De mopshond als martelaar
Een kortsnuitige tragedie
Soms zit het drama niet in wat je hoort, maar in wat je niet of nauwelijks hóórt. Een zucht, bijvoorbeeld. Of een snurkend hijgje dat klinkt als een koffieapparaat op zijn laatste adem. En toch hoor je het wél. Elke keer als een Engelse Bulldog zichzelf met heroïsche traagheid van de bank laat glijden. Elke keer als een mopshond zich enthousiast richting de deur probeert te kwispelen en halverwege in paniek lucht hapt.

Door: Piko FieggenProgrammamanager Verantwoorde Omgang met Gezelschapsdieren


Lui? Of simpelweg geen andere keuze?

Laten
we het beest eens bij de naam noemen: de Engelse buldog is geen couch potato
met karakter, maar een gevangene van zijn eigen schedel. Elk zuchtje, elk
plofje, elke trage blik die hij je toewerpt is het gevolg van een lichaam dat
tegen zichzelf vecht. Niet uit gemakzucht, maar uit overleving. Want bewegen –
al is het maar een wandelingetje naar de voerbak – is voor deze hond een
strafexpeditie. Elk sprankje energie wordt meteen beboet met benauwdheid. Niet
figuurlijk, maar letterlijk: hij stikt bijna.
Of
neem de mopshond. Wat een aandoenlijk, vriendelijk diertje. Grote ogen die je
recht in je ziel lijken aan te kijken. Maar ook: een tong die nooit helemaal
past in de mond, een gehemelte dat zich als een sluier over de luchtpijp vouwt,
en een neusgat dat meer decoratief is dan functioneel. Deze honden slapen met
open bek, omdat dichtdoen gewoon niet gaat. En tijdens het eten zuigen ze niet
alleen lucht naar binnen, maar ook hun eigen maagzuur omhoog. De schade?
Chronische reflux, hoestbuien, soms kokhalzen van de pijn. We
zouden ze kunnen omschrijven als ‘moeilijke ademhalers’. Maar laten we eerlijk
zijn: het zijn gedrochten. En ja, ik weet dat dat een hard woord is. Maar wie
alleen de liefkozing ziet, sluit zijn ogen voor de onderliggende tragedie. Want
deze honden zijn geen evolutiefout, ze zijn gemaakt.
Hun
schedels zijn letterlijk te klein voor hun hersenen. Het gevolg: druk in de
kop, hoofdpijn, uitpuilende ogen en hersenweefsel dat tegen de achterkant van
de schedel wordt geperst. Soms 'puilen' de hersenen als het ware naar de nek
uit. Klinkt als een horrorverhaal? Is het ook. En toch lopen ze gewoon op
straat. In een tuigje. Met een baasje dat denkt dat die schattige snurkjes er
nu eenmaal bij horen.
De grens is bereikt
Gelukkig
heeft de overheid inmiddels grenzen gesteld. Sinds enkele jaren mogen honden
met een snuit korter dan een bepaald percentage van hun schedellengte niet meer
worden ingezet voor de fok. Die grens is geen ideaal, het is een ondergrens.
Het minimum waar we het met z'n allen over eens zijn: zó kort mag écht niet
meer.
Maar
dat betekent ook iets anders. Namelijk: deze rassen, in hun huidige vorm, hebben geen toekomst meer. Dat is geen straf voor de mens. Dat is bescherming
voor het dier. En toch zijn er nu mensen die een petitie starten om 'de
kortsnuit te behouden'. Je leest het goed: ze willen een symbool van lijden
behouden. Alsof het hier gaat om een erfstuk. Een bronzen beeld. Of een
familierecept.
Wat
dat laat zien? Dat we deze honden zijn gaan zien als objecten. Als knuffels op
pootjes. Maar wie het innerlijk echt belangrijk vindt, zoals zovelen roepen, zou zich realiseren dat het vanbinnen nog veel erger is. Een tong die als een
opgevouwen handdoek in een schoenendoos moet passen. Tanden die over elkaar
groeien in een mond die geen plek biedt. En de ademhaling, de essentie van
leven, is een strijdtoneel van snurkend geknor en zuurstoftekort.
Soms
zeggen mensen: “Ach, ik zie er zelf ook niet perfect uit.” En dat is natuurlijk
waar. Ook ik heb geen reclamegezicht. Maar het verschil is: mijn tong zit niet
opgevouwen in mijn keel. Mijn ogen puilen niet uit. En als ik ga wandelen, voel
ik me niet alsof ik word gewurgd door mijn eigen gezicht.
Tijd voor afscheid
Dus
nee, dit is geen aanval op de hond. De Engelse buldog is lief en de mopshond is
trouw. Ze verdienen respect. Liefde. En bovenal: bescherming tegen de mensen
die vinden dat het er allemaal wel bij hoort. Want
een ras dat structureel lijdt aan zijn eigen uiterlijk? Dat hoort niet in stand
gehouden te worden. Dat moet worden gestopt. Niet uit wrok. Maar uit mededogen.
En verantwoordelijkheid.
Het
tijdperk van de kortsnuiten loopt ten einde. En dat zou niemand moeten
verbazen.
