Een economie die werkt voor dierenwelzijn?!

Koppel politieke visies aan elkaar

De Tweede Kamer behandelt sinds 4 maart het wetsvoorstel voor de aanpassing van de Wet Dieren naar een dierwaardige veehouderij. De Kamerleden discussiëren serieus en fel. Je ziet in de discussie grofweg twee invalshoeken: een benadering vanuit het dierenwelzijn en een benadering vanuit de economie. De uitdaging is deze bij elkaar te brengen. Zelf praat ik liever over dieren dan over de economie. Maar sleutelen aan economische krachten is nodig, juist voor de dieren.

Gemma Willemsen

Door: Gemma WillemsenCorporate Strategisch Adviseur

Een economie die werkt voor dierenwelzijn?!

De Partij voor de Dieren (PvdD) redeneert vanuit het dierenwelzijn: de behoeften van de dieren moeten leidend zijn. Binnen het huidige systeem kan dat niet, dát is inmiddels wel aangetoond, dus het systeem moet om. Ook zegt ze: wat we vragen, ís niet radicaal. Sterker nog: het was D66-minister Brinkhorst die in 2002 als eerste opschreef dat de veehouderij aan de behoeften van de dieren zou moeten worden aangepast, en later is dat in 2007 herhaald door CDA-minister Verburg. De uitwerking die de PvdD in haar voorstel heeft gegeven van een dierwaardige veehouderij is gelijk aan die van een aantal gerespecteerde wetenschappelijk deskundigen. Er is, met andere woorden, dierinhoudelijk geen speld tussen te krijgen.

Dierenwelzijn versus economie

Nieuw Sociaal Contract (NSC), bij monde van een voormalig melkveehouder, redeneert vanuit de economie en geeft in reactie op de visie van de PvdD aan dat dit niet zo makkelijk gaat. Zij praat over financiële haalbaarheid en onderbouwt dit met informatie van de Rabobank. Als een boer een stal wil neerzetten waarvan niet duidelijk is of die aanpak financieel zal renderen, moet de bank uit zorgplicht geen lening geven.

NSC beroept zich op ervaring in Europese kostprijs-calculaties en kennis van de wereldmarkt. NSC ziet geen verantwoord verdienmodel gebaseerd op de visie van de PvdD. Dat zou einde oefening betekenen voor de melkveehouderij, denkt zij. Ook daar valt veel voor te zeggen. De tucht van de markt kent weinig genade. Voorlopers worden eerder afgestraft dan geholpen.

Ze hebben allebei vanuit hun eigen invalshoek gelijk. Maar ze lijken elkaar nooit écht te horen, want de PvdD-benadering is gebaseerd op studie van het gedrag van dieren, en een morele duiding van hoe mensen met dieren om (zouden moeten) gaan. De benadering van NSC is gebaseerd op economische mechanismen. Vrijhandel en de wereldmarkt leiden tot ‘de laagste prijs’ en daarin is weinig tot geen ruimte voor het belonen van morele waarden.

Visies verbinden

Interessant genoeg kwam de SP met een verbindende visie. Zij ziet het zo: We hebben een systeem waarin zowel boeren als dieren vastzitten. Dat systeem moet om. Zou het kunnen helpen als boeren in Nederland niet hoeven concurreren op de wereldmarkt, niet afhankelijk zijn van de Rabobank en de bijbehorende noodzaak tot schaalvergroting en als ze werken in ketens die niet altijd kiezen voor de laagste prijzen? Volgens de SP heeft de overheid gefaald in het stellen van randvoorwaarden aan de markt en mag daar ook de schuld worden gelegd.

NSC is het met de SP eens. Het is het falen van de overheid, vindt ze, vaak aangejaagd door de sector zelf. Een gepaste krimp van de veehouderij vindt NSC nodig.

Begin in Nederland en Noordwest-Europa

Als de voorwaarden van de SP goed worden ingevuld, dan zou dat een oplossing zijn voor de boeren die produceren voor de Nederlandse markt. En dát zou al herculische krachten vragen. De retail, de horeca, de fastfoodketens en de consumenten in Nederland moeten dan allemaal loyaal worden én blijven aan de Nederlandse boeren die herkenbaar voor ‘ons’ dieren houden.

Het bereiken van een dierwaardige veehouderij vraagt een systeemomslag. Dat is zó ingrijpend, daarvoor is vertrouwen nodig. Dat vertrouwen is er niet. Vertrouwen tussen boeren, overheid, markt en maatschappij vraagt om een consistentie die de politiek niet kan bieden.

Daarom is een autoriteit ‘Dierwaardige veehouderij’ nodig. Die objectief en met gezag meet, monitort en rapporteert. En die zo nodig de betrokken partijen, waaronder ook de marktpartijen en de overheid, corrigeert. In mijn inschatting zijn retailers en de grote ketenpartijen best bereid stappen te zetten om via de markt een hogere norm te stellen.

Gezamenlijke markt

Een veehouderij die alleen produceert voor de Nederlandse consumptie is niet erg realistisch: te duur, te kwetsbaar. Maar in de ons omringende landen, Duitsland, België en Groot-Brittannië, vinden dezelfde maatschappelijke discussies en ontwikkelingen op het vlak van dierenwelzijn plaats. Naar die landen gaat ook het grootste deel van onze export. Laten we met deze landen en met de gelijkgestemde Scandinavische landen, afstemming en samenwerking zoeken. Zo ontstaat er al een grote gezamenlijke markt.

Laten we een begin maken. De definitie van een dierwaardige veehouderij is bekend, streefdoelen kunnen in Nederland en de rest van Noordwest-Europa worden uitgewerkt. Diergericht ontworpen houderijsystemen zijn al uitgedacht. Er zijn innovatieve voorlopers, er zijn bereidwillige marktpartijen en boeren.

Transitiefonds

De overheid kan, om het begin mogelijk te maken, 43,5 miljoen over 5 jaar (in 2024 dus 8,7 miljoen) beschikbaar stellen om alvast de eerste ideeën uit te proberen op praktijkboerderijen, om te beginnen voor de Nederlandse markt. Ook kan zij het transitiefonds – dat nu alleen open staat voor maatregelen die te maken hebben met klimaat, stikstof, water, bodem en natuur – ook openstellen voor dierenwelzijn om zo tot een echt integrale aanpak van de veehouderij te komen.

De sleutel tot opschaling van diergericht ontworpen veehouderijsystemen ligt in het beter beschermen van milieu- en diervriendelijker voedselproductie in Nederland en in de rest van Noordwest-Europa. Dus geen laagwaardige import, wél overheidsbeleid dat milieu- en diervriendelijker voedsel stimuleert in plaats van dwars zit. Verder werken in vaste ketens met stabiele prijsmechanismen, in een markt gericht op duurzamere consumptie in Noordwest-Europa. En als dit technisch en economisch in Nederland en in Noordwest-Europa lukt, dan kan het daarna verder in Europa worden uitgedragen.

De dieren zijn het doel voor de Dierenbescherming, maar om tot een dierwaardige veehouderij te komen moeten we ook de economie meenemen.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen