Meten is weten: bijtincidenten moeten gemeld

Kennis over aard en toedracht nodig voor effectieve maatregelen

Elk bijtincident is er één teveel, daar zijn we het vermoedelijk over eens. Maar welke methode moeten we gebruiken om het aantal aanvaringen tussen hond en mens of hond en dier omlaag te brengen? Dat weten we niet, simpelweg omdat we ook niet weten waar het probleem zit. Meer onderzoek (zoals het ministerie op dit moment aan het doen is) is dus broodnodig.

Niels Kalkman

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter

Meten is weten: bijtincidenten moeten gemeld

Het is de nachtmerrie van iedereen die kinderen en/of honden een warm hart toedraagt: een aanval van een hond (eufemistisch ‘bijtincident’ genoemd) met vreselijke verwondingen of misschien wel erger tot gevolg. Naar schatting zijn er 150.000 aanvaringen tussen hond en mens per jaar. Naar schatting, want niemand weet het precies. Het zijn oude cijfers, gebaseerd op schattingen, die al jaren herhaald worden. En laat daar nu net het probleem zitten: wat je niet weet, kun je ook niet oplossen.

Aan knoppen draaien

Want in welke context gebeuren bijtincidenten? Op welke plaatsen? Met welke hondenrassen? Met welke aanleiding? Wie zijn de slachtoffers? Hoe is de hond getraind en gesocialiseerd? Simpel gezegd: om te weten aan welke knoppen je moet draaien om dit probleem op te lossen, moet je eerst weten welke knoppen er überhaupt zijn. Effectieve wet- en regelgeving leunt op het hebben van betrouwbare informatie, die er nu niet is.

Het allerveiligste? Het verbieden van honden, het verplichten van muilkorven of – zeer gechargeerd – alleen nog maar honden zonder tanden toelaten. Maar daar tref je ook honden en -baasjes mee die nooit hebben bijgedragen aan het probleem, en dat is waar wij als Dierenbescherming onze tanden laten zien: gerichte wet- en regelgeving moet er namelijk juist voor zorgen dat je ook geen welzijnsaantasting veroorzaakt bij rassen die overduidelijk niet het probleem zijn (want zo’n muilkorf: dat is geen pretje).

Labrador

Laat ik het makkelijker maken, maar tegelijkertijd niemand tegen het hoofd (of de kop) stoten: als er na gedegen onderzoek blijkt dat het grootste gedeelte van de bijtincidenten plaatsvindt op hondenlosloopgebieden met een vijfjarige slome labrador als dader (ik heb er zelf één, dus ik durf dit statement wel te maken) weet je waar het probleem zit: dan moet je óf speciale wetgeving rondom dit soort labradors maken óf iets doen met hondenlosloopgebieden. Dit kun je natuurlijk doortrekken naar andere rassen en situaties. Zijn uit het buitenland geïmporteerde honden vaker boosdoener? Strengere regels op import. Blijkt uit onderzoek dat een gebrek aan kennis bij de baasjes tot problemen leidt? Wie weet is een verplichte cursus wel een oplossing.

Pitbulls

Dat het te makkelijk is om te zeggen ‘dan moeten we gewoon alle pitbulls verbieden’ blijkt wel uit de Regeling agressieve dieren. Deze ‘RAD’ behelsde eigenlijk precies dit (het verbieden van fokken, houden en importeren van pitbull-achtigen zonder stamboom), maar werd in 2008 afgeschaft omdat het niet effectief bleek in het verminderen van het aantal bijtincidenten. Deze wetgeving werkte dus niet, was ingewikkeld te handhaven en bovendien wist men omwegen te vinden door kruisingen en variaties te fokken die nét niet onder de regeling vielen. Het probleem ligt dus dieper en ingewikkelder dan alleen bepaalde rassen die sommige mensen als eng en intimiderend ervaren.

Maar waar ligt het probleem dan wel? Heel simpel: niemand die het weet, en degene die zegt de oplossing zelfs al te hebben, verkoopt je knollen voor citroenen. De langetermijnprocessen liggen echter wel voor ons: elk incident, hoe groot of klein dan ook, melden bij het speciale formulier van de Rijksoverheid. Meten is uiteindelijk weten, en met een compleet beeld in de hand kunnen we aan de slag met wat er wél werkt.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen