Door unieke Nederlandse aanpak miljoenen dieren beter af
Europa mag niet achterblijven
Dierenwelzijn in de veehouderij staat wereldwijd steeds hoger op de agenda, maar Nederland neemt hierin een unieke, vooraanstaande positie in. Toch is het geen eenvoudige opgave, want er is nog genoeg om voor te strijden.
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

Bij het afscheid van Marijke de Jong - Timmerman, dé drijvende kracht achter het Beter Leven keurmerk, werd tijdens een panelgesprek duidelijk waarom de Nederlandse aanpak uitzonderlijk blijkt. Waar in het buitenland ketens vaak moeite hebben om samen te werken, heeft Nederland laten zien dat door volharding, kleine stapjes en een sterke vertrouwensbasis tussen boeren, retailers, verwerkers, producenten, maatschappelijke organisaties en consumenten, miljoenen dieren een beter leven krijgen.
Het panel bestond uit:
- Elly de Kort, pluimveehouder en één van de allereerste zes vleeskuikenhouders met het Beter Leven keurmerk;
- Brigitta Hogenes, vicepresident Gezondheid, Duurzaamheid en Kwaliteit van Albert Heijn;
- Hans de Haan, voormalig ZLTO-medewerker en eigenaar Ketensief;
- René Welpelo, managing director voor NederlandPlukon;
- Marijke de Jong - Timmerman, nu gepensioneerd strategisch adviseur Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming.
Van ‘plofkip’ naar Beter Leven keurmerk: een gestaag proces
Het Beter Leven keurmerk, dat in 2007 werd gelanceerd, is het resultaat van jarenlange inzet en samenwerking. Al in 1999 waren Marijke de Jong - Timmerman en Ad Kemps (destijds directeur van Coppens Diervoeding) de initiatiefnemers. Zij overtuigden alle hierboven genoemde ketenpartners om mee te werken. “In het begin was er veel scepsis,” vertelt Elly de Kort, pluimveehouder sinds 1970. “We moesten brood op de plank krijgen en waren gewend geraakt zoveel mogelijk dieren van een snelgroeiend ras op een vierkante meter te houden. Maar Marijke bewees dat het anders kon: minder kippen per vierkante meter, langzamere groei, toegang naar buiten en goed voer zonder antibiotica. We moesten flink investeren, maar zowel de dieren als wij, de veehouders, werden er gelukkiger van.” Niet alle collega-boeren geloven in Elly’s aanpak, maar de groep boeren die investeert in verbeterd dierenwelzijn groeit gestaag.
“Je kunt niet in één klap van de kelder naar de zolder.”
Brigitta Hogenes, vicepresident Gezondheid, Duurzaamheid en Kwaliteit Albert Heijn
Hans de Haan, voormalig belangenbehartiger voor boeren bij ZLTO, herinnert zich de kritiek op de ‘plofkip’ maar al te goed. “Biologisch was toen nog te duur voor de consument. Er was geen andere optie, vooral door de goedkope import- en exportkippen, wat internationaal nog steeds een zorgpunt is. Het Beter Leven keurmerk bood in elk geval een haalbare tussenstap.” René Welpelo, Managing Director voor Nederland bij Plukon, beaamt dit: “Aanvankelijk leek het ons eerst een veel te klein initiatief. Na de overname door Plukon van de slachterij Flandrex die bij de oorspronkelijke initiatiefnemers aansloot in 2009, zagen we de potentie er wel van in. Inmiddels is de gehele standaard verhoogd en loopt Nederland voorop in Europa.”
Hechte samenwerking in Nederland voorbeeld voor Europa
Brigitta Hogenes van Albert Heijn benadrukte tijdens het gesprek hoe de retail en ketenpartners gezamenlijk een belangrijke stap hebben gezet: “Door de inzet van boeren, producenten en andere partners en stakeholders hebben we alle conventionele kip in onze schappen kunnen vervangen door Beter Leven-producten. Dat vroeg om enorme investeringen, maar de resultaten bewijzen dat het op de lange termijn niet alleen haalbaar is maar ook succesvol.” Deze transitie toont aan dat juist die gezamenlijke inzet essentieel is voor duurzame verandering. “En dat je risico’s moet durven nemen. Je kunt niet in één klap van de kelder naar de zolder.”
In veel andere Europese landen ontbreekt deze hechte samenwerking. “Vertrouwen, sterke relaties en een gedreven aanjager, zoals de Dierenbescherming en Wakker Dier, zijn onmisbaar. Zonder deze factoren is het bijna onmogelijk om zo’n transitie te realiseren”, legt René Welpelo uit. Hij waarschuwt: “In landen waar NGO’s (die consumenten motiveren) en boeren niet met elkaar praten, blijft dierenwelzijn stek en.” Nederland toont daarmee niet alleen hoe het wél kan, maar ook hoe complex en waardevol een dergelijke samenwerking is en hoeveel geduld en doorzettingsvermogen daarvoor nodig is. Dick Veerman oppert spontaan of Wakker Dier wellicht een cursus kan ontwikkelen voor NGO's in het buitenland, om te laten zien waarom aandacht aan dieren in de veehouderij zo belangrijk is
“Alleen ga je sneller, samen kom je verder.”
Marijke de Jong-Timmerman
Een label op dode dieren?
Anne Hilhorst van Wakker Dier blikt ook terug op de beginjaren: “We vonden het idee van een label op dode dieren aan het begin ondenkbaar. Net als de Dierenbescherming die daar intern felle discussies over voerde. Maar nu zijn we blij dat we als aanjager een cruciale rol kunnen spelen in de verbetering van dierenwelzijn van miljoenen dieren. En daar blijven we ook mee doorgaan, omdat dit nog hard nodig is.”
“Want we zijn er echt nog niet”, vult Marijke de Jong-Timmerman aan. “Dierenwelzijnsverbeteringen vragen tijd, omdat je alle neuzen dezelfde kant op moet krijgen", reageert Brigitta Hogenes. Marijke de Jong-Timmerman: “Mijn advies blijft dan ook: ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder.’”
Wat Nederland kan, moet Europa leren
De Nederlandse aanpak bewijst dat verandering mogelijk is, maar het is nog geen eindpunt. Terwijl wij blijven doorstrijden voor beter dierenwelzijn, is het duidelijk dat Europa en de rest van de wereld niet achter kunnen blijven. De les? Samenwerking, vertrouwen, doorzettingsvermogen en durf zijn onmisbaar. Nederland toont de weg, nu is het aan de anderen om mee te doen.
