Hoop gevestigd op nieuwe amendementen dierenwelzijn veehouderij
Afgelopen vrijdag waren we al teleurgesteld in de plannen van minister Adema – of liever het gebrek daaraan – om het dierenwelzijn in de veehouderij te verbeteren. Helaas heeft het debat gisteren in de Tweede Kamer ook nog geen duidelijkheid verschaft. Of het moet zijn dat iedereen in de Kamer voor dierwaardige veehouderij is, maar dat alleen de meningen uiteenlopen over de weg daarnaartoe.

Door: Bert van den BergOud-programmamanager veehouderij Dierenbescherming

Onze hoop is nu gevestigd op twee nieuwe amendementen: één van de Partij voor de Dieren en één van D66/ VVD. Beide proberen de zaak vlot te trekken door veel concreter te zijn over waar we naartoe moeten met de veehouderij.
De stip op de horizon van beide amendementen is 2040. Dat is in het geval van de PvdD opvallend omdat zij in 2021 voorstelde strengere regels voor de veehouderij al per 2022 in te laten gaan. De PvdD wil nu concreet in de Wet dieren vast laten leggen welke behoeften van dieren niet meer door het veehouderijsysteem belemmerd mogen worden, en wil dit per direct, uiterlijk per 2040, of op een tijdstip daartussenin in laten gaan.
In het amendement van D66 en VVD worden voorwaarden gesteld over wat dierwaardigheid op het vlak van intrinsieke waarde van het dier, voeding, huisvesting, gezondheid en natuurlijk gedrag tenminste inhouden en in nadere wettelijke regels zijn weerslag moet vinden. In overleg met de veehouderijsectoren, marktpartijen en de Dierenbescherming die aan de hoofdtafel van het overleg zitten voor een Convenant Dierwaardige Veehouderij moet dit vervolgens in nadere wettelijke regels uitgewerkt worden.
Wat de Dierenbescherming betreft bevat een goed amendement (of een goede motie) in elk geval:
- Een duidelijke visie op hoe de veehouderij er in 2040 uitziet;
- Duidelijke doelen op weg naar 2040;
- Erkenning dat het om een systeemverandering gaat die niet alleen de veehouders maar de hele productieketen raakt;
- De nodige middelen van de overheid om veehouders en andere ketenpartijen te ondersteunen bij de systeemverandering naar een dierwaardige veehouderij. Te beginnen met 43,5 miljoen over 5 jaar (in 2024 dus 8,7 miljoen) om praktijkproeven op te zetten voor zaken die eerst uitgeprobeerd moeten worden;
- En het instellen van een onafhankelijke autoriteit in die de voortgang van de uitvoering van de doelen monitort en die zo nodig de betrokken partijen, waaronder ook de marktpartijen en de overheid, aanspreekt op achterblijvende inspanningen.
Elk amendement dat dit goed verwoordt kan op de steun van de Dierenbescherming rekenen.
Volgende week maandag, 11 maart van 10.00 tot 12.00 uur zet de Vaste Tweede Kamercommissie voor Landbouw het debat voort. De stemming over de voorstellen is dan dinsdag 19 maart. Tot die tijd zitten we dus nog in spanning wat de uitkomst zal zijn.
