Treed op tegen fokkers rashonden die de wet overtreden
Veel rashondenverenigingen fokken ook met zieke honden
Bij zeker 25 rashondverenigingen staat het fokregelement toe dat er met zieke honden wordt gefokt, zo bleek afgelopen weekend uit onderzoek van Zembla. De Dierenbescherming vindt dat er stevig moet worden opgetreden tegen fokkerijen die de wet overtreden.

Door: Piko FieggenProgrammamanager Verantwoorde Omgang met Gezelschapsdieren

Door deze fokregelementen blijft het mogelijk te fokken met honden met erfelijke afwijkingen, zoals problemen met de heup- en ellebooggewrichten en epilepsie. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op het welzijn van dieren en heeft aangekondigd op te treden.
Wees extra alert bij rashonden
Het is allang geen geheim meer: een rashond is niet per definitie een gezonde hond. Toch wordt die indruk vaak wel gewekt, bijvoorbeeld door het gebruik van een stamboom. Wat ons betreft zegt een stamboom eigenlijk maar één ding met zekerheid: dat je extra alert moet zijn op de genetische gezondheid van de hond. Want juist binnen de rashondenfokkerij gaat er veel mis.
Dat betekent niet dat elke rashond ongezond is – er zijn gradaties. Sommige rassen lijken relatief gezond, andere kampen met serieuze gezondheidsproblemen. En er zijn ook rassen waarbij het eigenlijk onverantwoord is om ermee door te fokken. Waar precies de grens ligt, verschilt afhankelijk van wie je het vraagt. Juist daarom is het zo belangrijk dat deze grenzen wetenschappelijk worden vastgesteld en onderbouwd.
Bij kortsnuitige honden, zoals de mopshond en de Franse bulldog, is inmiddels vastgelegd wat de minimale snuitlengte moet zijn. Dat biedt een concrete norm waarop gehandhaafd kan worden. Maar opmerkelijk genoeg sturen de fokreglementen van deze rassen nog altijd aan op snuiten die korter zijn dan wettelijk is toegestaan – en zijn daarmee dus in strijd met de wet. En dat is geen nieuw probleem dat pas sinds de invoering van de minimale snuitlengte speelt. De open norm in de wet was altijd al duidelijk: schadelijke fokkerij is verboden. Veel reglementen van rasverenigingen staan daarmee dus al langer op gespannen voet met de wet, ook al is dat niet overal expliciet vastgesteld.
Soms is de situatie zelfs zo schrijnend dat verdere onderbouwing eigenlijk overbodig is. Als een ras bijvoorbeeld in vrijwel honderd procent van de gevallen hartruis ontwikkelt, moet je je ernstig afvragen of dit nog verdedigbaar is. Toch draait de discussie in de rashondenwereld vaak om de vraag: “In welke mate lijden ze eraan?” En als dat lijden onvermijdelijk blijkt, verschuift het gesprek naar: “Hoe kunnen we het ras tóch behouden?” Wat ons betreft zijn dat zinloze en zelfs gevaarlijke discussies.
Optreden tegen fokkers die de wet overtreden
De Dierenbescherming vindt dat er stevig moet worden opgetreden tegen fokkerij die de wet overtreedt. Dat betekent dat handhaving niet alleen gericht moet zijn op het duiden van fysieke kenmerken of erfelijke aandoeningen, maar ook op genetische diversiteit. Het instellen van een maximaal toelaatbaar inteeltpercentage is daarbij essentieel. Wat veel mensen zich niet realiseren, is dat in sommige rassen de onderlinge verwantschap zó groot is, dat het genetisch vergelijkbaar is met een vader-dochter- of moeder-zooncombinatie – en soms zelfs erger. Dat is enorme inteelt.
Je hoeft geen wetenschapper te zijn om aan te voelen dat dit niet de bedoeling is. Maar je moet blijkbaar wél een wetenschapper zijn om precies vast te leggen waar de grens ligt. Het is noodzakelijk om ook op dit punt duidelijke, wetenschappelijk onderbouwde normen te ontwikkelen. En zodra die normen er zijn, moeten ze ook gehandhaafd worden – stevig en zonder uitzonderingen.
Verbod op fokken zieke honden is onvoldoende
Tegelijkertijd willen wij benadrukken dat een verbod op het fokken van zieke rashonden voor ons niet voldoende is. Ook het houden en vertonen van deze dieren moet aan banden worden gelegd. Voor veel mensen lijkt dat op hetzelfde neer te komen, maar in de praktijk blijkt dat helaas niet zo te zijn. Wij willen dat honden die zo ernstig ziek zijn vanwege hun genetische opmaak, zich niet meer voortplanten – niet in Nederland, en ook niet in het buitenland (en dan vervolgens in Nederland geïmporteerd wordt). Daarom is naast een fokverbod ook een houd- en vertoningsverbod essentieel. De overheid onderzoekt op dit moment de mogelijkheden daartoe, en wij juichen het van harte toe dat deze stap serieus overwogen wordt.
Want uiteindelijk draait het maar om één ding: het voorkomen van onnodig dierenleed. En dat begint bij het doorbreken van een systeem dat ziekmakende uiterlijke kenmerken of bloedlijnen boven het welzijn van het dier stelt.
