Dierenbeurzen: maak handel traceerbaar
Vergeet niet het grote plaatje
Elk jaar worden er tientallen tentoonstellingen en beurzen met exotische huisdieren zoals vogels en reptielen gehouden. In tijden van corona was er veel aandacht voor de zoönotische risico’s van deze evenementen waar veel bezoekers op af komen.
Door: Brigitte GoossensBeleidsmedewerker/Dierinhoudelijk expert


Daarnaast waren er ook zorgen over het dierenwelzijn. Want in het geval van de reptielenbeurs, zaten hagedissen en slangen in veel te kleine verblijven zonder schuilmogelijkheden. Konden bezoekers - zonder intentie te kopen - toch wel erg dichtbij komen, wat voor veel dieren stressvol is. En ging het ook nog eens om handel in zeldzame en beschermde soorten.
Kortom, redenen genoeg voor Kamervragen.
In reactie daarop gaf de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de opdracht de zoönotische risico’s, het dierenwelzijn en diergezondheid grondig onder de loep te nemen (hoewel hierover al wel het een en ander bekend was.)
Onderzoeksrapport
Het rapport is onlangs verschenen. De onderzoekers concluderen dat het wel meevalt met de zoönotische risico’s. Weliswaar is er een indrukwekkende lijst van ziekteverwekkers die reptielen bij zich kunnen dragen, maar omdat de dieren tijdens de beurs nauwelijks hun bakje uitkomen, wordt ook de kans op besmetting van dier naar mens heel klein geacht.
Dat de dieren thuis wel worden gehanteerd - en dat daar dan alsnog kans op besmetting is - wordt in de conclusie buiten beschouwing gelaten. Daarnaast zijn er geen samples genomen tijdens de beurs, en gaat het dus om een puur theoretische benadering. Er is daarmee geen zicht op wat er daadwerkelijk op beurzen te vinden is.
Tijdelijkheid
Ook het dierenwelzijn komt over het algemeen maar weinig in het gedrang, zo luidt de conclusie, zo’n beurs duurt immers niet lang en de dieren zitten er maar kort.
Hier stippen de onderzoekers een interessant punt aan, tijdelijkheid. Over dit argument maakt de Dierenbescherming zich zorgen. De redenatie is als volgt: de aantasting van het dierenwelzijn duurt maar kort, en daarom is het acceptabel.
Maar is het niet zo dat als er genoeg suboptimale momenten elkaar opvolgen, het welzijn toch behoorlijk wordt aangetast? Handelaren komen namelijk van heinde en verre om hun dieren aan te bieden, vaak ook nog eens uit het buitenland. Transportduur en frequentie zijn niet meegenomen in het onderzoek.
Dierenbeurzen vinden meer dan eens per jaar plaats (alleen in Nederland al 22 keer, zo stelt het onderzoek, dat is bijna twee keer per maand!) en ook nog eens verspreid over heel Europa.
Hier staan dezelfde handelaren met vaak dezelfde dieren. De stress die een dier oploopt tijdens één evenement zal dan wellicht meevallen, maar hoe zit het met alle kortdurende momenten (én transportduur) bij elkaar voordat een dier verkocht wordt en naar een permanent huisje gaat?
Vogelonderzoek
Om verder zicht te krijgen op zoönotische risico’s en het welzijn in de handel van (wilde) dieren is er een vergelijkbaar onderzoek aangekondigd, deze keer op vogelmarkten. We hopen dat in dit onderzoek breder gekeken zal worden en mogelijk ook over grenzen heen om een compleet beeld te kunnen vormen. Een analyse van reisbewegingen van handelaren in combinatie met transportduur en -omstandigheden kan waardevolle informatie opleveren over zowel zoönotische risico’s als dierenwelzijn. Informatie waar keuzes mee gemaakt kunnen worden over wat wel en wat niet acceptabel is vanuit de verschillende invalshoeken.
Kortom, het mag zo zijn dat je als baardagaam of zebravink slechts kortdurend, maar heel vaak en geografisch verspreid als handelswaar tentoongesteld wordt op diverse beurzen, per saldo betekent dit een langdurige welzijnsaantasting en vele zoönotische risicomomenten.
Door je alleen te richten op de afzonderlijke beurzen, mis je deze samenhang en het grotere plaatje.