Beauty of the Beasts: hebben knappe dieren een streepje voor?

Uiterlijk beïnvloedt ons oordeel over anderen, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Aantrekkelijke mensen hebben gemiddeld een grotere kans op een baan, worden als competenter beoordeeld en krijgen op school vaker het voordeel van de twijfel. Psychologen kennen dit fenomeen als pretty privilege. Dat klinkt misschien als een typisch menselijk verschijnsel. Toch profiteren ook dieren van (of lijden ze onder) onze voorkeur voor het mooie, het schattige en het herkenbare.

Anne van den Ende

Door: Anne van den EndeStrategisch beleidsadviseur dierenwelzijn

Beauty of the Beasts: hebben knappe dieren een streepje voor?

Waarom we voor sommige dieren vallen

Ons oordeel over dieren komt veel minder bewust tot stand dan we misschien denken. Welke dieren onze sympathie winnen, hangt samen met evolutionaire, cognitieve, culturele en sociale factoren. Hun uiterlijk speelt daarin een belangrijke rol. Een van de verklaringen hiervoor ligt in wat etholoog Konrad Lorenz het baby-schema noemde. Grote ogen en een rond gezicht roepen zorggedrag bij ons op. Daarnaast voelen we gemakkelijker empathie voor dieren die qua uiterlijk of gedrag op ons lijken, zoals mensapen. Soorten met ogen aan de zijkant van de kop, een glibberige huid of een onherkenbare gezichtsuitdrukking hebben die voorsprong niet. Het verklaart misschien wel het droevige lot van de vis. Hoewel we weten dat ook vissen pijn ervaren, blijft hun welzijn opvallend onderbelicht.

Pretty privilege in het dierenrijk

Voorkeuren voor wat wij mooi en schattig vinden leveren sommige dieren concrete voordelen op. Zo worden knappe, snoezige asieldieren sneller geadopteerd dan dieren die minder aantrekkelijk worden bevonden. Ook kunnen charismatische dieren op meer maatschappelijke steun rekenen in situaties van leven of dood. Dat is onder andere zichtbaar bij de bestrijding van invasieve soorten. In Nederland was er bij de aanpak van de wasbeer en de Pallas' eekhoorn veel maatschappelijke weerstand tegen het doden van deze dieren, terwijl de Amerikaanse rivierkreeft of de muskusrat niet op brede publieke steun hoeft te rekenen.

Ook de stokstaartjes in Diergaarde Blijdorp genereerden onlangs veel maatschappelijke betrokkenheid. Het doden van de voor de dierentuin ‘overtollige’ stokstaartjes leidde tot landelijke media-aandacht en Kamervragen. Tegelijkertijd trekt het doden van andere gezonde dieren maar beperkt de aandacht van het publiek. Het levend koken van kreeften – een praktijk die naar verwachting binnenkort wordt verboden, gelukkig – riep lang niet zoveel publieke verontwaardiging op als het stokstaartjesincident. En de circa 1,7 miljoen landbouwhuisdieren die dagelijks in Nederland worden geslacht, halen zelden de voorpagina.

Krekel
Insecten halen zelden een campagne, terwijl ze onmisbaar zijn in het ecosysteem.

Juist omdat onze voorkeuren zo diepgeworteld zijn, kunnen ze ook strategisch worden benut. Natuurorganisaties maken (begrijpelijkerwijs) gebruik van onze bewondering voor bepaalde soorten. Grote, charismatische diersoorten fungeren als flagship species: panda's, tijgers en olifanten trekken donateurs, media-aandacht en jonge fans. Zonder de inzet rondom deze iconische soorten zouden veel natuurprojecten minder financiering krijgen. Toch schuilt daarin een paradox. Biodiversiteit is juist afhankelijk van talloze soorten die zelden een campagne of een poster-boven-het-bed halen: de insecten, bodemorganismen en andere onappetijtelijke maar onmisbare schakels in het ecosysteem.

Zelfs wetenschappers blijken niet immuun voor deze voorkeuren. Uit recent onderzoek blijkt dat kleurrijke en visueel aantrekkelijke vogelsoorten veel vaker worden bestudeerd dan minder opvallende soorten. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: waar veel kennis over beschikbaar is, ontstaat meer publieke belangstelling, meer financiering en meer beleid. Ondertussen blijven minder aansprekende soorten onderbelicht, ondanks hun ecologische belang.

Schoonheid kent een prijs

Onze schoonheidsvoorkeuren beïnvloeden niet alleen welke dieren we beschermen, maar ook welke dieren we fokken. En dat komt het dier niet altijd ten goede. In Zuid-Afrika ontstond begin deze eeuw een enorme markt voor kleurmutanten zoals witte leeuwen, zwarte impala's en gouden gnoes. Hun afwijkende uiterlijk maakte hen interessant voor de trofeejacht, waardoor doelbewust op deze genetische afwijkingen werd gefokt. Toen de markt voor deze kleurvarianten instortte, verloren veel van deze dieren hun economische waarde en werden ze ‘overbodig’. Een vergelijkbaar mechanisme zien we dichter bij huis. Honden met extreem korte snuiten, katten met vouworen, reptielen met bijzondere kleurvarianten en miniatuurhondenrassen worden gefokt omdat we die mooi, schattig of bijzonder vinden. De gezondheidsproblemen die met deze kenmerken gepaard gaan, zijn daarbij veel te vaak op de koop toegenomen.

Wasbeer
Schattige filmpjes wekken de indruk dat een wasbeer geschikt is als huisdier.

Onze fascinatie voor charismatische dieren heeft dus ook een keerzijde. Juist de dieren die wij mooi en bijzonder vinden, lopen een groter risico om te worden doorgefokt, illegaal verhandeld of uitgebuit. Circusvoorstellingen met wilde dieren, die in sommige landen nog altijd zijn toegestaan, zijn daarvan ook een sprekend voorbeeld. Daarnaast wekken filmpjes van charismatische servals, woestijnvossen, otters en wasberen op sociale media de indruk dat deze dieren geschikte huisdieren zijn. Dat vertaalt zich internationaal in meer ‘vraag’ en uiteindelijk ook meer ‘aanbod’, met alle gevolgen voor dierenwelzijn en de natuur van dien.

Door het uiterlijk heen kijken

In veel opzichten hebben knappe dieren inderdaad een streepje voor. Soms zit het privilege niet zozeer op het niveau van het individu, maar op het niveau van de soort. Charismatische dieren trekken aandacht, genereren donaties en mobiliseren mensen. Minder aansprekende dieren blijven vaak letterlijk buiten beeld. Maar schoonheid heeft soms ook een prijs. Ze maakt gewild, maar nog niet per se beter beschermd. Misschien kunnen we ook hier stellen dat schoonheid ons verblindt. Of op zijn minst tot bedenkelijke keuzes verleidt.

Het is daarom belangrijk om te beseffen dat we dieren onvermijdelijk bekijken door een menselijke bril, met al onze voorkeuren, aannames en hersenkronkels. Natuurlijk is er niets mis met het waarderen van schoonheid in dieren. Ik juich het alleen maar toe om ze met een open en nieuwsgierige blik te bewonderen. Maar uiterlijk zou niet moeten bepalen welk dier onze aandacht verdient. Het vermogen van een dier om te lijden en zijn intrinsieke waarde veranderen immers niet met de grootte van de ogen of de kleur van de vacht. Dierenbescherming begint bij het dier.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen