Fokken op uiterlijke kenmerken nog steeds een groot probleem

In de uitzending van EenVandaag vorige week vrijdag, kwamen de aanhoudende problemen bij rashonden en -katten opnieuw aan bod, met speciale aandacht voor de ernstige gezondheids- en welzijnsproblemen bij kortsnuitige honden.

Piko Fieggen

Door: Piko FieggenProgrammamanager Verantwoorde Omgang met Gezelschapsdieren

Fokken op uiterlijke kenmerken nog steeds een groot probleem

Fokverbod lost probleem niet volledig op

De Dierenbescherming noemt dit een blijvende doorn in het oog. Door extreme fok op uiterlijk krijgen deze dieren vaak levenslange aandoeningen, zoals ademhalingsproblemen, benauwdheid, oververhitting en chronische pijn. “Het is volstrekt onaanvaardbaar dat dieren zo moeten lijden”, klinkt het.

Nederland kent sinds 2019 een fokverbod voor kortsnuitige honden, dat in 2023 werd aangescherpt: uitzonderingen voor kruisingen (outcrossen) om de snuit te verlengen werden opgeheven. Toch lost dat het probleem niet volledig op. Een fokverbod voorkomt niet dat mensen zieke honden uit het buitenland importeren en houden. Juist dat importcircuit houdt de vraag in stand en zorgt voor voortdurend dierenleed.

Is een houdverbod de oplossing?

Daarom pleit de Dierenbescherming al langer voor een houdverbod, naast het fokverbod. Zo’n verbod geldt al voor de naaktkat en katten met vouwoortjes (Scottish Fold). Nu moet de kortsnuitige hond volgen, mede dankzij een aangenomen motie uit 2024 die een houdverbod mogelijk maakt voor alle dieren waarop al een fokverbod rust.

Maar een houdverbod uitvoeren is complex. Kopers moeten redelijkerwijs kunnen weten dat ze een “ondeugdelijke” hond aanschaffen – anders is handhaving juridisch lastig. Daar is nu geen richtlijn of duidelijk herkenbaar patroon voor, zoals dat bij een naaktkat (= geen haar) en vouwoorkat (= platte oren) wel duidelijk te herkennen valt. Voor de neuslengte is dat lastig, omdat de hond nog groeit en daarmee de verhouding van de neus wijzigt.

De kernvraag is: “Had je het kunnen weten?” Als het antwoord niet duidelijk “ja” is, wordt aansprakelijkheid moeilijk.

Onderzoek om kortsnuitigheid op te sporen

Daarom start het Expertisecentrum Genetica Gezelschapsdieren nu specifiek onderzoek. Doel: een betrouwbare methode ontwikkelen om al bij een pup van 7-8 weken oud met zekerheid vast te stellen of de snuit te kort is – en of die ook bij volwassenheid niet voldoet aan de wettelijke norm. Dat moet het voor iedereen eenvoudig maken om te beoordelen of een pup legaal en gezond is.

De Dierenbescherming erkent dat er nog veel stappen nodig zijn om tot een werkend verbod te komen. Het is complex, helaas. Maar het doel is duidelijk: iedereen wil gezonde huisdieren zonder onnodig lijden. Wij blijven ons hier met veel overtuiging voor inzetten.

Voor een gezonde pup

Het vinden van een goede, gezonde hond is lastiger dan je denkt. Malafide hondenhandelaars zijn erg doortrapt. Ze weten precies hoe zij hun pups moeten verkopen. Kijk bij het LICG voor meer tips

Lees tips van het LICG Doe de test