Onvoldoende dierenwelzijn in regeerprogramma
Onderwerp wordt genoemd, maar te weinig en niet concreet genoeg
In het regeerprogramma van het eerste kabinet-Schoof is te weinig aandacht voor dierenwelzijn. Het onderwerp wordt slechts terloops genoemd en de plannen die er wél in staan, zijn niet concreet genoeg. Toch blijven we hopen, en denken we graag met het kabinet mee, omdat er op bepaalde vlakken wél ambities worden uitgesproken.

De langverwachte uitwerking van het hoofdlijnenakkoord in het Regeerprogramma is vandaag door het kabinet-Schoof gepresenteerd. De Dierenbescherming waardeert het dat het Regeerprogramma aandacht besteedt aan dierenwelzijn, zoals de beëindiging van het vervoer van dieren over lange afstanden. Wel willen we graag een aantal belangrijke punten onder de aandacht van de politiek brengen die ontbreken in het aangekondigde beleid, of die verdere verbetering behoeven.
Doorontwikkeling dierwaardige veehouderij
Allereerst zijn wij voorzichtig blij om te lezen dat de ingezette weg naar een dierwaardige veehouderij lijkt te worden voortgezet in de vorm van strategisch periodiek overleg met een evenwichtige vertegenwoordiging van stakeholders, en het onderstrepen van samenwerking met alle betrokken partijen. Voortzetten van dat overleg betekent dat jaren van werk, overleg en de roep om verbetering vanuit de samenleving worden gewaardeerd. Dat is een kans om echt een innovatieve doorontwikkeling te maken in de manier waarop wij met landbouwdieren omgaan in Nederland.
Een dierwaardige veehouderij past zich aan aan de behoeften van de dieren, zodat zij een staat van positief welzijn kunnen bereiken. Daarnaast is het belangrijk dat de dierwaardige veehouderij integraal duurzaam is, en dus ook goed is voor natuur, klimaat, water en natuurlijk de positie van de boer. Daarom is een goede verbinding tussen deze beleidsterreinen essentieel. Zodat (jonge) boeren nu kunnen gaan kiezen voor integrale win-winoplossingen, en ze geen desinvesteringen doen in single-issue maatregelen.
Losgelaten
De Dierenbescherming betreurt het dat wordt gesproken over een dierwaardigeré veehouderij. Of dit betekent dat de beginselen van een dierwaardige veehouderij, zoals vastgelegd in de wet, worden losgelaten is niet duidelijk. De ontwikkeling naar een dierwaardige, integraal duurzame, veehouderij vergt inspanningen van alle (keten)partijen, overheid en ook NGO’s. Waar mogelijk zullen meerkosten uit de markt betaald moeten worden.
Wegens de grote investeringen die gedaan moeten worden, is er echter ook geld vanuit de overheid nodig. Het genoemde bedrag van 5 miljard voor alle doelstellingen is daarvoor aan de lage kant. Wij pleiten daarom voor meerjarige financiële steun aan boeren die investeren in diervriendelijkere en duurzamere productiemethoden.
Stimuleren
Het beleid zou de vraag naar diervriendelijkere producten moeten stimuleren en verbeteringen op het boerenerf moeten faciliteren (door bijvoorbeeld vergunningverlening vlot te trekken). De nadruk op verdienmodel, het willen verminderen van nationale koppen (het méér willen doen dan van de Europese Unie moet) en het blijven inzetten op export in relatie tot voedselzekerheid, doet aan die goede voornemens wel wat af.
De Dierenbescherming is verder blij met het noemen van een rechtvaardige marktmeester, een autoriteit. Deze autoriteit kan de voortgang van de af te maken afspraken (met keten, sector, overheid én NGO) objectief meten. Wij blijven ons inzetten om dierenwelzijn concreet te maken en de afspraken in de praktijk te brengen, zodat uiteindelijk alle kantelpunten voor een dierwaardige veehouderij gerealiseerd worden.
Wij zijn van mening dat dierenwelzijn in belang zal toenemen de komende jaren, en in de komende generaties. Wij roepen de politiek en beleidsmakers daarom op om dierenwelzijn wetenschappelijk én ethisch te bezien, en er ook waarde aan toe te kennen.
Wij staan klaar om hierover met de politiek in gesprek te gaan en onze expertise en inzet te bieden om gezamenlijk te werken aan een toekomst waarin zowel mens als dier op een waardige manier kunnen leven.
Innovaties
De Dierenbescherming is voorstander van innovaties die de veehouderij integraal verduurzamen en diervriendelijker maken. We dragen hier ook aan bij, bijvoorbeeld door doorontwikkeling van slim cameratoezicht op slachterijen, en nieuwe houderijsystemen die diergericht zijn ontworpen. Ook stimuleren we innovatieve ondernemers door het feestelijk uitreiken van de Deltaplan Veehouderij Awards.
Het is essentieel dat innovaties ook diervriendelijk zijn. Als ze dat niet zijn, doen boeren mogelijk desinvesteringen, bijvoorbeeld in een innovatief stalsysteem dat stikstof reduceert maar dat niet binnen een dierwaardige veehouderij past. Om die reden neemt de Dierenbescherming ook deel aan het Regieorgaan Versnellen innovatie emissiereductie duurzame veehouderij. Dierenwelzijn moet hierin een prominente plaats krijgen.
Daarnaast zijn (technische) innovaties alleen onvoldoende om alle natuur-, water- en klimaatdoelen te kunnen halen. Ook zijn ze vaak single-issue (ze reduceren bijvoorbeeld wel stikstof maar niet methaan, waardoor daar weer een andere oplossing voor nodig is) en in het recente verleden is gebleken dat verschillende technieken in de praktijk niet doen wat ze op papier beloven. Daarnaast vragen veel van de technieken grote investeringen van boeren. Het is belangrijk dat er ook voldoende ruimte is voor laagdrempeligere innovatieve (management)maatregelen, zoals meer weidegang, en beëindigingsregelingen voor boeren die willen stoppen.
NPLG
De Dierenbescherming is teleurgesteld over het schrappen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit programma was een cruciale stap in de richting van een duurzamer landbouwsysteem, waarin natuur, waterkwaliteit en klimaat centraal zouden staan. Het NPLG bood een broodnodige kans om de impact van de veehouderij op de natuur en de dieren die daarin leven te verminderen.
De huidige uitdagingen zoals het welzijn van miljoenen dieren, klimaatverandering, stikstofuitstoot en verlies van biodiversiteit vragen om een ambitieus en samenhangend beleid. Het afblazen van het NPLG betekent dat jarenlange inspanningen vanuit de samenleving worden genegeerd. Dit is een gemiste kans om echt verschil te maken. Daarnaast betekent het wéér vertraging van het oplossen van de stikstofcrisis, waardoor het land op slot blijft. Dat treft niet alleen de natuur en de woningbouw, maar ook boeren die hierdoor geen vergunning kunnen krijgen voor stalverbouwingen die moeten leiden tot dierenwelzijnsverbeteringen.
We vinden het belangrijk dat de doelen op het gebied van natuur, waterkwaliteit en milieu worden gehaald, en zullen ons blijven inzetten voor een toekomst waarin dierenwelzijn een integraal onderdeel is van het landelijke gebiedsbeleid. We hopen daarom dat er snel nieuwe initiatieven komen die dit doel ondersteunen.
Huis- en hobbydieren en proefdiergebruik
Wij hadden ook graag gezien dat er meer aandacht zou zijn voor het welzijn van huis- en hobbydieren, maar daarover zien wij geen woord. Er zijn door het vorige kabinet belangrijke toezeggingen gedaan op het gebied van dierenwelzijn. Variërend van beleidsmaatregelen voor huis- en hobbydieren tot strengere handhaving. De illegale handel en onverantwoorde fokpraktijken vragen om striktere regelgeving en handhaving. Daarnaast hopen wij op een snelle voortgang bij het opstellen van huis- en hobbydierlijsten voor vogels en reptielen. Tot slot willen we graag dat de al langer beloofde chip- en registratieplicht voor katten er nu echt snel komt.
Tevens missen wij aandacht voor het proefdiergebruik. De Dierenbescherming vraagt het kabinet om het stellen van concrete doelen om het aantal dierexperimenten fors te verlagen. De meest optimale onderzoeksmethode is steeds vaker niet een dierproef; houd die lijn vast.
In het wild levende dieren
Ook de in het wild levende dieren worden helaas niet genoemd. We willen het belang benadrukken van het niet openen van de jacht op alle vijf de wildlijstsoorten.
De lijst met soorten die gedurende het jachtseizoen vrij bejaagbaar zijn, is niet voor niets steeds korter geworden. Met de gunstige staat van instandhouding van de vijf soorten die nu nog wél op de lijst staan – haas, konijn, houtduif, wilde eend en fazant – is het helaas ook niet langer goed gesteld. Door de jacht op al deze soorten in het gehele land niet te openen kan een onnodige sterftefactor worden weggenomen en kan bijgedragen worden aan het herstel van deze inheemse soorten.
Uit meerdere onderzoeken blijkt dat er voor de benuttingsjacht onder de Nederlandse bevolking ook maar weinig draagvlak is.
Een en ander zou de opmaat moeten zijn naar een wettelijk stelsel van beheer en schadebestrijding zonder een zelfstandig regime van benuttingsjacht.
De Dierenbescherming roept de politiek dan ook op zich sterk te maken voor een heroverweging van het wettelijk verankerde jachtregime, en naar de wetswijzigingen die daarvoor nodig zijn.
Wij gaan ervan uit dat het kabinet-Schoof bereid zal zijn om in overleg te blijven met de Dierenbescherming en andere belanghebbenden om deze en andere punten te bespreken en gezamenlijk te werken aan een samenleving waarin vergaande maatregelen worden genomen om dierenwelzijn fors te verbeteren.
