Allemaal beestjes
Er zijn steeds minder dieren in de natuur, en hun wettelijke bescherming wankelt
Bij een bijeenkomst hoorde ik laatst een jonge collega verzuchten dat er vroeger blijkbaar veel meer dieren waren in de natuur om ons heen. Dat hoorde hij wel van ouderen, maar het speet hem dat hij dit nooit zelf had kunnen meemaken en beleven. Om een boomer alert te voorkomen zweeg ik verstandig. Zijn opmerking zette me wel aan het denken. Ik vrees dat hij gelijk heeft. Er wáren vroeger echt meer dieren. Veel meer.

Door: mr. Léon RipmeesterJurist


Verschuivende beleving van natuur
Natuurlijk, dat het helaas slecht gaat met de biodiversiteit [*2] en zeker ook de soortenrijkdom in Nederland [*3], is inmiddels algemeen bekend. Het gaat me hier meer om de eigen beleving. Als er door de tijd heen iets verandert, dan doet dat ook iets met onze waarneming. Die verandert ongemerkt mee. Dat noem je wel 'schuivende panelen' of ‘shifting baseline syndrome’ [*4]. Als je bijvoorbeeld vroeger tijdens een fietstochtje altijd minstens twintig hazen in het veld spotte (“saai...”) en inmiddels hooguit twee (”kijk, nog een haas!”) dan vind je dat laatste inmiddels normaal. Maar dat is het dus eigenlijk niet.
Vroeger veel meer dieren
Ik ben opgegroeid op het West-Brabantse platteland. Plaats dat voor het gemak maar even in de jaren '80. In alle plantsoenen en op alle grasveldjes in het dorp zaten wel konijnen. In bosjes en struiken spotte je zomaar fazanten. Werkend bij de boer stonden de reeën ons aan te staren vanaf de akkerrand. Je zag ook nog regelmatig, gewoon in een woonwijk, een kerngezond egeltje voorbij scharrelen.

Gingen we in die tijd een stukje rijden met de auto, dan moest vader na afloop standaard de voorruit schoonmaken, die zwart zag van de gecrashte insecten. Stond je niet bij stil, was heel normaal. Er waren hoe dan ook veel meer insecten [*5]. Was het eens een keertje zomers heet (in die tijd alles vanaf de 24°C), dan kriebelde je als kind – in allerijl in een opblaaszwembadje gezet met een Calippo – van boven tot onder helemaal van de onweersbeestjes. Tegenwoordig is er meer onweer, maar toch echt met minder bijbehorende beestjes, is mijn indruk.
Ik herinner me tevens oneindige hoeveelheden mieren [*6]. Onstuitbaar marcheerden ze door je huis. Aangetrokken door inmiddels ‘vergeten zoetwaren’ uit die tijd zoals een veeg Pastachoca (béééregoed!), een druppel Tjolk of RAAK, of een gesmolten Rang-appelzuurtje. Voorzien van stukjes Topdrop en Wokkel verlieten ze dan héél tevreden weer je woning. Om later gewoon weer terug te keren.
Meer vlinders ook. Echt heel veel meer vlinders [*7]. Ik kan niet goed uitleggen hoe dat was, maar het was zo. Dat dééd iets met je hele buitenbeleving realiseer ik me nu. Je werd er vrolijk van.
In de bermen: getjirp. In sloten en vijvers: gekwaak, geplons. In bomen en struiken: gefluit, getjilp en geritsel. Het miegelde van de mussen, die daadwerkelijk van het type 'huis(elijk)-' waren. Ze vielen in die tijd dan ook nog niet dood van het dak door de hitte. Waarover gesproken. Ik herinner me in de (koude) winters eindeloze V-formaties ganzen, die luid gakkend overvlogen op weg naar het zonnige zuiden. Vinden ze inmiddels zelf vaak ook wat overbodig.
Let's face reality. Je ging veertig jaar geleden vooral naar de dierentuin om de inheemse fauna eens een dagje te ontlopen [*8].
Nieuwe plannen werken niet mee maar tegen
Oké, dat laatste is misschien een tikkeltje overdreven… Maar mijn punt is denk ik duidelijk. Hoewel ik dierenbeschermer ben, sta ik ook niet altijd stil bij mijn eigen 'verschuivende waarneming'. Nu ik dit naar aanleiding van de gemaakte opmerking wel deed, werd ik er best triestig van.

De collega maakte zijn opmerking ook niet bij het – pak 'm beet – bespreken van het eerstvolgende teamuitje. Hij verzuchtte dit tijdens een bijeenkomst over het nieuwe wettelijke stelsel voor 'jacht en faunabeheer' waaraan momenteel door de overheid gewerkt wordt.
Je zou gezien hoe slecht het gaat met de Nederlandse biodiversiteit verwachten dat die nieuwe regels dan ongetwijfeld zullen insteken op extra behoud en bescherming, verbetering. Maar dat is dus niet zo. Zoals de naam van het project al ietwat verklapt ligt de focus op méér jacht en méér beheer (lees: bestrijden). De resterende inheemse dieren worden blijkbaar maar lastig gevonden. De jagers moeten ook vooral meer soorten kunnen gaan bejagen, lijkt de crux van het verhaal. Terwijl het met de huidige 'wildlijstsoorten' (haas, konijn, wilde eend, fazant en houtduif) stuk voor stuk aantoonbaar slecht gaat [*9]. Allemaal typisch van die ‘heel normale’ dieren waar je vroeger zogezegd buiten nog over struikelde.
Stop met dit gemier, zet in op bescherming
Ik vraag me af of ze bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur bij het uitwerken van de plannen weleens stil staan bij de shifting baselines over wat we zien en ervaren als natuur in Nederland? Zou dat anders eens een overweging waard zijn wellicht?
Politiek scoren en het terugdringen van droge faunaschade-cijfers creëren, vrees ik, de waan van de dag waarin dit soort kleinzerige plannen gemaakt kunnen worden. Een andere verklaring zie ik althans niet.
Als je je realiseert hoe het ooit was en hoe het weer zou moeten zijn, dan zou ik juist steviger natuurwetgeving verwachten. Wetgeving die de bescherming van onze fantastische inheemse fauna serieus versterkt, verbetert en vooropstelt. In plaats van gemier op de vierkante centimeter.
VOETNOTEN
- Naar de vrolijke uitroep in de hit ‘Beestjes’ van Ronnie en de Ronnies uit 1967. Zie: Ronnie & De Ronnies - Beestjes | Op Losse Groeven
- Zie bijvoorbeeld: Onderzoekers: afspraken biodiversiteit volstaan niet, meer actie nodig en Living Planet Report | WWF | Trends biodiversiteit
- Zie: Nederland kampioen biodiversiteitsverlies, 'de natuur staat er dramatisch voor'
- Ik heb in het Nederlands geen goede wetenschappelijke uitleg gevonden over de schuivende panelen, wel voorbeelden. Zie in het Engels: Shifting baseline - Wikipedia En in deze mooie en bij mijn blog passende Nederlandse uitleg wordt de term ‘afglijdgewenning’ voorgesteld: Zeven dingen die je moet weten over het shifting baseline syndrome - De Visdief
- Zie: Meer ruimte voor insecten en Weer minder vlinders, hommels en bijen in Nederland: hoe kan dat?
- Er waren en zijn heel veel mieren. Ik heb niet kunnen nagaan of mijn herinnering op dit punt klopt, dat het er vroeger (nog) méér waren. Wel lijkt het er op dat ook mieren(-habitats) in ons land te lijden kunnen hebben o.a. van (ondoordacht) natuurbeheer. Ook zijn er bedreigde inheemse mierensoorten. Nieuwe exotische, invasieve soorten vormen soms juist een bedreiging.
- Zie: De Vlinderstichting | Home
- Echter, ook daar volop mieren!
- Zie: Rapportage haas en konijn 15 feb 2021 (Zoogdiervereniging) en Beoordeling Staat van Instandhouding jachtsoorten (vogels) | Sovon Vogelonderzoek (Sovon)
