Overlast vaak onze eigen schuld
Maak meeuw niet de dupe van openstaande deur
Meeuwen worden vaak in één adem genoemd met het woord ‘overlast’. En zo traditioneel als klagen over een ‘Hollandse zomer’ keert ook de discussie over deze dieren jaarlijks terug. Met vorige week een nieuw dieptepunt.

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter


Opengescheurde vuilniszakken, poep op pasgewassen auto’s en geschreeuw in de vroege uurtjes. Het zijn altijd dezelfde klachten die mensen opwerpen als het over meeuwen gaat. Met als dieptepunt een stelling: een kleine meerderheid (61 procent) van ons land vindt dat dieren hun beschermde status moeten verliezen als ze overlast veroorzaken.
Beschermd
De wereld op zijn kop. Allereerst zijn meeuwen niet voor niets beschermd. De afgelopen jaren is het schrikbarend hard achteruit gehold met de biodiversiteit in ons land, en de meeuw is daar geen uitzondering op. Zo is er van de kleine mantelmeeuw een ‘significante afname’ in de laatste vijf jaar te zien en is er bij de stormmeeuw zelfs al sinds 1990 een duidelijke neergaande lijn. De Wet Natuurbescherming biedt, de naam verklapt het al een beetje, bescherming. En ja, er zijn populaties van soorten die zich inmiddels wat herstellen, maar daar is ook hard aan gewerkt. Laten we niet dat werk teniet doen door de bescherming gelijk maar weer in te trekken.
Zoals rond ‘overlast’ wel vaker het geval is, ligt in verreweg de meeste gevallen van botsing tussen mens en dier de schuld bij de mens zelf. En ook in het geval dat een meeuw ons kopzorgen bezorgt, is dat vrijwel altijd te wijten aan menselijk doen of laten. Ja, de meeuw pikt vuilniszakken open. Geef hem eens ongelijk, als we op vuilnisophaaldag onze straten inrichten als een soort lopend buffet. De meeuw nestelt zich in onze woonwijken. Ja, zo’n plat dak: dat is natuurlijk ideaal en ook nog eens lekker warm als het zonnetje erop schijnt.
Intelligent
De meeuw is een mega-intelligent dier dat zich gewoontes snel eigen maakt. Hoe laat de vuilniszakken onbeschermd op straat staan, waar ze veilig en warm kunnen nestelen en waar ze wel en niet verjaagd worden. Het is de omgekeerde wereld om zo’n dier te straffen voor het feit dat wij (als mens) de stad zó aantrekkelijk hebben ingericht dat een meeuw zich er heerlijk in thuisvoelt. Mensen noemen de vogels wel eens ‘vliegende ratten’ en hebben daar misschien nog wel tot op zekere hoogte gelijk in: ook ratten gedijen namelijk fantastisch in een stad waar ze hun eten en schuilplaatsen op een presenteerblaadje krijgen aangeboden. En net als bij ratten ligt de oplossing voor die ‘overlast’ in het aanpassen van ons menselijke gedrag.
Als we af willen van dierlijk gedrag van meeuwen dat door mensen als ‘overlast’ wordt ervaren, zullen we vooral naar onszelf moeten kijken. Want het bestrijden van dieren – voor wie we zelf de deuren wagenwijd open hebben gezet – is dweilen met de kraan open.. Zorg dus dat de meeuwen niet het slachtoffer worden van het feit dat wij ze uitnodigen.
