Van ‘stikzenuwachtig’ meisje tot erelid
Dierenambulancemedewerker Saskia Wannee 30 jaar vrijwilliger
Dertig jaar geleden zat Saskia Wannee bibberend op de bank bij de coördinator van de dierenambulance. Ze was negentien, net verhuisd en zó verlegen dat een gesprek met een vreemde haar zenuwachtig maakte. Nu, dertig jaar later, is ze een ervaren dierenbeschermer, een luisterend oor voor wie daar behoefte aan heeft én erelid van de Dierenbescherming. Wat begon met een verdwaalde husky veranderde niet alleen haar kijk op dieren, maar ook op zichzelf.
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur


Tijdens het interview krijgt Saskia nog snel een ketting omgehangen. “Sorry, dat zijn we eerder vergeten!” lacht een collega. Er hangt nu een grote 30 om Saskia’s nek. Om haar heen hangen slingers en ballonnen. Op tafel staat een taart waarop fotootjes van Saskia prijken. Haar collega’s hebben alles uit de kast getrokken voor haar jubileum. En dan overhandigt bestuurder/directeur Ellen Bien een oorkonde. Saskia is benoemd tot erelid van de Dierenbescherming. Ze kijkt er een beetje beduusd bij.
Bibberend op de bank
En dat is tekenend voor wie zij is, want Saskia is een bescheiden mens. Al is ze ten opzichte van dertig jaar geleden behoorlijk veranderd. “Ik was stikzenuwachtig toen ik bij de dierenambulancecoördinator op gesprek mocht komen. Ik weet nog maar weinig van dat gesprek. Zó zenuwachtig was ik.” Saskia en haar man Erik verhuisden in 1996 voor zijn werk naar Apeldoorn. Omdat ze in deze nieuwe stad nog niemand kende, moedigde Erik haar aan iets te gaan doen om mensen te ontmoeten. Saskia had altijd al gezegd iets met dieren te willen doen. Een opleiding in die richting zat er niet in, want ze had te horen gekregen dat ze daarna toch geen werk zou vinden. Dus stapten ze samen op een dag het lokale dierenasiel binnen. Met Erik als steun in de rug. Daar was geen hulp nodig, maar bij de dierenambulance konden ze wel wat handjes gebruiken. “Ik kende dat helemaal niet, een dierenambulance”, zegt Saskia. Ze kreeg een telefoonnummer en een adres mee en zat niet veel later bibberend bij de coördinator op de bank voor een gesprek.

Het gesprek verliep prima en ze mocht een keer meekijken met een ambulancevrijwilliger die toevallig bij haar in de flat woonde. De eerste melding was een loslopende husky op het terrein van de politieacademie. Een spannende eerste reddingsactie werd dat niet. “We hebben vooral veel gewandeld en weinig hond gezien. Uiteindelijk werd hij in Hilversum aangetroffen, zo’n 65 kilometer verderop.” Toch was Saskia verkocht. “Het hele idee vond ik leuk. Je rijdt nog eens ergens naartoe, je doet iets met dieren en je weet nooit wat je aantreft.”
Geen dag hetzelfde
Dertig jaar later is dát nog steeds wat haar aantrekt. “Het is nooit saai. Ik heb steeds andere diensten, met andere dieren en andere mensen.” Maar het werk bracht haar meer dan kennis over dieren; het gaf haar zelfvertrouwen, vooral in het contact met mensen. “Toen ik begon was ik heel, heel, heel verlegen, maar als ik nu ergens kom, gaat het om het dier. Niet om mij. Dat heeft mij erg geholpen.” Het dier werd haar ingang naar de wereld. “Je leert mensen uitleggen hoe dieren leven en hoe ze reageren. Dan gaat de aandacht weer naar het dier. En met dit werk kom je zoveel verschillende mensen tegen, daar word je vanzelf handiger in.” Ze moet er zelfs een beetje om lachen als ze vertelt wat daarvan het gevolg is: “Tegenwoordig bied ik emotionele melders ook een luisterend oor. Mensen vertrouwen mij hun verhalen toe.”






