Flubbel de verzorgvis
Haal dieren uit het klaslokaal
Wie kent ‘m nog uit zijn eigen jeugd? De klassencavia? Hij had een kooi achter in de klas en in schoolvakanties mocht hij bij een klasgenoot logeren. Of de bak met kikkervisjes in het voorjaar? Huisdieren zijn nog steeds volop op basisscholen te vinden. Met in volgorde van populariteit: konijnen, honden, vissen, kippen, schildpadden, cavia’s en hamsters.
Door: Linda BakkerCommunicatieadviseur Huis- en hobbydieren en Jeugd


Miljoenpoten
Het kan ook een stuk exotischer: in 2000 begon Lincoln Children’s Zoo, in de Amerikaanse staat Nebraska, met het uitlenen van dierentuindieren in de wintermaanden als de dierentuin gesloten was. Deelnemende scholen kregen vier dieren per schooljaar, steeds voor een periode van zes weken. Zo kwamen gekko’s, slangen en andere reptielen, duiven, fretten, egels, miljoenpoten en zelfs de slissende kakkerlak (slik!) in het klaslokaal terecht.
De dieren werden ingezet voor verschillende vakken bij het aanleren van competenties: voor onderzoek en observatie, om te leren hoe je deze dieren moet verzorgen en hoe te rapporteren. De dieren vormden daarnaast een zetje voor de taallessen, want de leerlingen moesten over de dieren schrijven.

Meest geschikt
Vraag je aan ChatGPT wat nu het ‘meeste geschikte dier’ is om op school te houden, dan beveelt hij als ‘topkeuze’ wandelende takken of cavia’s aan. "Ze zijn beide relatief eenvoudig te verzorgen, veroorzaken weinig geur of allergieën, en kunnen kinderen iets leren over verantwoordelijkheid", aldus AI.
Een Vlaamse site in diervoeding beveelt de hamster juist aan als meest geschikt klassendier: "Praktisch gezien is een hamster het meest geschikte klasdier. Je kunt het diertje alleen houden, het vraagt weinig onderhoud én het neemt niet veel plaats in de klas in. Bovendien kun je een hamster indien nodig met kooi en al naar huis meenemen.”
Dier-ondersteunend onderwijs
Het gebruik van dieren voor het leerproces wordt meer en meer ingezet. Het idee erachter is dat dieren positieve effecten hebben op het leren, op het klassenklimaat en dat ze stress voor toetsen verminderen. Daar is ook wel wat bewijs voor gevonden. De Open Universiteit nam achttien studies naar de effecten van dier-ondersteunend onderwijs onder de loep die onder meer de leesvaardigheid, toetsstress, sociaal-emotionele ontwikkeling en het algeheel welbevinden van de leerlingen onderzochten.

Kinderen die door een dier ondersteund werden bij het leren – denk bijvoorbeeld aan het voorlezen aan honden – ervoeren meer plezier, geluksgevoel, speelsheid en ontspanning. Ze werden zelfbewuster en gingen eerder een uitdaging aan, aldus de onderzoekers. Ook het fysiek contact met en de betrokkenheid bij anderen werden positief beïnvloed door de aanwezigheid van het dier.
Effect op het dier
Tot zover het goede nieuws. Mooi dat er heilzame pedagogische effecten uitgaan van het dier in het onderwijs, maar hoe staat het met welzijn van het schooldier zelf? Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. Hoe is het voor ratje Knabbel om de dagen door te brengen met pakweg 25 levendige negenjarigen en in schoolvakanties te moeten verkassen naar een vreemde omgeving? Is er met verstand van zaken een goede huisvesting voor hem ingericht en wordt het diertje kundig verzorgd?
Deze leerkracht is positief over zijn klassenhamster, die achterin het lokaal verblijft: “Zo leidt hij de kinderen niet af tijdens de lesmomenten. Elke dag, na de voormiddagspeeltijd, wordt hij in een bal gestoken speciaal voor hamsters en mag hij ‘vrij’ rondlopen in de klas.”
Ongetwijfeld goed bedoeld, maar hier komt een gebrek aan kennis bovendrijven. Hamsters zijn dieren die in de schemer en avond pas actief worden en overdag rusten. Een hamsterbal is absoluut ongeschikt voor een hamster om zich in voort te bewegen, omdat het dier slecht ziet en overal tegenop botst.
Te krap verblijf
Het enige bekende Nederlandse onderzoek naar het welzijn van dieren in de klas werd in 2019 gedaan door studenten van Hogeschool HAS. De studenten maten het dierenwelzijn aan de hand van een bekende methode (de Welfare Quality Index) en observeerde het gedrag van de dieren, de huisvesting en verzorging.

De meest opvallende resultaten betreffen de huisvesting, die scoort slechts in 64% van de gevallen een voldoende. Verbeterpunten liggen bij de grootte van de verblijven en de juiste verrijking.
Hamsters (36% voldoende) en schildpadden (45% voldoende) komen er wat dat betreft bekaaid vanaf. In alle gevallen zitten hamsters te krap en is de bodembedekking niet diep genoeg. Slechts één hamsterverblijf bezat alle benodigde verrijking, namelijk een schuilplaats, looprad en zandbakje. Schilpadden ontberen vaak UV-lampen. Konijnen zaten voor 18% van de gevallen alleen.
Kennisgebrek
Deze cijfers laten zien dat er misschien wel te licht gedacht wordt of kennis ontbreekt over het houden van dieren. En dat schaadt het welzijn van dieren. Als we kijken naar de verantwoordelijkheid voor de dieren, dan zijn dat in 24% van de gevallen alleen de leerlingen op de school tijdens schooldagen. 5% van de scholen geeft aan dat ook tijdens de weekenden en vakanties alleen de kinderen verantwoordelijk zijn. Het gevolg hiervan kan zijn dat de dieren niet optimaal verzorgd worden, omdat kinderen vaak niet over de benodigde kennis beschikken, aldus de onderzoekers.
De studenten observeerden ook nog het gedrag van de dieren, zowel als de dieren werden ingezet voor activiteiten als daarbuiten. Bij inzet vertoonde 15% van de dieren stresssignalen, buiten de inzet 6%.

Tijdelijke dieren
Ook tijdelijke dieren komen in de klas. Zo zien we in het voorjaar rond Pasen eierbroedmachines, aquaria met kikkerdril en bakken met rupsen in het lokaal verschijnen.
Het is heel leerzaam voor kinderen om de verschillende levensstadia van verschillende dieren te ervaren. Daar kan geen lesboek tegenop. Maar wat gebeurt er daarna? Eindigen de kuikens als slangenvoer? Waar zet je de tere vlinders terug? Zomaar loslaten op het schoolplein? Op een regenachtige dag zonder bloemen in de buurt (ze hebben nectar nodig) is dat niet zo’n goed idee. En die kikkervisjes moeten terug naar de sloot waarin ze zijn geboren en waaruit ze zijn opgevist.
Dilemma
En zo zit de leerkracht met een dilemma. Wil je kinderen verwondering bijbrengen en rijke leerervaringen bieden, dan zijn ervaringen met echte dieren zo veel waardevoller dan naar een plaatje of filmpje kijken. En een cavia kan heel troostrijk zijn voor een kind dat iets naars heeft meegemaakt.
Maar dit alles mag het dier niet benadelen. Want wil je kinderen sensitief maken voor dieren en hun welzijn, dan bereik je het omgekeerde door een eenzame schoolparkiet te houden.

Wat kun je dan wel doen?
Er zijn zeker plezierige contactmomenten tussen dieren en leerlingen mogelijk die het dier niet benadelen.
Denk aan voorlezen aan dieren in een prettige vertrouwde omgeving voor het dier. Als de juf haar eigen hond een ochtendje meeneemt naar school die goed gewend is aan de situatie, dan is er niets aan de hand. Ook sommige asielen bieden dit aan, voorlezen aan – in dit geval – katten. Het helpt om de katten te socialiseren en wekt hopelijk ook meer vertrouwen bij het kind als het gaat om lezen. Het kind kan zonder bekritiseerd te worden oefenen met lezen. De katten zullen sowieso aandachtig luisteren.
Ga eropuit!
- Maak een natuurexcursie met de kinderen. Laat de leerlingen meedoen aan de bijen/vlinder/mollentelling in het voorjaar in een naburig park.
- Ga op het stadsplein de duiven (of andere stadsvogels) observeren: wat eten ze, hoe gedragen ze zich? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Of doe hetzelfde met meeuwen op het strand.
- Ga waterbeestjes scheppen in de sloot en op naam brengen, en zet ze daarna weer voorzichtig terug.
- Breng een bezoekje aan een kinderboerderij die het dierenwelzijn goed op orde heeft.
Kortom, laat leerlingen dieren opzoeken om te bestuderen en van te leren, in plaats van ze in school te halen. En geef die klassencavia een fijne, permanente plek buiten het schoolgebouw, met soortgenoten in een geschikte omgeving, en met kundige en verantwoordelijke verzorgers.
