Onvervangbaar of vooruit met de geit?

Over het gebruik van dieren en wat de wetgeving van ons wil

Vorige week verving ik een collega bij een extern overleg. Het overleg zelf ging – puur toevallig – óók over ‘vervanging’. De vervanging van proefdieronderzoek door onderzoek zónder proefdieren, om precies te zijn. We willen als Nederland wereldwijd vooroplopen in het uitfaseren van proefdiergebruik. Een geweldig mooi streven natuurlijk. Maar dat blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig.

mr. Léon Ripmeester

Door: mr. Léon RipmeesterJurist

Onvervangbaar of vooruit met de geit?

De laatste jaren worden er zelfs weer steeds méér proefdieren gebruikt in Nederlands onderzoek (492.380 in 2022, zie: Zo doende 2022 jaaroverzicht | Publicatie | NVWA). Hoe dat precies komt, is een ingewikkeld verhaal. Waar ik als 'plaatsvervanger' ook echt weer even in moest duiken, ouderwets op moest blokken zeg maar gerust, alsof ik opnieuw een tentamen burgerlijk procesrecht moest afleggen.

De proefdierwetgeving schrijft voor dat je géén dierproef mag doen als er een goed alternatief is. Dan moet je het proefdiergebruik vervangen. Is er geen alternatief, dan moet je volgens de wet actief kijken naar vermindering van het aantal te gebruiken dieren. Lukt ook dat niet, dan schrijft de wet voor dat gekeken moet worden naar verfijning, dat wil zeggen naar dierenwelzijnsaspecten zoals het verminderen van pijn, stress en ongerief bij de dieren die gebruikt worden. Dit noem je de '3 V-benadering'.

Nederland kijkt dus zeker ook naar het 'vervangen'. Los van alle meer wetenschappelijke uitdagingen daarbij, maakt ook diezelfde wetgeving het niet altijd even gemakkelijk. Zo volgt uit Europese regels dat momenteel ongeveer een derde van de dierproeven verplicht moet worden uitgevoerd om de veiligheid van chemische stoffen te testen. Ook mag Nederland van de Europese Unie de nationale regels over de inzet van bepaalde proefdieren (bijvoorbeeld honden, katten of mensapen – wat hier nog voorkomt) niet aanscherpen. Wat best wel merkwaardig is, zeker omdat andere EU-landen dit soms al wel verdergaand hebben geregeld (lees: verboden).

Dossier: dierproeven, niet meer vanzelfsprekend

Wie weet wat de wetgever wil?

Het zette mij weer wat aan het denken over het 'vervangen' van het gebruik van dieren in meer algemene zin. En dan vooral wat de wet hierin kan betekenen. De proefdierwetgeving stuurt dus best wel op het maken van een afweging en op de inzet van alternatieven voor diergebruik. Anderzijds worden wettelijke barrières opgeworpen, en bestaande praktijken beschermd.

Het lukt in wetgevingstaal vaak ook niet zo goed om het meewegen van de belangen van dieren écht goed te formuleren. Dat past niet zo goed bij de abstractere 'gereedschapskist’ die de wetgever gebruikt bij het maken van een wet. Soms kun je het dan proberen verder uit te werken in lagere, meer gedetailleerde regelgeving. Soms laten we het dan over aan de rechter om in te vullen wat er moet gebeuren. Bij proefdieren is er een systeem waarbij onderzoeksvoorstellen worden getoetst. Mogelijk kan dáár dan strenger worden gekeken naar 'verplichte vervanging' (dus of er alternatieven zijn)?

De wetgever wil wel, maar…

Een en ander herken ik ook uit de natuurbeschermingswetgeving. Je moet – zegt de wet – op zichzelf preventieve, alternatieve middelen inzetten vóór dieren mogen worden gedood uit oogpunt van schadebestrijding. In de praktijk wordt vaak al snel geconcludeerd dat deze alternatieven 'niet effectief zijn', waarna wordt overgegaan tot afschot. Ook op het gebied van veehouderij en de internationale handel in dierlijke producten zijn er wel zaken waarvan we zeggen: "Goh, moeten we daar niet mee stoppen? Moeten we dat niet vervangen door een andere aanpak, zonder dieren, of in ieder geval zonder dierenleed?" Je hoeft als EU bijvoorbeeld geen dierlijke producten te blijven importeren, die niet voldoen aan de – strengere – dierenwelzijnsstandaarden waaraan Europese boeren moeten voldoen.

Het probleem lijkt vaak, zo zat ik deze week te overdenken, dat wettelijke afwegingskaders het risico hebben dat ze een soort van 'rituele dans' worden. Waarbij er op een gegeven moment niet écht meer wordt gekeken naar verbetering van dierenwelzijn. Een soort bedrijfsblindheid zeg maar, dat men het oprecht gewoon niet meer (in-)ziet. Maar mogelijk wel denkt goed bezig te zijn.

Op Ik Zoek Baas staan veel ex-proefdieren die op zoek zijn naar een huis.

Waar een wil is…

Zomaar bepaald diergebruik verbieden is vaak ook niet per se de beste optie (soms wel overigens). Je moet ook kijken naar wát je dan precies wilt vervangen. Je hoeft ook geen nieuwe auto te kopen wanneer je koplamp stuk is. Bij het gebruik van proefdieren zou het – buiten de wetgeving om – helpen wanneer de subsidies/investeringen die Nederland nu nog steekt in proefdieronderzoek, worden gestopt, en dit geld wordt geïnvesteerd in (vervangend) onderzoek zónder dierproeven. De Tweede Kamer nam daar laatst ook een motie over aan, die wil dit dus ook. En bijvoorbeeld bij beheer en schadebestrijding van wilde dieren zouden er subsidies en vergoedingen moeten komen voor het nemen van preventieve, niet-dodende maatregelen. Nu is het nog zo geregeld dat je achteraf schadevergoeding kunt krijgen, waarvoor eerst ook nog dieren zijn gedood.

Volgens mij moet je telkens kijken met in gedachten: wat valt met droge ogen nog politiek en maatschappelijk te verantwoorden (= de vierde 'v'?), zeker als je er de wetenschappelijke inzichten bijhaalt?

Waarbij het doel van het gebruik van dieren, en wat de wetgeving daarin wil bereiken, goed voor ogen moet worden gehouden. En dat is in de kern toch ook? Vooruitgang en verbetering voor dieren (inderdaad, ook uit dezelfde 'vamilie').

Het zal mijn kronkelige geest zijn, maar zo kwamen mijn overpeinzingen toch ook een beetje uit bij de 3W-benadering: Waar een Wil is, is een Weg!

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen