De proef op de som nemen
Over het recht op onderwijs zonder proefdieren
Het nieuwe academische jaar is hét moment om niet alleen de toga’s en tradities te vieren, maar ook stil te staan bij een ongemakkelijke realiteit: studenten hébben het recht om onderwijs zonder proefdieren te volgen, maar is dit recht in de praktijk niet lastig te verzilveren?

Door: mr. Léon RipmeesterJurist


Onder professoren
In de eerste week van september wordt traditioneel de opening van het nieuwe academische jaar gevierd. Ook deze week zagen we weer plechtige optochten voorbijkomen van professoren die, in vol ornaat, op weg waren naar al even plechtige toespraken. Toga's all over the place – I love it. Het is het uitgelezen moment om eens feestelijk stil te staan bij het hoge niveau van universitair onderwijs en onderzoek in Nederland. Ook dit studiejaar zullen er echter weer studenten zijn, die in het hoger onderwijs te maken krijgen met het gebruik van proefdieren. Denk aan biomedische wetenschappen of de opleiding diergeneeskunde.
Recht op onderwijs zonder proefdieren
Het gaat op zich niet om de allergrootste aantallen dieren. Denk aan een aantal duizenden. En er wordt hard aan gewerkt aan alternatieven, zoals plastinaten (preparaten) of met VR-technologie. Iedereen lijkt er op zich van doordrongen dat het anders moet. Voorgaande geruststellende woorden ontleen ik althans aan diverse websites van universiteiten. Maar toch. Er wringt hier iets. Met name het volgende: als je als student tijdens je opleiding geconfronteerd wordt met dierproeven, mag je weigeren om met proefdieren te werken. Als student heb je namelijk recht om onderwijs zónder proefdieren te volgen. Dat is op zichzelf natuurlijk een goede zaak.
Organisatie Proefdiervrij biedt studenten hulp en informatie aan over hun recht, en welke stappen ze kunnen ondernemen. Want, zo schrijven ze terecht: 'we snappen dat het lastig kan zijn om dit aan te kaarten bij jouw opleiding (zie webpagina 'Onze samenwerkingen onderwijs - Proefdiervrij')'.
De underdogpositie
En precies dáár wringt de schoen. Het systeem gaat uit van onderwijs met proefdieren. Studenten die hun recht op onderwijs zónder proefdieren willen benutten, moeten dit actief opeisen. Dat vraagt om moed en doorzettingsvermogen. Dierwetenschappers noemen dit naar verluid wel; een onvervalste underdogpositie.
Zelf heb ik tijdens mijn studie Europees- en internationaal recht geen proefdieren voorbij zien komen (wel proefprocessen). Maar in de opleidingen waar proefdieren wél aanwezig zijn, zal dit in de praktijk ongetwijfeld extra werk betekenen. Er moet een persoonlijk, administratief traject gestart worden met formulieren en gesprekken onderling. Misschien moet er wel een verklaring geregistreerd worden via allerhande processtappen? De student zal zichzelf hoe dan ook telkens weer moeten verklaren en tijd, energie en moeite van anderen vragen die het al druk genoeg hebben. Geen fijne gedachte.
Einstein haakt af?
Wie weet hoeveel potentiële Einsteins en broodnodige dierenartsen-in-spe al op voorhand afhaken bij hun studiekeuze, simpelweg omdat ze niet geconfronteerd willen worden met dierproeven. Voor wie die stap wél zet, kan het sociale klimaat pittig zijn. Medestudenten (en groepen in het algemeen) die de gangbare route volgen zien een underdog vaak als lastig, koppig of als een aansteller. Al zouden ze zelf misschien 'eigenlijk' ook wel een alternatief willen. Schuine blikken in de practicumzaal waar de betreffende student het anders aanpakt. Of ongemakkelijke vragen bij de koffieautomaat: "Ik zag dat je niet meedeed vandaag...?"
Kortom: wie gebruikmaakt van een recht, loopt het risico zich voortdurend te moeten verantwoorden. Je zet je af tegen de norm, je trotseert groepsdruk, je bent een uitzondering op de regel. Dat is nooit een gelijkwaardige positie.
Keer het uitgangspunt om
Wat extra wringt, is dat wie geen proefdieren wenst te hanteren tijdens de opleiding, een volwaardig alternatief krijgt aangeboden. En vervolgens dus ook gewoon volwaardig af kan studeren. Waarom dan de situatie niet omdraaien? De proefdiervrije variant van het onderwijs is het vertrekpunt. Wie per se met levende proefdieren wenst te werken, kan een aanvraag doen (in drievoud uiteraard). Ik vermoed zomaar dat het aldus aangeboden 'veegklasje' binnen de kortste keren erg leeg blijft. Ik zou zeggen: laten we deze proef eens op de som nemen.
Nogmaals, ik zie absoluut de inspanningen die gedaan worden en de goede intenties. Ik hóór de reacties op deze blog al in gedachten. Ik heb er uiteraard weer eens niks van begrepen. Het moet allemaal stap voor stap. Er gebeurt al zoveel moois. 'Gouden standaarden bewaren'. 'Kind met het badwater' etc.

Klopt op zich helemaal. Ik ben maar een eenvoudige jurist. De rechtszaal is voor mij (ik ben geneigd om te verzuchten; godzijdank!) vertrouwder dan de snijzaal. Wat ik vanuit mijn werk wél herken, is de underdogpositie waarin we mensen – en dieren – vaak onnodig plaatsen. Gefeliciteerd, je hebt een recht. Zie nu maar dat het verzilverd wordt. Waarbij we natuurlijk nooit te beroerd zijn om dit op voorhand te smoren in goede intenties (en regeltjes).
Het gaat mij om de onderzoekende mindset die best wat ongeduldig mag of zelfs moet zijn. Zijn we wel kritisch? Zijn we wel kritisch genoeg? Stellen we wel de juiste vragen? Stel bijvoorbeeld dat proefdieren in het hoger onderwijs per direct algeheel verboden zouden worden, wat zouden we dan doen? We moeten onze vertrekpunten bevragen. Telkens weer. Alleen zo verleg je echt de grenzen.
Dát is voor mij het vieren van hoogstaande academische wetenschap. Elke dag opnieuw.
