Laat dierenwelzijn niet ondersneeuwen in het klimaatbeleid

In discussies over de landbouw gaat het vaak vooral over stikstof, maar het ene probleem is nog niet opgelost of het volgende staat alweer te wachten. 2023 gaat de boeken in als het warmste en natste jaar sinds het begin van de metingen. Klimaatverandering is een feit, en dat merken ook de dieren in de veehouderij. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) publiceerde hierover een zienswijze, waarin ze oproept om dierenwelzijn een prominentere plaats te geven in de klimaatdiscussie.

Lisanne Stadig

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

Laat dierenwelzijn niet ondersneeuwen in het klimaatbeleid

Warmere zomers, meer extremen

Dieren in de veehouderij krijgen op verschillende manieren te maken met de negatieve effecten van klimaatverandering. De zomers worden al jarenlang steeds warmer, wat zorgt voor meer hittestress op de boerderij maar ook tijdens transport. Daarnaast zorgt de stijgende temperatuur ervoor dat nieuwe ziektes de kop op kunnen steken. Een voorbeeld hiervan is het blauwtongvirus, dat eind 2023 weer opdook en met name bij schapen veel slachtoffers maakte. Dit virus wordt verspreid door een mug die eerst niet voorkwam in Noord-Europa, maar die bij de hogere temperaturen goed gedijt.

Naast de stijgende temperaturen zijn er ook vaker weersextremen, zoals stormen, lange periodes van droogte of juist veel regenval. Dit kan zorgen voor calamiteiten, bijvoorbeeld als gebieden waar dieren staan onverwacht onder water komen te staan. Maar het kan ook problemen geven als dieren door extreme droogte of veel regenval minder dan normaal naar buiten kunnen, omdat er geen gras meer in het weiland staat of dat het te nat is.

Veehouderij als bron van klimaatverandering

Dieren in de veehouderij zijn niet alleen slachtoffer van klimaatverandering, ze zijn zelf ook een bron van broeikasgassen. Die komen namelijk vrij bij bijvoorbeeld de productie van veevoer, uit mest, en uit de dieren zelf (m.n. koeien, die methaan uitademen). Daarom zijn er doelstellingen afgesproken om de broeikasgasemissies uit de veehouderij terug te dringen. Dit kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld door dieren ander voer te geven, door stallen aan te passen, door dieren te fokken op een lagere broeikasgasuitstoot, door mest op een andere manier te verwerken, of door minder dieren te gaan houden en consumeren.

Sommige van deze maatregelen pakken zowel voor het klimaat als voor dierenwelzijn goed uit. Meer weidegang voor runderen bijvoorbeeld – dit is goed voor de koe, en zorgt ook voor minder methaanuitstoot. Van andere maatregelen, zoals het voedingsadditief Bovaer®, is wel bekend dat ze de broeikasgasuitstoot verminderen, maar niet wat de (langetermijn)effecten op dierenwelzijn zijn. Sommige maatregelen hebben duidelijke risico’s voor dierenwelzijn, zoals het fokken van dieren met een zo laag mogelijke CO2-footprint per kg melk. Hiermee wordt namelijk geselecteerd op hoge productie, wat gepaard gaat met allerlei gezondheidsrisico’s.

Meer aandacht nodig voor dierenwelzijn in klimaatbeleid

Het is daarom nodig dat klimaatadaptatie onderdeel wordt van een dierwaardige veehouderij, en dat dierenwelzijn meer aandacht krijgt in het beleid om de broeikasgasemissie uit de veehouderij terug te dringen, concludeert de RDA. Als Dierenbescherming zijn we het daar hartgrondig mee eens. Een echt integrale aanpak is nodig, bijvoorbeeld in de provinciale plannen die nu worden opgesteld in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De Dierenbescherming pleit samen met andere organisaties al langer voor een meer integrale aanpak middels de campagne Ook Onze Transitie.

Lees hier de volledige zienswijze van de RDA, en luister hier naar de podcast waarin Gé Backus, directeur Connecting Agri & Food, en ikzelf meer vertellen over dit onderwerp.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen