Dierenbescherming geschrokken van PFAS in kattenvoer
Dieren mogen niet de dupe worden van onze chemische vervuiling
De Dierenbescherming is geschrokken van de uitkomsten van het onderzoek naar PFAS in kattenvoer. Zaterdagavond bracht Greenpeace bij Kassa naar buiten dat in alle vijf de door hen onderzochte soorten kattenvoer, verkocht in Nederlandse supermarkten, PFAS is aangetroffen.

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter

In een van de onderzochte producten werd zelfs de zeer zorgwekkende PFAS-stof PFNA gevonden. We vinden het zorgelijk dat dieren via hun voeding worden blootgesteld aan deze chemische stoffen.
PFAS in kattenbrokjes
Voor het onderzoek liet Greenpeace vijf soorten kattenvoer testen die in de supermarkten Albert Heijn, Aldi, Jumbo, Lidl en PLUS worden verkocht. Het ging daarbij om kattenvoer met zalm als belangrijkste ingrediënt. In alle vijf de onderzochte producten werd TFA gevonden, een PFAS-soort. In het kattenvoer van Albert Heijn werd daarnaast PFNA aangetroffen. PFNA is een van de PFAS-soorten waarvoor in sommige voedingsmiddelen wettelijke maximumgehalten gelden.
De Dierenbescherming is hiervan geschrokken, omdat we ervan uit moeten kunnen gaan dat mensen hun huisdieren veilig kunnen voeren. Juist bij voer dat in de supermarkt kan worden aangeschaft, is dat belangrijk, omdat dit voor veel mensen dé manier is om de zorg voor hun dieren makkelijk en betaalbaar te kunnen regelen. We vinden het dan ook ronduit zorgelijk dat zelfs in kattenbrokjes PFAS wordt aangetroffen. Dieren mogen niet de dupe worden van chemische vervuiling, een probleem dat mensen veroorzaken.
Schildklierproblemen
Wetenschappelijke onderzoeken naar PFAS en de gezondheidseffecten bij huisdieren staan nog in de kinderschoenen, maar er zijn aanwijzingen dat PFAS een rol speelt bij onder andere schildklierproblemen. Schildklierproblemen komen sinds de jaren 70 steeds meer voor bij katten. Onduidelijk is of er een link is met PFAS, dat dieren dus zelfs via hun voer binnenkrijgen, maar wat ons betreft zou dit verder onderzocht moeten worden. Ook moet er breder gekeken worden naar hoe groot dit probleem is en wat eventuele andere gevolgen voor onze dieren zouden kunnen zijn.
Zorgelijke ontwikkeling
Tegelijkertijd is dit een signaal dat PFAS steeds moeilijker te vermijden is. Een ontwikkeling die we helaas ook bij andere dieren terugzien, zoals bij hobbykippen. Het RIVM adviseert inmiddels om in heel Nederland geen eieren van deze dieren te eten, omdat daarin (te) veel PFAS kan voorkomen. Uit vervolgonderzoek blijkt dat kippen de stoffen onder meer via regenwormen uit vervuilde bodems binnenkrijgen. Ook hierin is het wrang dat deze kippen de dupe worden van giftige stoffen die wij als mensen in de grond hebben gestopt. Daarbij is ook onduidelijk of er eventuele gezondheidsrisico's zijn voor de kippen zelf.
Kortom: de Dierenbescherming maakt zich zorgen over de gevolgen van het vele gebruik van PFAS voor het dierenwelzijn. Het is niet genoeg om achteraf vast te stellen dat dieren en mensen deze stoffen binnenkrijgen en daar dan maar voor te waarschuwen. De bron van de vervuiling moet worden aangepakt. We hopen dan ook dat er paal en perk wordt gesteld aan het gebruik van PFAS in producten waar dieren van afhankelijk zijn.
