Nutteloze benuttingsjacht op kwetsbare ‘beschermde’ wildlijstsoorten weer geopend
Ook hazen weer het haasje
Het gaat niet goed met de hazen in Nederland, zo is in 2024 vastgesteld met onderzoek in opdracht van het ministerie van LVVN. Toch wordt de jacht op hazen in negen van de twaalf provincies ook dit jaar gewoon weer geopend op 15 oktober.
Door: Michiel de WitBeleidsadviseur provincies Brabant, Zeeland, Limburg

Het genot van de jagers
De haas is een van de vijf soorten op de landelijke wildlijst met soorten die voor ‘benutting’ bejaagd mogen worden. Dat wil zeggen: met als uitsluitend doel ze te gebruiken voor consumptie. Het is dus niet zo dat deze dieren voor ernstige schades zorgen die niet met andere dan dodelijke middelen voorkomen en beperkt kunnen worden, en er een noodzaak zou zijn om deze dieren te ‘beheren’. Het afschot van wildlijstsoorten vindt puur voor het genot van de jagers plaats.

Staat van instandhouding
Wettelijke voorwaarde voor de benuttingsjacht op de wildlijstsoorten is dat de ‘staat van instandhouding’ ervan niet in het geding is (Nota van toelichting, artikel 11.69 Bal). Nu wil het toeval (?!) dat de staat van instandhouding van álle vijf die in het jachtseizoen vrij bejaagbare wildlijstsoorten in het geding is. Je zou zeggen: een no brainer, sluiten die jacht op deze beschermde soorten waar het niet goed mee gaat! Maar nee, sinds duidelijk is dat de staat van instandhouding van die vijf wildlijstsoorten in het geding is, is alléén de jacht op konijn – met een zeer ongunstige staat van instandhouding – in alle twaalf provincies gesloten. En de jacht op haas – waarvan de staat van instandhouding eveneens als zeer ongunstig wordt beoordeeld – wordt in slechts drie provincies niet geopend. De jacht op de overige soorten (houtduif en fazant met een zeer ongunstige en wilde eend met een matig ongunstige staat van instandhouding) gaat al jaren gewoon door. Evenals het ‘beheer’ van konijnen, want o ja, die stond ook nog op de landelijke vrijstellingslijst van soorten die ‘vergunningsvrij’ afgeschoten mogen worden – ook búiten het jachtseizoen, om te voorkómen dat ze voor gewasschade zouden kunnen gaan zorgen. Gerechtelijke uitspraken over vrijgestelde soorten dreigden even roet in het konijnen-eten van de jagers te gooien, maar gelukkig voor hen kwamen provincies en faunabeheereenheden te hulp met het vinden van ‘onderbouwingen’ en het ‘bieden van handelingsperspectief’. Wat betekent dat jagers voort kunnen met het schieten van konijnen, nu onder het mom van beheer – ongunstige staat van instandhouding of niet.
Intensiever tellen
Je zou van weidelijke jagers – die ethisch en ecologisch verantwoord zeggen te handelen – toch mogen hopen dat als de wetgever ze niet dwíngt, ze dan vrijwíllig zouden afzien van in ieder geval de benuttingsjacht op soorten met een ongunstige staat van instandhouding. Sterker nog: je zou verwachten dat jagers hun inspanningen als edelmoedige vrijwilligers voor natuur- en faunabeheer zouden richten op het herstél van deze soorten en hun leefgebieden. En als de Jagersvereniging dat al niet zou doen, dat er dan Caring Wildlife Managers zouden opstaan, zoals je onder boeren Caring Farmers en onder dierenartsen Caring Vets hebt. Maar nee, niets van dat al.
In plaats daarvan stelt de vereniging van jagers de bestaande tellingen ter discussie. Blijkbaar was er met die tellingen niets mis toen de staat van instandhouding nog gunstig was en ze vrijuit mochten jagen. En ze gingen zelf als de wiedeweerga intensiever tellen, ook ’s nachts, met nachtkijkers en al. En tóen, toen telden ze – verrassing! – opeens méér hazen dan voorheen. En ze voerden de druk op Den Haag op om toch vooral ook in Groningen, Utrecht en Limburg de jacht op hazen te heropenen, onder meer met een petitie die nog niet al te hard loopt.

Benuttingsjacht in plaats van herstel
De ongunstige staat van instandhouding van de vijf wildlijstsoorten was voor de eerdere minister van Natuur en Stikstof Christianne van der Wal een van de aanleidingen om in 2023 een stelselwijziging jacht en faunabeheer in gang te zetten. Dat proces loopt nu, twee kabinetten verder, nog steeds. En waar stuurt de Jagersvereniging daarbij op aan? Niet primair op bescherming en herstel van kwetsbare soorten en hun leefgebieden, en al helemaal niet op het (al dan niet tijdelijk) sluiten van de jacht op soorten met een ongunstige staat van instandhouding. In plaats daarvan bepleit ze schaamteloos een uitbreiding van de wildlijst met tientallen soorten, tot wel meer dan veertig. Eigenlijk met álle soorten die nu geschoten worden in het kader van ‘beheer’. Daarbij is het nu nog zo dat pas tot afschot van deze soorten mag worden overgegaan als aangetoond is dat er ernstige schades zijn of dreigen, die niet voldoende met preventieve maatregelen te voorkomen zijn en dat de staat van instandhouding van de te beheren soort gunstig is. Dat is het huidige ‘nee, tenzij-beleid’; nee, afschot mag niet, tenzij is voldaan aan de drie wettelijke voorwaarden (artikel 8.74 j & k Besluit kwaliteit leefomgeving). In plaats daarvan willen de jagers een verandering naar een ‘ja, mits-beleid’; ja, onvoorwaardelijk jagen op tientallen soorten mag, mits de staat van instandhouding niet in geding is. Waar dat toe leidt zien we aan de staat van instandhouding van de vijf wildlijstsoorten. Zoals we dat eerder gezien hebben bij de jachtsoorten patrijs, korhoen en otter. Die laatste twee zijn tot het laatste exemplaar uit Nederland verdwenen (daarna hebben enkele herintroducties plaatsgevonden). Niet gek als je bijvoorbeeld kijkt naar de afschotcijfers van hazen in de afgelopen jaren in sommige provincies: daar werden soms ongeveer net zo veel hazen geschoten als er in het voorjaar waren geteld. En dan is het verweer uit de jagerswereld – verwijzend naar het eerder vermelde onderzoek in opdracht van LVVN – dat afschot ‘niet de enige sterftefactor’ is. Nee, maar benuttingsjacht draagt zeker niet bij aan het herstel, vooral als er te weinig gebeurt aan de ándere sterftefactoren.
