Wel of geen dierenleed: afhankelijk van vrijwillige inzet NVWA
Dieren die tijdens warme periodes naar de slacht gaan, worden voorlopig niet beschermd tegen hittestress. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kan structureel nachtelijk slachten tijdens hitteperiodes namelijk niet garanderen, omdat onvoldoende medewerkers bereid zijn vrijwillig nachtdiensten te draaien.

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

Als tijdelijke maatregel adviseert de NVWA slachttijden enkele uren te vervroegen, maar ook daarvoor is het niet zeker dat er voldoende capaciteit beschikbaar is. Dit blijkt uit de evaluatie 'Vervroegd slachten bij hitte – roodvlees' die de NVWA in opdracht van het Ministerie van LVVN uitvoerde.
Wij vinden dit zeer zorgwekkend. Het welzijn van dieren zou niet afhankelijk mogen zijn van de vrijwillige inzet van medewerkers.
Waarom dit onderzoek?
Al zo’n vijf keer (we zijn de tel kwijt) is de motie met overgrote meerderheid aangenomen in de Tweede Kamer om de temperatuurgrens voor veetransport te verlagen van 35 naar 30 graden. Hier hebben we samen met Eyes on Animals jarenlang op aangedrongen, omdat dit een belangrijke eerste stap is. Langdurige blootstelling aan hitte kan namelijk leiden tot stress, paniek, uitdroging en in extreme gevallen sterfte. Dieren als kippen en varkens kunnen hun warmte, anders dan mensen, slecht reguleren en al vanaf 21 graden flinke last krijgen. Verlaging naar 30 graden is daarom het minste wat de politiek kan doen. Dat betekent echter dat er meer momenten zijn waarop dieren niet vervoerd kunnen worden. Daardoor kan een bottleneck ontstaan in de stallen. Om te zorgen dat er toch dieren naar slachterijen vervoerd kunnen worden, heeft oud-minister Wiersma laten onderzoeken of slachterijen vroeger op de dag (op koelere momenten) kunnen beginnen met slachten. De conclusies uit het onderzoek van de NVWA zijn helaas nog niet erg hoopvol.
Nadelen wegen niet op tegen dierenwelzijn
De NVWA geeft in het rapport aan dat vaker vervroegd of nachtelijk slachten grote gevolgen voor de slachtcapaciteit en de medewerkers heeft. Dit verschilt per bedrijf en is afhankelijk van onder andere het aantal diensten, de stalcapaciteit, de mogelijkheid om uit te wijken naar andere dagen en de financiële buffer. Voor het vervroegen van slachttijden moeten de bedrijven veel regelen. In de gehele keten sluit alles nauw op elkaar aan. Het is belangrijk dat iedere partij (o.a. primaire bedrijf, transport, eigen personeel, afvoer) goed wordt geïnformeerd en meebeweegt. Dit staat allemaal letterlijk in het rapport, evenals dit: “De bedrijven gaven aan dat de verwachte voordelen (voor dierenwelzijn) van vervroegd slachten niet opwegen tegen alles wat moet worden geregeld. Echter, wanneer de beleidsregel van 30°C ingaat zal er wel voor gekozen worden om vervroegd te slachten om zoveel mogelijk slachtcapaciteit te kunnen behouden.” Dit laat zien dat er blijkbaar toch mogelijkheden zijn.
Tijd om door te pakken
De verlaging van de temperatuurgrens ligt al jaren op tafel, en is door de EU ook al goedgekeurd. Het klopt dat de verlaging van de temperatuurgrens uitdagingen met zich mee zal brengen. Zo zal er meer capaciteit bij de NVWA beschikbaar moeten komen om eerder te starten met slachten. En zal er door de sector op moeten worden ingespeeld dat er in warme periodes minder dieren vervoerd kunnen worden. Minder dieren houden in de zomer, biedt letterlijk ruimte om de dieren wat langer op het bedrijf te kunnen houden. Het is ook nog eens goed om hittestress in de stal tegen te gaan. We roepen daarom de nieuwe bewindspersoon op om niet, zoals oud-minister Wiersma voorstelt, nog eens allerlei onderzoeken uit te zetten, maar om te werken aan praktische oplossingen zoals meer capaciteit bij de NVWA. En het belangrijkste: om de verlaging van de temperatuurgrens naar 30 graden vóór de zomer van 2026 door te voeren, zodat er eindelijk wat verandert voor de dieren.
