Meer beweging en sociaal contact
Gids voor Goede Praktijken paarden stap in goede richting, maar galop ontbreekt
In de vandaag gepresenteerde, vernieuwde Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden staan wat de Dierenbescherming betreft goede verbeteringen op het gebied van paardenvoeding. Maar er zijn ook punten die nog beter hadden gemoeten, zoals op het gebied van vrije beweging en sociaal contact. Een half uur per dag vrije lichaamsbeweging is namelijk echt onvoldoende, en elk paard moet fysiek contact met soortgenoten kunnen hebben.

Donderdag heeft de Sectorraad Paarden (SRP), het centrale overlegorgaan van de Nederlandse paardensector, die vernieuwde Gids voor Goede Praktijken gepubliceerd. Hierin staat wat volgens de SRP idealiter nodig is om het welzijn en de gezondheid van paarden te waarborgen.
Paardenbesluit
Al in 2011 heeft de Dierenbescherming een Paardenbesluit gemaakt om de minimale eisen voor paardenwelzijn vast te leggen. Vanuit de sector is toen een Gids voor Goede Praktijken (GvGP) gekomen om door middel van zelfregulering paardenwelzijn te verbeteren. Deze GvGP is een invulling van de open normen van de wet Dieren en kunnen leidend zijn bij handhaving.
Ruim tien jaar later zijn er nog steeds welzijnsproblemen bij paarden in Nederland. Vorig jaar heeft de Dierenbescherming de 3 grootste welzijnsproblemen geïdentificeerd.
Voeding
Veel paarden krijgen te weinig en/of de verkeerde kwaliteit ruwvoeding. In het wild zijn paarden het grootste deel van de dag vezelrijke grassen met een lage voedingswaarde aan het eten. Hun gedrag en verteringsstelsel zijn hier volledig op ingesteld. Als een paard te lang geen ruwvoer krijgt of als deze voeding de verkeerde kwaliteit heeft, kunnen er allerlei gezondheids- en andere welzijnsproblemen ontstaan, zoals maagzweren.
Sociaal contact
Paarden leven van nature in kuddes. Huisvesting in groepen komt daar het dichtst bij in de buurt en is wat de Dierenbescherming betreft de beste manier van huisvesten. Maar elk paard zou minimaal dagelijks fysiek sociaal contact moeten kunnen hebben met een soortgenoot, zodat ze kunnen snuffelen en groomen/knabbelen.
Vrije beweging
In het wild leggen paarden grote afstanden af, terwijl ze in de gehouden situatie vaak het grootste deel van de dag op stal staan en er alleen uit mogen als ze aan het werk moeten. Vrije beweging is cruciaal voor het mentale en fysieke welzijn, omdat dit de natuurlijke bewegingen bevordert en daarmee zorgt voor een goede ontwikkeling van botten en spieren.
Verbetering
Deze nieuwe gids voor goede praktijken is een stap voorwaarts ten opzichte van de vorige versie uit 2019. Het bevat nu veel goede adviezen en vooral op het gebied van voeding zijn er mooie aanpassingen doorgevoerd. Echter, de Dierenbescherming ziet nog ruimte voor verbetering op een aantal cruciale punten. In veel gevallen blijft het namelijk bij adviezen en worden er weinig harde eisen gesteld. Hierdoor is het te vrijblijvend en dit maakt handhaving hierop lastig. Vooral de mogelijkheid tot vrije beweging is beperkt. Er wordt gesteld dat een paard minimaal een halfuur vrije beweging nodig heeft, terwijl dit naar onze mening minimaal vier uur zou moeten zijn.
Over sociaal contact wordt gesteld dat het houden van één paard onwenselijk is en dat paarden elkaar moeten kunnen zien, besnuffelen en het liefst ook aanraken. Wat ons betreft zou elk paard de mogelijkheid moeten hebben tot fysiek sociaal contact met een ander paard, en zou dit in de GvGP dus ook minder vrijblijvend vermeld moeten worden. Als laatste laten de richtlijnen nu ruimte om te beginnen met het spenen van veulens vanaf een leeftijd van vier maanden, terwijl dit echt veel te vroeg is. Wat de Dierenbescherming betreft is zes maanden de absolute ondergrens.
Toch zijn we blij dat de SRP bezig is om dierenwelzijn in de branche te verbeteren. Het onderschrijft de wil van de sector om het welzijn van de bijna half miljoen in Nederland gehouden paarden en pony’s te verbeteren aan, en dat kunnen we natuurlijk alleen maar toejuichen.
