Verrijking: ‘funfactor’ voor varkens
Hoe herken je een tevreden varken? Waarom heeft het speelmateriaal of ‘verrijking’ nodig? En wat verstaan onze Beter Leven boeren eigenlijk onder verrijking? Om antwoord te krijgen op deze vragen bracht de Dierenbescherming een bezoek aan varkensfluisteraar Kees Scheepens, gespecialiseerd in het natuurlijke gedrag van varkens en aan manager ketenkwaliteit en innovatie Merel Postma van Livar, het Limburgs kloostervarken.
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

De neus van het varken speelt een cruciale rol
“Varkens hebben een belevingswereld die heel dicht bij de belevingswereld van een mens komt”, vertelt ‘varkensfluisteraar’ Kees Scheepens. Het zijn intelligente, sociale en nieuwsgierige dieren die net als wij genieten van een lentezonnetje, van lekker eten of van een middagdutje. Qua intelligentie wordt het varken weleens vergeleken met een 4-jarig kind. Dat is volgens Scheepens een belediging voor het varken. Het varken heeft een aantal kwaliteiten waar wij als mensen nooit aan kunnen tippen. “Denk aan het reukvermogen van een varken.” Scheepens wijst naar een stel zeugen dat verderop onverstoorbaar in de modder wroet; “deze varkens hebben ons allemaal al helemaal ‘afgeroken’. Ze kunnen daar o.a. mee inschatten wat onze intenties zijn. Als het gaat over waarneming, is de neus van een varken cruciaal. In eerste instantie natuurlijk voor het vinden van voedsel, maar ook om sociale redenen”, vertelt Scheepens. Varkens herkennen elkaar aan hun geur en begrijpen daardoor ook wat ze van elkaar willen.
Intensieve veehouderij was ‘normaal’
Kortgezegd voelt een varken dat niet kan ruiken zich weerloos en ongelukkig. “Varkensstallen met grote aantallen varkens per m2, zonder uitloop of buitenruimte zijn wat dat betreft funest. Een te hoge ammoniakuitstoot in de stal is funest voor het varken… En ook voor de boer trouwens”, zegt Scheepens. Deze uitstoot resulteert in ontstekingen in de neus, waardoor een varken niets meer kan ruiken en waardoor het ook geen soortgenoten meer op geur herkent.” Scheepens, die voorheen als praktiserend dierenarts werkte en die afstamt van een familie die al sinds 1270 boert, wist 25 jaar geleden niet beter. Opvattingen over varkens waren anders. Na de Tweede Wereldoorlog, een tijd waarin o.a. honger een stempel had gedrukt, vroeg de markt om meer en meer. En zo werd de intensieve veehouderij geboren. Er werden steeds meer varkens gehouden, het aantal biggen per worp steeg, er bleef minder ruimte over per dier en ga zo maar door. “Nog niet zo lang geleden lagen zeugen vastgeketend aan de vloer aan een band… Er werd gewoon niet nagedacht over wat het dier er zelf van vond.” Verrijking? Dat was echt een brug te ver.

Varkenspest als kantelpunt
In de jaren ’90 brak de varkenspest uit en dat bleek een gamechanger. “Als dierenarts werd ik, zelfs onder toezicht van een militair, gedwongen om met een injectienaald zo lang als deze pen, vele honderden biggetjes van tussen de 3 en 17 dagen oud te euthanaseren”, zegt Scheepens nog altijd walgend. Dát wilde hij nooit meer. In die tijd werd er ook meer nagedacht over het op een andere manier houden van varkens. Zo begonnen boeren bijvoorbeeld met het in groepen houden van dragende zeugen. Scheepens werd boer en zijn focus lag op het emanciperen van het varken: ofwel, het anders aankijken tegen varkens. Het zijn namelijk geen nietszeggende massaproducten, varkens zijn intelligente, sociale dieren die met respect behandeld moeten worden. En dat vereist verrijking bij het houden van varkens. Die boodschap heeft tijd nodig: “Het gaat nu vooral om bewustwording, de Chinezen zeggen dat een kleine verandering een hele generatie nodig heeft”, benadrukt Scheepens. Zodoende is Scheepens regelmatig in het buitenland te vinden om vanuit zijn expertise advies over het houden van varkens te geven. In Duitsland werd hij betiteld als 'varkensfluisteraar' en die titel bleef.
Wat houdt verrijking voor varkens in?
Vanuit het Beter Leven keurmerk wordt geborgd dat verrijking ook echt voldoet aan de behoeftes van het varken, zo moet het materiaal eetbaar, kauwbaar, onderzoekbaar en manipuleerbaar zijn. Daarnaast geldt voor 3 sterren Beter Leven dat ze lekker op stro kunnen liggen en kauwen, naar buiten kunnen wanneer ze dat willen, er ruwvoer wordt verstrekt en schuurgelegenheid aanwezig is. Verrijking is zodoende een belangrijk middel tegen verveling en stelt varkens in staat hun essentiële behoeften te vervullen. Livar gaat nog verder dan dat. Merel Postma: “Naast dat ze extra ruimte hebben, zorgen we ervoor dat varkens altijd wat te wroeten hebben.” De zeugen woelen de grond los met hun neuzen en nemen ongegeneerd een uitgebreid modderbad, de mama’s met biggen beschikken over een eigen uitloop. Net als de vleesvarkens die tijdens het gesprek buiten in het zonnetje liggen te knorren. “We hebben ook extra bomen en struiken geplant, omdat veel varkens tijdens warme dagen graag wat schaduw opzoeken”, vertelt Postma verder. “Ze kunnen bij ons ook kiezen om naar binnen te gaan, om in het stro te wroeten of even te rusten.”

Livar experimenteerde onlangs met verschillende strooisels om te achterhalen wat het beste werkt voor de varkens. Ze zochten naar een systeem waarbij varkens naar hartenlust konden wroeten, in hun binnenverblijf, maar zeker ook in de buitenruimte, comfortabel konden liggen en waarbij mest en urine eenvoudig gescheiden weg kon lopen via het daarvoor bedoelde toiletsysteem om zo ammoniakuitstoot te voorkomen. Maar ook naar een systeem dat werkbaar was voor de medewerkers en dat niet té veel tijd kost. Inmiddels is er een automatisch systeem geïnstalleerd dat voortdurend strooisels (denk aan stro of zaagsel) bijvult in de stal. Binnen werkt dat uitstekend, voor de buitenruimten wordt nog volop geëxperimenteerd.







