Een aantal goede stappen, maar belangrijke zaken ontbreken nog
Eerste reactie op voorstel voor nieuwe dierenwelzijnswetgeving voor de veehouderij
Naast het Convenant Dierwaardige Veehouderij werd dinsdag ook een voorstel voor nieuwe dierenwelzijnswetgeving voor de veehouderij gepresenteerd. Deze zogenaamde Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is de uitwerking van een vorig jaar aangenomen amendement op de Wet Dieren.

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij


In het amendement werden al de zes principes van een dierwaardige veehouderij (zoals gedefinieerd door de Raad voor Dierenaangelegenheden) in de wet opgenomen, net als de bepaling dat de veehouderij in 2040 dierwaardig zou moeten zijn. Met de AMvB komt er een concretere uitwerking per diercategorie. Iedereen kan zijn mening geven over dit voorstel, via publieke consultatie. Wij zullen de voorstellen grondig bestuderen en onze reactie geven in de consultatie, maar bij deze alvast een voorschot.
Een aantal goede stappen
De AMvB bevat een aantal belangrijke zaken, die een stap voorwaarts zullen betekenen in het welzijn van dieren in de veehouderij. Dit zijn bijvoorbeeld:
- Einde aan kooihuisvesting voor pluimvee
Op dit moment worden miljoenen leghennen nog gehouden in koloniekooien. Per 2027 mogen dit soort systemen niet meer gebouwd worden, en per 2035 moeten ze helemaal verdwenen zijn.
- Overgang naar vrijloopkraamhokken voor zeugen
Vanaf 2027 mogen geen nieuwe stallen meer worden gebouwd met zgn. kraamkooien, maar moeten vrijloopkraamhokken worden gebouwd. Hierin kunnen zeugen het grootste gedeelte van de tijd samen met hun biggen los rondlopen, waardoor ze ook meer moedergedrag kunnen vertonen.
- Een ligplaats voor iedere koe
Het klinkt misschien logisch, maar is het nog niet altijd: iedere koe krijgt uiterlijk per 2030 een eigen ligplaats.
- Kalveren iets later op transport
Vanaf 2028 mogen, binnen Nederland, kalfjes niet meer vanaf 14, maar vanaf 28 dagen worden getransporteerd. Deze leeftijdsverhoging geldt dus helaas niet voor import van kalveren vanuit het buitenland, en voldoet dus nog niet aan ons eindbeeld (voor alle kalveren transport pas vanaf 12 weken leeftijd), maar is wel een stap in de goede richting.
Belangrijke zaken missen
We missen nog veel belangrijke aspecten die nodig zijn voor een dierwaardige veehouderij in 2040. Deze AMvB zorgt dus nog niet voor een volledig dierwaardige veehouderij in 2040, zoals wel is bepaald in de Wet Dieren. Enkele zaken die missen zijn:
- Weidegang en uitloop
Een koe is een graasdier, en voor hun welzijn is het essentieel dat ze weidegang krijgen. Helaas worden hierover geen eisen opgenomen in de wetgeving. Dit geldt ook voor toegang tot een uitloop voor varkens en pluimvee.
- Voldoende ruimte voor alle dieren
De bezetting in stallen wordt voor de meeste dieren lager, maar de normen voor 2040 voldoen nog niet aan onze streefbeelden. Ook zouden sommige stappen eerder gezet kunnen en moeten worden.
- Vrijloopstallen voor melkvee
In een vrijloopstal hebben koeien meer ruimte en comfort dan in ligboxenstallen. Dit vergt voor veel bedrijven dat een nieuwe stal gebouwd moet worden, maar we vinden dat dit wel hoort bij het eindbeeld van 2040.
- Daglicht voor pluimvee
Daglicht is wel opgenomen voor varkens en kalveren, maar niet voor pluimvee. Dit is een gemiste kans, zeker aangezien veel bedrijven dit in de praktijk al hebben, en laten zien dat het kan.
Voor een deel van de maatregelen die wel worden genoemd, is nog geen concrete ingangsdatum vastgesteld. Daarmee bestaat dus het risico dat deze worden uitgesteld. Ook wordt op veel plaatsen gebruikgemaakt van doelvoorschriften: hiermee wordt bepaald welk doel moet worden behaald, maar is geen concrete maatregel. Dit soort ‘open normen’ bieden enerzijds kansen voor innovatie (bijvoorbeeld nieuwe soorten van omgevingsverrijking), maar zijn ook een risico voor het niet of onvoldoende invullen van het voorschrift, en zijn lastig te handhaven. Ten slotte gaat deze wetgeving met name over de houderij van dieren, en worden thema's als transport, slacht en fokkerij niet geadresseerd.
Hoe verder?
Na de consultatie zal het wetsvoorstel worden behandeld in de Tweede en Eerste Kamer. Dit zal na het zomerreces plaatsvinden. De komende tijd zal de Dierenbescherming het voorstel verder bestuderen, een reactie geven op de consultatie, en in gesprek gaan met Kamerleden. Hiermee proberen we meer zaken die nodig zijn voor een dierwaardige veehouderij, wettelijk verankerd te krijgen.
