De pachtparadox: hoe goede bedoelingen dierenwelzijn en natuur in de weg zitten

De wet beschermt de pachter, maar wie beschermt de dieren en de natuur?

Bij de Dierenbescherming zien we regelmatig hoe knellende, verouderde regelgeving vooruitgang op het gebied van dierenwelzijn, milieu en biodiversiteit onbewust in de weg staat. Een complex maar relevant dossier is de Nederlandse pachtwetgeving.

Door: Annebrecht van OvenBeleidsadviseur provincies en gemeenten

De pachtparadox: hoe goede bedoelingen dierenwelzijn en natuur in de weg zitten

De basis: bescherming van de boer

Pacht is in dezen simpel gezegd het huren van (agrarische) grond. In Nederland wordt ongeveer 25% van de totale oppervlakte aan landbouwgrond met een pachtovereenkomst gebruikt, wat neerkomt op 450.000 tot 500.000 hectare.

Na de Tweede Wereldoorlog is de pachtwetgeving zo ingericht dat de pachter extreem goed beschermd wordt. Het idee hierachter is nobel: voedselzekerheid garanderen en voorkomen dat boeren door rijke grondeigenaren willekeurig van hun land werden gezet.

In de praktijk heeft dit echter geleid tot vrijwel niet aan te passen pachtconstructies waarbij de eigenaar weinig tot niets te vertellen heeft over zijn eigen grond. Bij deze zogeheten reguliere pacht geldt een automatische verlenging van het lopende contract, vaak voor periodes van zes of twaalf jaar, en gaat het pachtrecht zelfs over op de volgende generaties. En daar wringt tegenwoordig nu juist de schoen.

Het conflict met natuur en dierenwelzijn

Veel grondeigenaren – waaronder gemeenten, natuurorganisaties, stichtingen en particulieren – willen hun gronden inzetten voor diverse maatschappelijke opgaven. Denk aan het herstellen van de biodiversiteit, het verlagen van de stikstofuitstoot of het eisen van strengere dierenwelzijnsnormen, zoals minder vee per hectare, weidegang of biologische bedrijfsvoering.

En hoewel de simpele gedachte daarbij is dat je als eigenaar zélf bepaalt wat er wel of niet op jouw grond gebeurt, ligt dit in de praktijk heel anders. Omdat de pachter wettelijk strikt beschermd is en het contract automatisch doorloopt, kan de grondeigenaar deze nieuwe, groene eisen niet zomaar eenzijdig opleggen. Doet de pachtende boer niet mee met de verduurzaming, dan staat de grondeigenaar machteloos.*

Alternatieve pacht

Daarom is in de afgelopen decennia gekeken naar andere vormen van pacht. Geliberaliseerde pacht is de meest voor de hand liggende. Deze pachtcontracten worden niet automatisch verlengd en hebben een korte looptijd van maximaal zes, vaak slechts één jaar.

Dit geeft grondeigenaren de kans om bij het aflopen van de contracten eventuele aanpassingen te maken of bij onvrede het contract niet te verlengen.

Met name gemeenten maken steeds vaker gebruik van deze pachtvorm om onder andere doelen ten aanzien van dierenwelzijn en natuur na te streven. Zo zijn er gemeentelijke pachtcontracten waarbij het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in of aangrenzend aan kwetsbare natuurzones niet zijn toegestaan of waarin een verbod op jacht, beheer en schadebestrijding is opgenomen.

Koe in weiland tussen bomen

Geen heilige graal

Toch biedt ook deze vorm van pacht niet altijd een (makkelijke) oplossing. Een voorbeeld die deze moeilijkheid aangeeft is dat geliberaliseerde pacht alleen mogelijk is in geval van nieuwe gronduitgifte of met wederzijdse instemming.

De kortere looptijd van de contracten is niet altijd een zege maar ook een vloek. Niet alleen voor de pachter zelf maar ook omdat het gebrek aan langetermijnszekerheid ervoor zorgt dat duurzame investeringen voor verbetering van natuurkwaliteit en dierenwelzijn juist uitblijven.

Het valt dus ook bij nieuwe gronduitgifte en geliberaliseerde pacht niet mee om strengere dierenwelzijnseisen te stellen en te faciliteren. Toch zijn er in de praktijk wel kansen voor het toepassen van een scoresytematiek. De verpachter kan in sommige gevallen voorrang geven aan een pachter die goed scoort op bepaalde op voorhand vastgelegde criteria. Deze criteria kunnen van invloed zijn op dierenwelzijn.

Daarnaast kan er pachtprijskorting worden toegepast als eventuele compensatie voor eisen die effect hebben op de financiële belangen van de pachter.

De weg vooruit

Maar zelfs met deze beperkte mogelijkheden doet de huidige pachtwetgeving verreweg geen eer aan het eigendomsrecht van overheden, natuurorganisaties, stichtingen en particulieren die hun gronden op diervriendelijke en duurzame wijze willen benutten. Helaas.

De pachtwet is destijds geschreven met de focus op productie en sociale bescherming, wat heeft geleid tot een nadruk op bescherming van het landbouwkundig belang en bescherming van de pachter. Vandaag de dag remt deze wetgeving de transitie naar een dier- en natuurvriendelijke landbouw en grondgebruik.

Willen we écht stappen zetten voor natuur en dierenwelzijn, dan moeten we de pachtregels moderniseren. Grondeigenaren moeten duurzaamheidseisen wél kunnen verankeren in langdurige contracten met de mogelijkheid tot tussentijdse aanpassingen. Alleen zo beschermen we pachters, de natuur én dieren tegelijkertijd.

* We zijn ons ervan bewust dat er uiteraard ook veel boeren zijn die wel op meer diervriendelijke en duurzame manier boeren. Neem bijvoorbeeld de winnaars van de Deltaplan Veehouderij Awards.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen Word lid