De taaie maar succesvolle strijd tegen bont en pelsdierenfokkerij
Al lang loopt er in Nederland een taaie, succesvolle strijd tegen bont- en pelsdierfokkerij. Bontjassen zie je al jaren zelden meer en sinds kort is ook de nertsenfokkerij verboden. Stichting Bont voor Dieren, die nu veertig jaar bestaat, verdient daarvoor alle lof. Zelf heb ik hieraan een kleine bijdrage geleverd en de Dierenbescherming financieel, bestuurlijk en lobbymatig een grotere. Maar de strijd is nog niet gestreden. Zo staat inmiddels een EU-breed pelsdierfokverbod op de agenda in Brussel.

Door: Bert van den BergOud-programmamanager veehouderij Dierenbescherming


Om een dier te 'gebruiken' kun je je afvragen of hiervoor een redelijk doel is en of je hiervoor het dier niet meer beperkt dan strikt noodzakelijk. Voor bont is het antwoord negatief, omdat er prima alternatieven zijn waarmee je je ook warm en/of modieus kunt kleden, en omdat het dierenleed bij vangst of fokken niet te rechtvaardigen valt.
Het Anti-Bont Comité
Dierenwelzijnsorganisaties zinnen dan ook al jaren op hoe zij het vangen of fokken van pelsdieren kunnen beëindigen. In 1982 smeedden Lekker Dier, (thans Wakker Dier) de Dierenbescherming, Kritisch Faunabeheer (nu Stichting Faunabeheer) en het Comité ter Bescherming van Zeehonden en andere Pelsdieren (bestaat niet meer) hiertoe het Anti-Bont Comité. Oktober 1982 overrompelde dit comité de bontsector tijdens hun jaarlijkse Bontmaand met een uitgekiende campagne. Ik mocht daar die eerste jaren bij betrokken zijn.
Het idee was de bontmantel binnen korte tijd uit Nederland te verbannen: er zijn immers prima alternatieven. Maar de inschatting was ook dat het vanwege de hiermee gemoeide economische belangen een taaie strijd zou worden om de pelsdierfokkerij van ca. honderdvijftig nertsenfarms en twintig vossenfarms uit Nederland te krijgen.
De bontsector reageerde boos en ontkende en bagatelliseerde het dierenleed. De sympathie van het publiek ging naar de dierenbeschermers. Het eerste jaar plaatste het Anti-Bont Comité advertenties in kranten en op honderd treinstations die er uitzagen als bontadvertenties. Maar als een bontliefhebber ze las kreeg hij/zij/hen informatie over hoeveel nertsen of vossen er in de bontjas zaten en hoe gruwelijk die in krappe draadgazen kooitjes leefden en door vergassing dan wel elektrocutie gedood waren. En met de advertentie ‘Vijf argumenten om bontdragers mee om de oren te slaan’ mobiliseerde het comité medestanders onder het publiek. Het jaar daarop wist het Anti-Bont Comité onder andere te bewerkstelligen dat het kinderkoor ‘Kinderen voor Kinderen’ het liedje ‘Een tweedehands jas’ opnieuw uitbracht. Kleine kinderen wezen op straat spontaan vrouwen in bontjas na terwijl ze het liedje zongen. Steeds meer bontdragers voelden zich ongemakkelijk en deden hun bontjas weg.
Stichting Bont voor Dieren
Binnen twee jaar stortte de bonthandel in Nederland in. De ene na de andere bontjassenwinkel sloot zijn deuren. In 1986 veranderde het Anti-Bont Comité in Stichting Bont voor Dieren. Na jaren van acties, discussie en lobby lukt het Bont voor Dieren onderzoek af te dwingen door de Wageningse hoogleraar Diergedrag Wiepkema, naar het welzijn van pelsdieren in fokkerijen. Vossen oordeelde hij ongeschikt om te houden, onder andere omdat ze meer ruimte nodig hebben en in gevangenschap ernstig angstgedrag vertonen. Om vergelijkbare redenen vond hij ook chinchilla’s ongeschikt. Wat nertsen betreft vond Wiepkema meer onderzoek nodig. Dat, terwijl er al het nodige onderzoek was dat liet zien dat nertsen wilde dieren zijn die buiten de paar- en zoogtijd alleen leven langs stromend water om vissen te vangen. En dat het een vreselijke kwelling is ze in krappe, draadgazen kooitjes te houden.
Het oordeel van professor Wiepkema leidde ertoe dat de toenmalige landbouwminister Van Aartsen (VVD) alleen de fokkerij van vossen en chincilla’s verbood met een overgangstermijn tot 2007. De strijd van Bont voor Dieren voor een nertsenfokverbod ging onverminderd door. Ondertussen wist zij ook een verbod op de import van honden- en kattenbont te bewerkstelligen en werd daarnaast de import van zeehondenbont verboden.
Een nertsenfokverbod?
Eind 1998 keerde ik terug in de wereld van het dierenwelzijn door in dienst te treden bij Bont voor Dieren. Door lobby samen met de Dierenbescherming, stemde de Tweede Kamer in 1999 voor een nertsenfokverbod. Toenmalig landbouwminister Brinkhorst (D66) aarzelde en liet onderzoek doen naar het nut en de noodzaak van zo’n verbod. Toen hij eindelijk een verbod voorstelde, viel het Kabinet en trok het daaropvolgende Kabinet het verbodsvoorstel weer in. Vervolgens volgden weer lange discussies waarin PvdA en SP een initiatiefvoorstel voor een verbod indienden. Ik was inmiddels bij de Dierenbescherming gaan werken en had daarnaast enige tijd namens de Dierenbescherming zitting in het bestuur van Bont voor Dieren. Na veel discussie over compensatie voor de pelsdierfokkers stemde eerst de Tweede en vervolgens de Eerste Kamer in 1999 in met een nertsenfokverbod per 2024. Toen in 2021 bleek dat nertsen corona konden overdragen aan elkaar en aan mensen, werd besloten de nertsenfokkerij in Nederland versneld te sluiten.
Alle lof voor de volhouders van Bont voor Dieren en sterkte bij de verdere strijd! Velen staan achter jullie.
