Eind aan jacht op wilde vogels? Schiet niet op
Kabinet past kunstgreep toe om jacht niet definitief te sluiten
Het viel ergens misschien te verwachten. Het kabinet gaat een aangenomen Kamermotie om de hobbyjacht op wilde vogels te stoppen niet uitvoeren. Teleurstellend, want komend weekend sluit de hobbyjacht, en hoe sterk was het geweest om dit het definitieve einde te maken van het nodeloos doodschieten van in het wild levende vogels?

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter


Het kabinet voert de aangenomen motie om de hobbyjacht op wilde vogels te stoppen niet uit, omdat het stelt dat daarvoor ‘geen duidelijke juridische basis is’. Volgens de staatssecretaris komt de term ‘hobbyjacht’ (wat officieel ietwat eufemistisch ‘benuttingsjacht’ wordt genoemd) niet voor in de Omgevingswet en doet die benaming bovendien geen recht aan de rol die jagers volgens het kabinet vervullen bij faunabeheer.
Juridische uitvlucht
Een juridische uitvlucht, wat ons betreft. Want de motie van Kamerlid Kostić van de Partij voor de Dieren (PvdD) over dit onderwerp was duidelijk: een einde aan de hobbyjacht op wilde vogels, in ieder geval terwijl er vogelgriep rondzingt. Een meerderheid van een (net nieuw gekozen) Tweede Kamer was dat met Kostić eens, en de motie werd aangenomen.
Natuurlijk, het is het recht van een kabinet of bewindspersoon om een motie naast zich neer te leggen. Als deze onuitvoerbaar is, bijvoorbeeld, of als het indruist tegen bestaande wetgeving. Maar niet omdat de tekst in de motie – die overigens zo volstrekt helder is dat elke politieke leek hem zou kunnen begrijpen – nét iets anders geformuleerd is dan de wet waar hij over gaat. Dat is politiek opportunisme over de rug van Kamerleden die zich héél duidelijk hebben uitgesproken. En over de rug van dieren die zichzelf niet kunnen verdedigen tegen de kogel, en daardoor (gelukkig) steun hebben gekregen in de Tweede Kamer. Waar, om even in herinnering te brengen, de meerderheid van de Tweede Kamer dus voor is.
Smal
Daar komt bij dat het kabinet deze discussie wel erg smal trekt. De staatssecretaris stelt dat er ‘geen veterinaire argumenten’ zijn om de jacht te stoppen, omdat vogelgriep al breed aanwezig is onder wilde vogels in Nederland en jacht daardoor geen substantiële invloed zou hebben op de verspreiding van vogelgriep. Bijzonder dat dit zo stellig wordt gesteld door de staatssecretaris, terwijl hij tegelijkertijd aangeeft dat de vraag überhaupt nog ter toetsing wordt voorgelegd aan experts. Experts die de PvdD al wel had geraadpleegd. Het was goed bestuur geweest als de staatssecretaris hier het voorzorgsbeginsel in acht had genomen.
Dierenwelzijn gaat niet alleen over epidemiologische modellen. Wilde vogels staan onder druk door verlies van leefgebied, verstoring en menselijke activiteit. Niet voor niets is de staat van instandhouding van veel vrij bejaagbare soorten verre van optimaal. Juist in dit verhaal is het logisch om extra terughoudend te zijn met activiteiten die leiden tot stress, verstoring en sterfte. Dat er geen bewijs is dat jacht al dan niet of wel vogelgriep verspreidt, is geen argument om er dan maar niets aan te doen. Het zou juist een kwestie van én-én zijn: de keuze om een diersoort die al onder druk staat door vogelgriep niet nog meer in het nauw drukken.
Uitstel
In plaats daarvan kiest het kabinet voor uitstel. De kwestie wordt opnieuw voorgelegd aan experts en de Kamer wordt na het zomerreces geïnformeerd. Met het risico dat de jacht volgend jaar dus weer open gaat terwijl er nú om actie is gevraagd. Dat is dus een actieve beslissing om niets te doen. De rekening daarvan wordt niet betaald in Den Haag, maar in het veld, door wilde vogels die jaarlijks zonder aantoonbare noodzaak worden gedood.
Het kabinet had hier kunnen laten zien dat het dierenwelzijn serieus neemt en de wil van de Kamer respecteert. Door komend weekend niet alleen het einde van het jachtseizoen te markeren, maar het bredere einde van de hobbyjacht op wilde vogels. Die kans laat het kabinet liggen. Dat is teleurstellend, bestuurlijke armoe en moeilijk uit te leggen aan iedere kiezer die dacht dat een aangenomen motie ook echt iets betekende.
