Dierentuinen: een balans tussen welzijn en verwondering?
Deze week volop in het nieuws: de toekomst van Nederlandse dierentuinen. Een belangrijk onderwerp om bij stil te staan, want we weten en voelen allemaal dat niet elk dier het even goed heeft in de dierentuin.

Door: Piko FieggenProgrammamanager Verantwoorde Omgang met Gezelschapsdieren


Tegelijkertijd beleven velen van ons veel plezier aan dierentuinen. Zelf heb ik als kind bijvoorbeeld heel wat uren doorgebracht tussen de dieren. Eeuwig gefascineerd, vol verwondering heb ik er ontzettend veel geleerd. Ik heb zelfs mijn middelbare school uitgekozen omdat deze vlak bij Diergaarde Blijdorp lag. Dit positieve effect van dierentuinen is ons natuurlijk veel waard. Maar hoeveel precies? Dat weet niemand. En ik vraag me soms af: willen we dat eigenlijk wel weten?
Voor mij is het antwoord eenvoudig: nee, daar wil ik niet achter komen. Dat betekent ook dat ik hoop dat dierentuinen hun magie, die ons inspireert en interesseert voor dieren en natuur, nog heel lang kunnen blijven verspreiden. Maar met alleen mooie woorden komen we er niet. Er is duidelijk veel werk aan de winkel. Daarom is de Dierenbescherming erg blij met het rapport van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA), getiteld "De dierentuin van de toekomst". Dit rapport legt helder de pijnpunten én verbeterpunten bloot, en biedt perspectief op een haalbare toekomst. Bij ons staat één vraag centraal: gelooft de Dierenbescherming in de toekomst van dierentuinen?
Geen eenvoudige discussie
Binnen de Dierenbescherming blijft het altijd interessant om over dierentuinen te praten. Er bestaan sterke – en begrijpelijke – twijfels over of dieren zoals ijsberen, dolfijnen, olifanten of zeearenden wel op hun plek zijn in dierentuinen. Kritiek dat dierentuinen niet meer van deze tijd zijn, wisselt zich af met geluiden over de meerwaarde van dierentuinen voor educatie en bewustwording.
Wat vindt de Dierenbescherming hiervan? Onze zoektocht brengt ons tot een eerste conclusie: niet alle diersoorten hebben het even goed (of slecht) in de dierentuin. Sommige dieren worden momenteel prima gehouden, andere soorten hebben duidelijk verbetering nodig en bepaalde soorten horen misschien helemaal niet thuis in een dierentuin. Een algemeen oordeel vellen is daardoor lastig; wel kunnen we beoordelen welke diersoorten geschikt zijn om gehouden te worden en welke niet.
Een tweede conclusie betreft de meerwaarde van dierentuinen. Zij zorgen duidelijk voor fascinatie, respect en kennis over dieren en natuur bij veel mensen. Maar zou dit ook op een andere manier bereikt kunnen worden? En wegen deze voordelen op tegen het welzijn van dieren die het in de dierentuin minder goed hebben? Dit blijft een complexe afweging, die nauwelijks objectief met feiten te onderbouwen is. Er ontbreekt vaak kennis om te bepalen wat precies goed gaat, wat beter kan of zelfs helemaal niet kan. Ook is er nog nooit duidelijk gemeten wat de educatieve rol van dierentuinen nu écht oplevert. Zeker, ze hebben effect, maar benutten ze hun volledige potentieel?
Een betere toekomst voor dier en mens
Uiteindelijk gelooft de Dierenbescherming zeker dat er over 25 jaar geen sprake meer hoeft te zijn van een balans tussen dierenwelzijn en maatschappelijke meerwaarde. Wij geloven dat dierentuinen beide op een hoog niveau kunnen brengen. Dit zijn dierentuinen waarin de kwaliteit van de dierbeleving hoger ligt dan vandaag. Sommige diersoorten zullen uit het beeld verdwijnen, terwijl de kwaliteit van verblijven en interactie met bezoekers juist sterk verbetert. Niet iedere dierentuin van vandaag zal de toekomst halen, maar er zullen ook nieuwe, innovatieve dierentuinconcepten ontstaan. Wij zien dus duidelijk een pad naar verbetering – een pad waarop veel dierentuinen overigens al decennia geleden zijn ingeslagen.
Dat pad is echter geen eenvoudig traject. Het kent flinke hobbels en lastige keuzes. Om vooruit te komen is visie nodig, moed om te vernieuwen en vooral goede samenwerking. Innovatie moet volledig omarmd worden, de dierbeleving moet optimaal zijn en het welzijn van dieren moet áltijd centraal staan. Alleen zo komen we verder. Ik zeg bewust ‘we’, omdat het mijn overtuiging is dat wij allemaal een stukje verantwoordelijkheid dragen om het goede van dierentuinen – waar velen van ons zelf ook van hebben geprofiteerd – te behouden voor toekomstige generaties.
