enkele dagen oud, werksters enkele maanden tot een paar jaar, en de koninginnen kunnen wel tientallen jaren leven. Van de wegmier, de meest voorkomende mierensoort in Nederland, kan de koningin wel twintig jaar worden!
Mieren houden van zoetigheid en dat vinden ze ook in jouw huis in de vorm van etensresten. Heeft een werkster eten gevonden bij jou in huis, dan zal er al snel een stroom mieren op afkomen. Ze maken namelijk een reukspoor naar het nest, waardoor andere werksters het eten ook kunnen vinden.
Tips voor binnen:
Zorg dat je huis schoon is, dan is er geen voedsel en daarmee wis je de geursporen.
Bewaar eten in afgesloten bakjes en zorg ook voor een sluitende vuilnisbak.
Dicht naden en kieren waar mieren door naar binnen kunnen komen.
Tips voor buiten:
Vervang tuintegels door groen. Mieren bouwen hun nest namelijk graag onder tegels omdat die warmte vasthouden. Kunnen ze gelijk niet meer verzakken.
Probeer het mierennest te verplaatsen door er een bloempot met aarde omgekeerd bovenop te zetten. Na ongeveer twee weken is het nest verplaatst naar de pot. Je kunt ook het nest uitgraven en verplaatsen.
Houdt de overlast aan? Vraag dan hulp aan een gecertificeerde professional. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.
La cucaracha! Wie kent dit vrolijke deuntje over kakkerlakken niet? Maar van een kakkerlak in huis word je waarschijnlijk iets minder vrolijk. Hoe kun je een kakkerlakkenplaag diervriendelijk voorkomen?
In Nederland komen zo’n tien kakkerlaksoorten voor waarvan de Duitse kakkerlak de meest voorkomende is. Dit zijn nachtactieve alleseters die zich overdag schuilhouden op warme, vochtige plekken zoals bijvoorbeeld bij de motor van de koelkast en andere holle ruimtes. Ze komen voor in woonhuizen, maar ook in restaurants, bakkerijen, hotels, ziekenhuizen en voedingsmiddelenbedrijven. Woon je in de buurt van zo’n bedrijf of in een flatgebouw, dan is het vaak moeilijk volledig van kakkerlakken af te komen. Het is dan extra belangrijk preventieve maatregelen te nemen.
Tips voor het voorkomen van kakkerlakken:
Controleer binnenkomende goederen. Inspecteer gebruikte kleding, dozen, manden, kisten en reisbagage op kakkerlakken, vooral bij het kopen van tweedehands spullen, na het opslaan van spullen in een opslag of na een vakantie.
Beperk het voedselaanbod. Berg etenswaren op in goed afsluitbare bakken of in de koelkast. Ruim etensresten en keukenafval direct op. Sluit vuilnisbakken goed af.
Voorkom binnenkomen en schuilplaatsen. Dicht kieren, naden en doorvoeropeningen van leidingen en ventilatiesystemen. Vermijd holle ruimtes bij de inrichting van keukens, badkamers en opslagruimtes.
Houdt de overlast aan? Vraag dan hulp aan een gecertificeerde professional. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.
Slakken vervullen een belangrijke rol in het ecosysteem. Zo zijn huisjesslakken goede opruimers die vooral dood materiaal eten, laat ze dus vooral met rust. Naaktslakken eten echter graag een hapje mee uit de moestuin, en kunnen daardoor als last worden ervaren. We begrijpen dat het vervelend is als er een ongenode gast aanschuift, maar er zijn voldoende diervriendelijke manieren om dit te voorkomen. Slakken zijn naast opruimers een voedselbron voor bijvoorbeeld egels. Ze doden of vergiftigen met slakkenkorrels is niet alleen dieronvriendelijk, het verstoort ook de natuurlijke balans van het ecosysteem en kan zorgen voor doorvergiftiging (het vergiftigen van de dieren die slakken eten).
Hoe voorkom je overlast door slakken:
Kies voor inheemse planten in je tuin waar slakken niet van houden. Ze houden over het algemeen niet van sterk ruikende, struik- of houtachtige planten, en planten met wasachtige, harige bladeren.
Trek natuurlijke vijanden aan van slakken, zoals egels, vogels, muizen, mollen en kikkers.
Verwijder de schuilplekken van naaktslakken uit de tuin. Ze verblijven overdag vaak op vochtige donkere plekken, zoals hoopjes takken en bladeren, hout en stenen.
Ga er in het donker op uit en vang ze. Zet ze vervolgens ver van huis uit op een plek waar ze geen overlast veroorzaken.
Mochten er naaktslakken in je huis zitten, zorg dan vooral voor goede ventilatie en een droge kruipruimte. Ze komen namelijk op vocht af. Ook helpt het om kieren en naden te dichten, met bijvoorbeeld fijnmazig insectengaas.
Houdt de overlast aan? Vraag dan hulp aan een gecertificeerde professional. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.
Onze Landelijke Meldkamer wordt regelmatig gebeld over vogelnestjes die ‘in de weg zitten’. Je kat kan niet naar buiten, want er zit een nestje op het balkon. Je wordt iedere ochtend vreselijk vroeg wakker, omdat er een nestje onder de dakpannen bij je slaapkamerraam zit. Of misschien kun je nu de schuurdeur niet openen, omdat meneer en mevrouw Vogel hun nestje ietwat onhandig hebben gebouwd.
Hoe vervelend en lastig het ook kan zijn, alle inheemse vogels, hun nesten en eieren zijn beschermd op grond van de Omgevingswet. Het is verboden om nesten en eieren van inheemse vogelsoorten te beschadigen. Voor de meeste soorten geldt dat je het nest mag verwijderen als de jongen zijn uitgevlogen. Maar voor sommige soorten is het jaarrond verboden om een nest te verwijderen, omdat ze het jaarrond gebruiken, heel honkvast zijn of hetzelfde nest hergebruiken. Enkele voorbeelden van deze soorten zijn de huismus en gierzwaluw. Een compleet overzicht van vogels met jaarrond beschermde nesten per provincie vind je hier.
In een aantal gevallen zit er dus niets anders op dan geduld te hebben en te genieten van de bedrijvigheid en het vrolijke gefluit. Het is prachtig om te zien hoe de jonge vogeltjes gevoed worden en snel groeien. Wil je dat het niet nog een keer gebeurt? Neem dan (indien het geen jaarrond beschermd nest is) preventieve maatregelen, zoals dakgootbescherming of een schoorsteenkap. Het verschilt per vogelsoort wat mogelijk is, dus verdiep je daarom in de soort, het gedrag en de mogelijkheden en win bij voorkeur advies in bij een ecologisch adviesbureau.
In uitzonderlijke gevallen verleent de gemeente ontheffing voor het verwijderen van nesten.
De mol is een nuttig dier en houdt je tuin gezond. Is er een mol in je tuin, dan is dat in feite een groot compliment: het duidt namelijk op vruchtbare aarde.
Mollen zijn insecteneters die voornamelijk onder de grond leven. Ze leveren een belangrijke bijdrage aan het ecosysteem en de bodemvruchtbaarheid, door gangen te graven waardoor water en zuurstof tot diep in de aarde kunnen doordringen. Omdat ze larven eten die graswortels vernietigen, zijn ze (op de molshopen na) ook goed voor het gazon. En dan zijn mollen ook nog eens gek op mieren, termieten, spinnen én slakken. Ook lusten ze wel een babymuisje op zijn tijd. Zo helpen ze je op natuurlijke wijze dieren die voor overlast kunnen zorgen in toom te houden en bemesten ze bovendien je bodem, gratis en voor niets, van binnenuit.
Zo heeft een mol in je tuin meer voor- dan nadelen voor onder andere de kwaliteit van de bodem. Laat mollen daarom met rust en duw molshopen en gangen op plaatsen waar je je eraan stoort plat. Aanhoudende verstoringen weerhouden mollen ervan om op dezelfde plek weer aan de gang te gaan en er zal vanzelf nieuw gras op groeien.
Wist je dat je kunt helpen met onderzoek naar mollen? Dat kan door in februari mee te doen aan de mollentelling van de Zoogdiervereniging.
In Nederland leven grote aantallen zwerfkatten, maar hoeveel het er precies zijn weten we eigenlijk niet. De schattingen lopen uiteen van 135.000 tot 1,2 miljoen. Het is wel duidelijk dat er een zwerfkattenprobleem is. Jaarlijks vangt de Dierenbescherming 4000 kittens op, waarvan een deel er slecht aan toe is. Het zwerfkattenbestaan zorgt niet alleen voor veel leed voor de dieren, maar kan ook overlast voor mensen en de natuur veroorzaken.
De Dierenbescherming zet zich in om het zwerfkattenprobleem op een diervriendelijke manier op te lossen. Hiervoor wordt de methode TNRC (trap, neuter, return, care) ingezet. Hierbij worden katten gevangen, gecastreerd en teruggeplaatst op een locatie waar ze in de gaten gehouden en verzorgd worden. Gevangen kittens worden niet teruggeplaatst maar gesocialiseerd, waarna er een eigenaar voor ze wordt gezocht. Daarnaast blijkteen groot deel van de gevangen volwassen katten gewend te zijn aan mensen, waardoor ook deze na resocialisatie op zoek gaan naar een veilig thuis.
Zwerfkatten zijn uiteindelijk allemaal van oorsprong verdwaalde of gedumpte huiskatten. Om te voorkomen dat er meer zwerfkatten bij komen, is het belangrijk dat huiskatten gechipt en gecastreerd worden. Na jarenlang pleiten voor een chipplicht wordt deze waarschijnlijk in 2027 ingevoerd, maar de Dierenbescherming vindt dat er ook een castratieplicht moet komen.
Als je overlast ervaart van een of meerdere (zwerf)katten, kun je het beste contact opnemen met de dierenambulance. De ambulancemedewerkers kunnen controleren of de kat gechipt is, zodat de kat herenigd kan worden met zijn eigenaar. Als het toch om zwerfkatten gaat, dan wordt gekeken of het om katten gaat die gewend zijn aan mensen of dat ze verwilderd zijn. De sociale katten gaan naar het dierenopvangcentrum om geadopteerd te worden. Voor verwilderde katten kunnen zwerfkattenwerkgroepen kijken of TNRC-acties een passende oplossing zijn.
Ga in ieder geval nooit zomaar vreemde katten voeren. Mogelijk heeft de kat een baasje of heeft hij medische zorg nodig. Daarnaast kan voeren het zwerfkattenprobleem alleen maar verergeren. Neem dus altijd contact op met de dierenambulance via het landelijke meldnummer 144 als je denkt dat een kat geen eigenaar heeft of verdwaald is.
De Dierenbescherming is van mening dat voorkomen beter is dan bestrijden en zeker een stuk diervriendelijker. Vaak is doden of wegvangen namelijk niet nodig. Met een aantal preventieve maatregelen zorg je ervoor dat ze niet binnenkomen
Tips:
Ratten en muizen komen af op voedsel. Zorg dat er geen etensresten rondslingeren en maak goed schoon.
Muizen en ratten knagen makkelijk door plastic of karton. Verpak voedsel daarom in hardplastic of glazen afsluitbare bakjes en bewaar het in afgesloten kasten of lades.
Voorkom dat muizen en ratten binnenkomen (muizen kunnen al door een gat van 0,5 cm het huis in komen!). Dicht gaten en sluit ventilatieroostertjes af met zogenaamde bijenbekjes.
Houd het groen direct aangrenzend aan je huis kort: muizen en ratten vinden het niet prettig als ze door roofdieren kunnen worden gezien.
Mocht preventie niet het gewenste resultaat geven, ga dan niet zelf aan de slag met allerlei (niet-toegestane) middelen, maar maak gebruik van een professioneel, gecertificeerd plaagdiermanagementbedrijf. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.
Ratten en muizen zijn niet alleen maar 'schadelijk', en hebben wel degelijk nut: ze ruimen afval op, zorgen voor de verspreiding van zaden en hebben hun plek in de voedselketen, als voedsel voor roofdieren. Maar ze kunnen inderdaad ook flinke schade aanrichten. Ze knagen niet alleen aan voedsel maar bijvoorbeeld ook aan elektriciteitsdraden, waardoor kortsluiting kan ontstaan. Ook kunnen er door hun graafactiviteiten verzakkingen ontstaan. En met hun uitwerpselen kunnen ze ziekten overbrengen, zoals de Ziekte van Weil en varkenspest.
Vallen, klemmen en dergelijke
De Dierenbescherming is tegen het gebruik van vallen, klemmen, verdrinkingsmethoden, lijm en chemische middelen. Ze betekenen vaak een lange lijdensweg voor de dieren en vormen grote risico's voor mensen (kinderen) en andere (huis)dieren. Het doden van muizen en ratten is dweilen met de kraan open. Voor elke dode rat of muis komen er minstens net zoveel terug, omdat het territoriumdieren zijn die zich extra snel voortplanten als er lege plekken ontstaan.
De laatste jaren komen er veel meldingen binnen over steenmarters. Veel mensen hebben last van steenmarters in hun auto of hun huis. Dit komt omdat dit dier graag vlak bij mensen is. Helaas veroorzaken ze daarbij vaak overlast. Omdat de steenmarter een beschermde diersoort is, mag het dier niet worden gedood, gevangen of verjaagd. Wij, de Dierenbescherming, mogen marters dan ook niet weghalen, vangen of vervoeren. Maar we begrijpen dat mensen soms last kunnen hebben van steenmarters en daarom geven we enkele tips om de overlast zoveel mogelijk te beperken.
Zorg er in huis voor dat alle openingen en kieren dicht zijn. Een gat van vijf centimeter is al genoeg voor een marter om doorheen te kruipen.
Omdat takken als brug gebruikt kunnen worden, kun je deze het beste snoeien, net als klimop en andere begroeiing. Om te verhinderen dat steenmarters in bomen of regenpijpen kunnen om het huis te bereiken, kun je boomkragen rondom de bomen en de regenpijpen vastmaken.
Aangezien de steenmarter zo tegen een ruwe bakstenen muur naar boven kan klimmen, kun je deze het best glad maken d.m.v. een gladde plaat. Schrikdraad en kippengaas aanbrengen is eventueel ook een oplossing.
Probeer de auto in een garage of schuur te parkeren. Als dit niet mogelijk is, parkeer de auto dan af en toe ergens anders of zet hem met de voorwielen in een plas, zodat de steenmarters niet onder de motorkap kruipen.
De auto op kippengaas parkeren werkt vaak ook goed; steenmarters lopen daar niet graag overheen. Ten slotte kan het helpen om het motorblok af te sluiten met raster- of kippengaas. Vermijd in ieder geval loshangende kabels; verstevig deze met kabelhulzen die bij veel garages verkrijgbaar zijn.
Als je last hebt van steenmarters in je tuin, zorg dan dat je kippenhok beschermd is met gaas, zodat ze niet bij de eieren of kuikens kunnen komen.
Ook op fruit zijn steenmarters dol. Pas dus extra goed op als je bessen of appels in je tuin hebt.
Doden van wilde dieren is niet alleen wreed, het is ook nog eens dweilen met de kraan open. De vrijgekomen ruimte binnen de groep dieren wordt al snel opgevuld als de omstandigheden niet aangepast worden. Dat lekkere gras blijft ganzen aantrekken en als er geen goed hek geplaatst wordt, huppelen nieuwe konijnen weer vrolijk rond waar ze niet gewenst zijn. Er zijn steeds meer maatregelen waarvan is aangetoond dat ze wel werken. Lees hier meer over welke aanpak de Dierenbescherming bepleit.
Voor dieren in het wild
In het wild levende dieren in Nederland komen geregeld in de problemen doordat ons land meer en meer is aangepast aan menselijke behoeftes. Wij pleiten voor een diervriendelijkere omgang met deze dieren, en zoeken actief naar diervriendelijke oplossingen.
De wild- en egelopvang zijn een belangrijk onderdeel van de Dierenbescherming. Gewonde en zieke dieren kunnen in een rustige en aangepaste omgeving herstellen, om gezond en wel weer te kunnen terugkeren in de natuur. Zonder jouw hulp kunnen wij deze intensieve zorg niet bieden!