Probleembever of oplossingsbever?

Dier kan juist helpen in aanpak droogte

Een bever die graaft, knaagt en bouwt doet precies wat bij zijn natuurlijk gedrag hoort. Toch krijgt hij soms zomaar het label ‘probleembever’. Wanneer wordt een dier eigenlijk een probleem, en ligt het probleem niet aan de manier waarop wij onze leefomgeving hebben ingericht?

Door: Ina VaasCommunicatieadviseur

Probleembever of oplossingsbever?

"'Probleembever’: van bedreigde diersoort naar sloper van dijken en wegen", kopte de NOS op 13 juli jl. Weer een ‘probleemdier’, na de ganzen die onze gewassen opeten, de vossen en marters die nesten en kippenhokken leeghalen, de reeën die een gevaar vormen voor de verkeersveiligheid, ratten en muizen die ziektes overbrengen en wolven die schapen aanvallen. Dieren uit de natuur kunnen de mens soms flinke kopzorgen bezorgen en lopen dan het risico het stempel ‘probleemdier’ te krijgen. Maar wat is nu eigenlijk het probleem?

Schade

Een bever wordt een probleembever genoemd als hij zorgt voor onveilige situaties of grote schade. Zo graven bevers gangen in oevers en dijken, waardoor de stabiliteit van waterkeringen in gevaar kan komen. Dat is vanzelfsprekend een serieus risico. Ook wegen en spoorwegen kunnen verzakken door het graafwerk van bevers en soms raken zelfs funderingen van woningen beschadigd. De kosten voor herstel en preventieve maatregelen lopen inmiddels in de miljoenen euro's.

Daarnaast kunnen beverdammen ervoor zorgen dat landbouwgrond onder water komt te staan en kunnen omgeknaagde bomen gevaar opleveren. Een heel scala aan risico's dus.

Natuurlijk gedrag

Hadden we dit niet kunnen voorzien toen de bever, na anderhalve eeuw afwezigheid, in 1988 werd geherintroduceerd in Nederland? De bever doet immers niets anders dan zijn natuurlijke gedrag vertonen. Graaft of bouwt hij op een plek waar mensen nauwelijks last van hebben, dan spreken we van prachtige natuur. Doet hij precies hetzelfde op een plek waar onze infrastructuur of landbouw in de knel komt, dan is het ineens een 'probleembever'. Het gedrag is niet veranderd, alleen de locatie.

Inmiddels leven er naar schatting tussen de 6.000 en 8.000 bevers in Nederland. Omdat de soort beschermd is, mogen dieren niet zomaar worden verjaagd of gevangen. Als een bever een direct gevaar vormt, kunnen provincies wel een vergunning afgeven om het dier te doden. In Gelderland, Noord-Brabant, Zuid-Holland en Limburg gebeurde dat al. Vooral in Limburg kostte dat inmiddels honderden bevers het leven.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelde daarom samen met onder meer Rijkswaterstaat, waterschappen, provincies en ProRail de Nationale Beveraanpak op. Daarin staat terecht dat problemen in de eerste plaats moeten worden voorkomen of diervriendelijk opgelost. Verplaatsen van bevers heeft daarbij de voorkeur, al blijkt dat in de praktijk lang niet altijd eenvoudig. Alleen als laatste redmiddel komt afschot in beeld.

De bever doet niets anders dan zijn natuurlijk gedrag vertonen.

Sleutelsoort

Dat is ook logisch. Want wie alleen naar de overlast kijkt, mist de andere kant van het verhaal. De bever is namelijk een sleutelsoort: een dier dat zijn omgeving zó ingrijpend verandert dat talloze andere planten- en diersoorten daarvan profiteren. Door dammen te bouwen en water langer vast te houden, ontstaan moerassen en natte beekdalen waar amfibieën, insecten, vogels en andere zoogdieren floreren. Jonge trekvissen, zoals zalm, vinden er beschutte plekken om op te groeien en beverdammen blijken voor volwassen trekvissen veel minder een obstakel dan vaak wordt gedacht.

Ook voor ons levert dat voordelen op. Bevers houden water langer vast, waardoor grondwaterstanden op peil blijven en beken minder snel droogvallen tijdens droge zomers. Tegelijkertijd dempen hun dammen piekafvoeren na hevige regenval. Ze vangen bovendien sediment op, waardoor beekdalen zich op natuurlijke wijze herstellen in plaats van steeds verder uit te slijten. En onderzoek laat zien dat beverdammen ook nog eens bijdragen aan een betere waterkwaliteit doordat ze stikstof en fosfaat uit het water filteren.

Tsjechië

Een mooi voorbeeld deed zich voor in de Tsjechische regio Brdy. Daar wilde de overheid een waterreservoir aanleggen in een beschermd natuurgebied. De bevers waren de plannenmakers echter voor en bouwden op eigen houtje een dam op precies de juiste plek. Daarmee bespaarden zij naar schatting 1,2 miljoen euro. Ecologen concludeerden bovendien dat de dam een waardevol leefgebied creëerde voor onder meer rivierkreeften, kikkers en tal van andere soorten.

Juist daarom is het te simpel om de bever vooral als probleem te zien. In natuurgebieden is dit dier niet alleen welkom, maar zelfs van grote waarde. Natuurlijk moeten we voorkomen dat bevers schade veroorzaken aan vitale infrastructuur. Maar dat betekent niet automatisch dat de bever moet verdwijnen. We beschikken over voldoende kennis om dijken, oevers en andere kwetsbare infrastructuur zo in te richten dat bevers er niet of nauwelijks in kunnen graven. Daar is tot nu toe simpelweg onvoldoende in geïnvesteerd.

Oplossingsbevers

Kortom, bevers kunnen voor overlast zorgen, maar ze bieden ook oplossingen voor grote uitdagingen waar Nederland de komende decennia mee te maken krijgt: droogte, wateroverlast, afnemende biodiversiteit en een verslechterende waterkwaliteit. Misschien moeten we daarom stoppen met het zien van de bever als probleemdier en hem vaker zien als bondgenoot. Niet de bever is het probleem, maar de manier waarop wij onze leefomgeving hebben ingericht. Als we daar slimmer mee omgaan, hebben we het straks niet meer over probleembevers, maar over oplossingsbevers.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen