“Ik hoop dat mensen mijn boek lezen en zien hoe belangrijk dierenambulancewerk is”
Medewerker Dierenambulance Zuid-Holland Zuid – Nancy Groeneveld
“Een manegebrand in Ridderkerk, wietkwekerijen waar je katten moet zoeken, een kraakpand waar iets met een dier aan de hand is…"
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

"Als dierenambulancemedewerker kom je op plekken waar je normaal misschien niet komt en maak je elke dienst iets anders mee. Leuke, verrassende, verdrietige en ook bizarre situaties. Ik werk nu 25 jaar op de dierenambulance en heb mijn bijzonderste ervaringen op papier gezet. Het resultaat: Blaffende honden bijten soms, uitgegeven door uitgeverij Just Publishes."
Een boek schrijven
“Toen ik me realiseerde dat ik dit jaar al 25 jaar dierenambulancewerk doe, wilde ik daar iets mee. In het begin schreef ik nog weleens wat ervaringen op en de laatste vijf jaar ben ik dat ook weer gaan doen. Ik dacht ‘niet geschoten, is altijd mis’ en belde een aantal uitgevers.

Uitgeverij Just Publishes reageerde enthousiast op mijn aangeleverde verhalen: ik mocht gelijk op gesprek komen. Ik was al een heel end met mijn 25.000 woorden. Tenminste, dat dacht ik… Just Publishes zag het slechts als beginnetje. Ze wilden een dík boek van zo’n 65.000 woorden! Ik vroeg nog voorzichtig of dat inclusief of exclusief leestekens was. Tja, je maakt zoveel mee op de dierenambulance en bijzondere ervaringen vergeet je niet. Achtergelaten kittens, verwaarloosde honden die je in opdracht van de LID (Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn) ophaalt, kwijtgeraakte gifslangen: genoeg stof om over te schrijven. Ik besloot gedisciplineerd ieder weekend een verhaal uit te werken. Een jaar later is het boek een feit!”
Lang leve de openstaande brug
“Dit boek was nooit geschreven als de Van Brienenoordbrug niet had opengestaan. De eerste keer dat ik een dienst meedraaide, reed ik mee op de wagen met een oudere collega. Hij haalde voortdurend zijn voet van het gaspedaal af en bij die oude wagens destijds, vloog je dan zo’n beetje door de voorruit. Na verloop van tijd werd ik zó misselijk dat ik dit vrijwilligerswerk niet zag zitten. Totdat we op de Van Brienenoordbrug aankwamen. De slagbomen werkten niet meer, waardoor we zeker een half uur stilstonden. Mijn misselijkheid zakte weg en ik gaf aan dat ik toch mijn dienst wilde afmaken! Als er niets met die brug aan de hand was geweest, was ik waarschijnlijk afgehaakt. Ik werd nog weleens ingeroosterd met deze man, maar voortaan reed ik.”

