Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is… een egel!

Waarom de egeltelling (13-15 september) zo waardevol is

We komen ze op de vreemdste plekken tegen: in de schuur tussen de aardappelen, onder de barbecuehoes, laatst ook in een via Marktplaats verkochte kano en zelfs op het balkon of de zolder. Ik heb het over nestjes egels! Hoe ze daar terechtkomen? Het is soms een mysterie.

Ferry van Jaarsveld

Door: Ferry van JaarsveldCoördinator Egelopvang Papendrecht

Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is… een egel!

Doe mee aan de egeltelling!

Op dit moment verwelkomen we veel jonge egeltjes in onze egelopvang. Weesjes, maar ook moeders met egels. Achtergelaten, verzwakt, besmet met parasieten of gewond. We verzorgen er nu een stuk of dertig. Sommigen met moeder en anderen zonder. We kregen zelfs een nestje met twee albinobaby’s binnen, helaas overleefde eentje daarvan het niet. Met de rest van het nest gaat het gelukkig wel goed. Ze zitten veilig bij mama in ons daarvoor bedoelde ‘hedgehok’. Ik vind het dit jaar opvallend dat we alle leeftijden jonkies binnenkrijgen. Normaal start het jonge-egelseizoen met hele jonge egeltjes en eindigt het met oudere jonge dieren. Nu krijgen we alles door elkaar binnen.

Wat doe je als je een jong egeltje tegenkomt?

Egels krijgen zo’n vier tot tien babyegels. De jongen blijven zes weken bij hun moeder. Aan het begin drinken ze melk en later wandelen ze met mama mee om eten te zoeken. Kom je zelf een jong egeltje zonder moeder tegen? Kijk het eerst een uurtje aan. Het kan zijn dat moeder egel even een rondje loopt en dat er een kleintje achterblijft. Na een tijdje komt ze wel weer terug en neemt ze haar kroost gewoon weer mee. Als het kleintje langdurig alleen blijft, bel dan met een egelopvang om te overleggen. Als een jong zichtbaar gewond is, dan bel je natuurlijk direct. De egel is een beschermde diersoort: je mag het nest niet verstoren of verplaatsen. Kom je een nestje tegen onder je barbecuehoes? Heb dan een paar weken geduld en ik zou zeggen: geniet ervan, het is zo’n mooi gezicht!

Meer dan twee keer zoveel egels in de opvang

In totaal vangen we momenteel ongeveer 1300 egels per jaar op. Tien jaar geleden waren dat er 500… Waar dat aan ligt? Aan de ene kant zijn mensen meer bezig met de egel dan toen. In veel tuinen hangen wildcamera’s, mensen lijken beter geïnformeerd en bellen sneller als ze een egel tegenkomen. Aan de andere kant neemt het aantal tegeltuinen dramatisch toe. Hoe meer tegels, hoe slechter het met de egels gaat. Deze dieren leven van insecten, zoogdiertjes, fruit en nog veel meer. In een kale tuin met tegels of kunstgras is er geen voedsel te vinden. Dat terwijl egels de laatste jaren vaker naar de stad lijken te trekken. Daar is het warmer dan in de natuur en daar leven geen oehoes en dassen (natuurlijke vijanden). Al hebben ze nu te maken met de mens met z’n kale tuinen en auto’s.

Albino-egeltje met broertje.

Egeltelling: waardevol!

Maar we zien dus ook dat steeds meer mensen bijvoeren en egelhuisjes plaatsen. Dat is super en hard nodig! Om te weten te komen waar de egels zich bevinden, hoeveel het er ongeveer zijn en hoe het over het algemeen gaat met de egel, vindt jaarlijks de Egeltelling plaats. De informatie die daaruit voortkomt is voor onze egelopvang ontzettend waardevol. Een voorbeeld: we lieten egels na herstel altijd los in het bos, maar misschien is het inmiddels wel beter om ze in groene tuinen uit te zetten. Als bijvoorbeeld blijkt dat er in hartje Rotterdam veel egels leven, dan weten we dat ook dat prima leefgebied kan zijn. Komend weekend (13-15 september) kun je ons daarom enorm helpen door mee te tellen!”

Wat kun je nog meer doen?

Naast tellen kun je nog veel meer voor egels doen. Ik zeg altijd ‘tegel eruit, egel erin’. Hoe meer groen in je tuin en hoe meer rommelige hoekjes met takken en bladeren, hoe blijer de egel. Maak ook een egelsnelweg in je schutting. Als de egel een tuin met alleen kunstgras en een trampoline tegenkomt, kan hij doorlopen naar een tuin die hem wel bevalt. Egels lopen 5 tot 7 km per nacht, wel zo fijn als ze op nuttige plekjes kunnen komen. Je kunt egels ook bijvoeren, maar geef ze niet te veel! Daar krijg je obesitas-egels van. En tja, als je vogels voert, hang je ook geen honderd vetbollen op, toch? De egel moet zelf ook nog op zoek gaan naar eten. Zet ten slotte een egelhuisje neer, dat hoeft geen duur en chic exemplaar te zijn. De simpelste versie voldoet al. Heb jij voor je egel een paradijsje ingericht en komt er maar geen een? Je weet het nooit. Ik mag dan egelopvangbeheerder zijn, ik zag pas dat ik egeltjes in de tuin had toen ik de beelden van mijn wildcamera terugkeek. Ik had geen idee! Dat is het leuke aan deze dieren. Ze kunnen stiekem ook in jouw achtertuin leven.

Tel jIJ OOK meE?

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen