Voorstel EU Transportverordening schiet tekort

Het voorstel voor een herziening van de EU Transportverordening is, mogelijk samen met regels omtrent het fokken van honden en katten, de enige herziening van dierenwelzijnswetgeving die Brussel levert voor de Europese verkiezingen in 2024.

Bert van den Berg

Door: Bert van den BergOud-programmamanager veehouderij Dierenbescherming

Voorstel EU Transportverordening schiet tekort

Terwijl wij, en miljoenen Europese burgers, verwachten dat de Europese Commissie werk maakt van de eerdere toezegging om alle EU-dierenwelzijnswetgeving te herzien. Daarom is het nog kwalijker dat het uiteindelijke voorstel voor de Transportverordening minder ambitieus is dan we hadden kunnen bedenken.

Dierengeluiden logo

De algemene toon van het voorstel is dat dierenwelzijn een gemeenschappelijk goed is, maar dat het bedrijfsleven zo min mogelijk hinder mag ondervinden van wet- en regelgeving. Het beste voorbeeld hiervan is dat de omstreden export van levende dieren naar derde landen toegestaan blijft, zij het met meer restricties, vooral voor vervoer over zee. Er wordt zelfs expliciet benoemd dat dit een lucratieve sector is en dat anderen zouden profiteren als de EU zich hieruit zou terugtrekken.

Slager keurt eigen vlees

Het voorstel lijkt de uitspraak van het Europese Hof van Justitie (C-424/13) te negeren, waarin wordt vastgesteld dat dieren beschermd moeten worden conform EU-wetgeving totdat ze aankomen op hun bestemming, of die nu binnen of buiten de EU ligt. Volgens het nieuwe voorstel zijn degenen die dierenwelzijnsproblemen moeten rapporteren dezelfde personen als degenen die tijdens de reis verantwoordelijk zijn voor de dieren. Dit zijn degenen die profiteren van de export. Dit is dus de slager die zijn eigen vlees keurt.

Verder is het voorstel lang niet altijd in lijn met de laatste adviezen van de European Food Safety Authority (EFSA) en zijn sommige verzoeken van het Animal Transport Committee van het Europees Parlement (ANIT) genegeerd. Het voorstel bevat wel enkele positieve zaken, zoals een kortere maximum transportduur voor de meeste diersoorten, geüpdatete bezettingsnormen, verplichte real-time traceerbaarheid van alle transporten via de weg, en een minimumleeftijd van vijf weken voor transport van ongespeende kalveren. Maar, zoals vaak het geval, zit het hem in de details, en die zijn verontrustend.

Zoveelste gunst aan veehouderijsector

Om te beginnen worden ongespeende dieren (kalveren, lammeren, veulens, etc.) erkend als kwetsbaar, maar dankzij een ontheffing kunnen zij nog steeds 2 keer 9 uur getransporteerd worden, met daartussen 1 uur rusttijd (19 uur in totaal) als de wagens uitgerust zijn met bepaalde ‘geverifieerde’ voervoorzieningen. Daarbovenop wordt, als het transport zich gedeeltelijk via een veewagen op een zeeschip plaatsvindt (‘roll-on, roll-off’), de tijd op het schip niet meegeteld in de totale reisduur – alsof honger, dorst en uitputting niet kunnen verergeren in die tijd. Dit betekent dat de export van Ierse kalveren nog steeds door kan gaan (in 2022 ging het om 153.000 dieren, in 2023 is dit aantal al met 30.000 gestegen). Deze kalveren worden 18 uur getransporteerd naar het vleeskalverbedrijf of een slachterij. De huidige eis om de dieren 12 uur te laten rusten na een lange ‘roll-on, roll-off’ reis, lijkt te zijn verdwenen in de nieuwe Verordening. De zoveelste gunst aan de veehouderijsector. Dieren die aan het eind van hun productieperiode zijn (bijv. melkkoeien of leghennen) en drachtige dieren, beide kwetsbare diergroepen, worden onvoldoende beschermd.

Fitheid niet te beoordelen

Alleen 'fitte' dieren zouden getransporteerd mogen worden. Echter, het wetsvoorstel bevat geen enkele concrete en diersoortspecifieke manier/norm om deze fitheid te beoordelen. EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) heeft een serie van diergebonden metingen voorgesteld in haar laatste adviezen. Bijvoorbeeld: ernstig kreupele kippen of kippen met open wonden, prolapsen, gebroken poten of vleugels mogen niet worden getransporteerd. Ook ernstig kreupele runderen of runderen met een longonsteking zijn niet fit genoeg voor transport. De mensen die de dieren inladen kunnen geen goede besluiten nemen zonder duidelijke, diersoortspecifieke indicatoren. Het voorstel stelt alleen (nog te bepalen) indicatoren verplicht op de plaats van bestemming, maar dit beschermt de dieren niet tijdens de reis.

Andere tekortkomingen betreffen de toegestane minimum- en maximumtemperaturen voor diertransport. Volgens de EFSA-adviezen zijn de voorgestelde temperatuurgrenzen, vooral de maximumgrens van 30 C omgevingstemperatuur, onvoldoende om het dierenwelzijn te garanderen. Er worden voor landbouwhuisdieren geen grenzen gesteld aan de temperatuur in de veewagen zelf, en ook wordt het monitoren van het klimaat in de wagens niet verplicht gesteld.

Noodplannen zijn verplicht, maar worden niet in verder detail beschreven. Dit is een risico voor dierenwelzijn in het geval van verkeersproblemen, extreme weersomstandigheden, ongelukken, ziekte-uitbraken, etc. Er is in het hele voorstel een sterke nadruk op de verantwoordelijkheid van degenen die het transport organiseren en uitvoeren. Dit is ook het geval in de huidige Verordening, en de praktijk heeft uitgewezen dat commerciële partijen niet in staat zijn om zichzelf op de Verordeningsregels te controleren.

Is het dan allemaal slecht?

Het voorstel heeft enkele vooruitstrevende elementen, vooral wat betreft real-time traceren van diertransporten (wat verplicht wordt) en het bijhouden van relevante data voor handhavingsdoeleinden. Daarbij worden schepen die ernstig ongeschikt zijn om dieren te transporteren (op dit moment ca. 55% van de hele EU-goedgekeurde vloot van diertransportschepen) niet langer worden toegestaan. Alleen schepen met goede of gemiddelde prestaties zullen geautoriseerd worden voor diertransport. De EC wil meer controle uitoefenen over data van diertransporten, maar hoe de data precies zullen worden gebruikt is onbekend, en ook zullen ze niet openbaar worden gemaakt. De scope van de Verordening is uitgebreid met waterdieren en erkent de belangrijkste aspecten voor hun welzijn, echter een gedelegeerde handeling is nodig om concrete en diersoortspecifieke maatregelen te introduceren. Anders zal deze scope-uitbreiding geen effect hebben.

Als het over gezelschapsdieren (honden en katten) gaat stelt het voorstel nieuwe, soortspecifieke criteria, maar sommige bepalingen zijn algemeen en vaag. Het is goed dat de minimumleeftijd voor transport op 15 weken wordt gesteld, maar het is verbluffend dat er nog steeds geen maximum transportduur is. Dat betekent dat honden en katten, zelfs als ze drachtig zijn, voor dagen getransporteerd kunnen worden met als enige vereiste dat ze elke 24 uur gevoerd worden.

Voor dieren die worden getransporteerd voor ‘wetenschappelijke doeleinden’ blijven de details vaag. Er zijn enkele grenzen, maar slechts een deel van deze dieren zal daar baat bij hebben. De dieren die worden gebruikt in projecten die zijn geautoriseerd in het kader van Richtlijn 2010/63/EU blijven onbeschermd. Dieren die per vliegtuig worden getransporteerd, zoals primaten die worden geimporteerd naar EU laboratoria, en kwetsbare dieren, zoals bepaalde genetisch gemodificeerde dieren, en dieren die een operatie hebben ondergaan lijken ook niet beschermd te worden met dit voorstel.

Samenvattend: het dierenwelzijn zal niet substantieel verbeteren als dit voorstel daadwerkelijk wetgeving wordt.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen