Dierenkleding: voor hén of voor de mens?
We kleden onze huisdieren aan, vieren hun verjaardagen en kopen allerlei bijzondere producten voor ze, alsof het mensen zijn. Is dat wel oké?
Door: Laura LuteDierinhoudelijk Expert Gezelschapsdieren

Het winterse weer is voor sommige mensen een reden om binnen te blijven. Als we wel naar buiten gaan, trekken we een goede warme jas aan. Honden moeten ondanks de kou en sneeuw meerdere keren per dag naar buiten, maar gelukkig zijn veel honden van zichzelf al voorzien van een heerlijke jas. Sommige rassen moeten het echter zonder een dikke vacht stellen en krijgen daarom een jas aan van hun baasjes. Het aankleden draagt in deze gevallen bij aan het welzijn van deze honden, maar er zijn nog veel meer dieren die aangekleed worden...
De feestdagen zijn inmiddels voorbij, maar dieren met kerstmutsen en andere uitdossingen staan mij nog helder voor de geest. Ook voor Halloween eerder in het jaar zijn de gekste kostuums voor dieren te koop. Het aankleden van dieren is een teken van een veel bredere, en misschien zelfs zorgwekkende trend, namelijk vermenselijking.
Ja! Dieren hebben wél gevoel
Vermenselijken, of antropomorfisme, is het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren. Op zich is dit meestal juist positief. Vroeger werd de mens gezien als uniek, bovenmatig intelligent en als enige in staat om emoties te ervaren. De zeventiende-eeuwse filosoof René Descartes, vooral bekend om zijn uitspraak 'Cogito, ergo sum' (ik denk, dus ik ben), was van mening dat dieren niet denken, en dus niet vergelijkbaar zijn met mensen. In zijn ogen waren dieren complexe biologische machines, zonder gedachten, bewustzijn of gevoel. We hoefden ons dus niet druk te maken over hun welzijn en konden ze zonder schuldgevoel gebruiken voor ons eigen gewin.
Sindsdien is er gelukkig veel veranderd in de manier waarop we over dieren denken. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat dieren veel dichter bij de mens staan dan we dachten. Ze zijn intelligent, op sommige vlakken zelfs vele malen slimmer dan mensen, en ze kunnen zeker emoties en pijn ervaren. Ik denk dat veel (huis)diereigenaren zich af zullen vragen waarom er wetenschap voor nodig is om dit te weten te komen, want iedereen die nauw samenleeft met dieren kan je ook wel vertellen dat dieren gevoelens hebben en kunnen lijden.
Dier als gezinslid
Dieren zijn dus toch menselijker dan vroeger gedacht werd. Deze vermenselijking heeft ertoe geleid dat we dieren meer als onze gelijken zijn gaan zien en ze ook zo behandelen. Onderzoek onder Nederlandse huisdiereigenaren laat zien dat we onze dieren steeds vaker omschrijven als een gezinslid of zelfs als een kind. Ze verdienen een fijn en goed leven. Ze mogen bij ons in huis, ze krijgen goede voeding, een lekker warm bedje, veel liefde en aandacht en de beste medische zorg die eigenlijk niet meer onder doet voor humane zorg.
Een dier is geen mens...
Op zich zijn dit allemaal goede ontwikkelingen. We moeten alleen niet vergeten dat een dier toch echt geen mens is en dat lijkt helaas wel steeds vaker te gebeuren. Bijvoorbeeld het onnodig aankleden wat ik eerder noemde en waar we eerder een video over hebben gemaakt, maar ook het vieren van uitgebreide verjaardagsfeestjes inclusief een speciale taart, het meenemen van een hond in een soort kinderwagen of een kat in een rugzak, het overmatig knuffelen en het geven van allerlei snacks met veel suiker en felle kleurtjes. Er zijn steeds gekkere producten te krijgen. Dit zijn dingen die vooral leuk zijn voor de eigenaar, maar onnodig. En het kan zelfs een negatief effect hebben op het welzijn.

Ja, dieren zijn veel meer dan de machines van Descartes en veel dieren kunnen emoties ervaren (welke diergroepen en welke emoties is nog een wetenschappelijk discussiepunt). De triggers voor deze emoties zijn echter heel anders dan bij mensen. Een dier wordt niet altijd blij of gestrest van hetzelfde als een mens, dus we moeten onze eigen behoeften niet projecteren op onze dieren. Onze huisdieren zijn aangepast aan de omstandigheden waarin ze al tienduizenden jaren geleefd hebben en miljoenen jaren van evolutie heeft deze aanpassing mogelijk gemaakt. De relatief beperkte tijd dat dieren bij ons leven heeft een stukje van hun gedrag en behoeften aangepast, maar een groot deel is nog hetzelfde als hun wilde familieleden. Om dieren echt goed te begrijpen en ze een goed leven te bieden, moeten we ons verplaatsen in hun wereld en daarbij onze eigen behoeften loslaten.
Snuffelen, krabben, knagen
Ik word niet blij van keihard rondrennen of stevig stoeien met mijn vrienden en ik hoef ook niet overal mijn neus in te steken om eens even lekker te snuffelen. Een hond wel.
Ik word niet blij van klimmen in bomen, krabben aan meubels of overal geurmarkeringen achter laten. Een kat wel.
Ik word niet blij van gaten graven of aan takken knagen. Een konijn wel.
Dus laat je hond, kat, konijn of ander dier lekker zichzelf zijn. Daar worden ze echt gelukkig van.
