Brandveiligheid bestaande veestallen vraagt overheidsinzet

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 5 september 2019

Het was weer een hete zomer, helaas ook wat betreft stalbranden, want er kwamen deze zomer ruim 143.500 dieren bij brand om.

Je zou het dan ook niet zeggen, maar toch is de kans op een stalbrand klein. Door de komst van steeds grotere veestallen komen er per brand wel steeds meer dieren om. Zo’n brand is een ramp voor de betrokken dieren. Als ze ‘geluk hebben’ raken ze snel buiten bewustzijn, maar als ze pech hebben ondergaan ze een pijnlijke en stressvolle dood, of moeten achteraf wegens ernstige brandwonden alsnog gedood worden. Voor de veehouder en zijn familie, personeel en voor de hulpdiensten is een stalbrand ook een verschrikkelijke ervaring. Je zou dus verwachten dat alle betrokkenen kosten nog moeite besparen om zo’n brand te voorkomen, maar zo eenvoudig is dat niet.



Als Dierenbescherming trachten wij ons steentje bij te dragen. Zo hebben we van 2012 tot en met 2016 met boerenorganisatie LTO Nederland, het Verbond van Verzekeraars, Brandweer Nederland en de rijksoverheid samengewerkt in het Actieplan Stalbranden. Dit heeft er voor gezorgd dat veehouders meer aandacht besteden aan brandveiligheid. Ook wordt in steeds meer stallen periodiek de elektrische installatie gekeurd, want kortsluiting is de belangrijkste brandoorzaak. Sinds 1 april 2014 gelden er voor nieuw- en verbouw van stallen strengere brandpreventieregels voor de elektrische installatie en de te gebruiken bouwmaterialen en bij nieuwbouw kunnen veehouders belastingaftrek krijgen voor het investeren in extra brandpreventiemaatregelen.

'Niet kosteneffectief'

Die belastingaftrek voor nieuwbouw is mooi, maar het overgrote deel van de stallen is van voor 1 april 2014. Het kan wel 15 tot 30 jaar duren voor zij door ver- en nieuwbouw aan de strengere bouwvoorschriften voldoen. In het nieuwe Actieplan Stalbranden 2018 – 2022 wordt daarom meer nadruk gelegd op het brandveiliger maken van bestaande veestallen. Uit onderzoek van de overheid blijkt echter dat dit ‘niet kosteneffectief’ is. Met andere woorden, de meeste maatregelen zijn, in verhouding tot de daarmee te voorkomen schade en dierlijke slachtoffers, duur. Wat dan niet helpt is dat er voor het brandveiliger maken van die bestaande stallen geen gebruik gemaakt kan worden van belastingaftrek. De overheid laat het financieren hiervan tot nu toe geheel aan de veehouderijsector over.

Plannen veehouderij schieten tekort

Die veehouderij heeft naar aanleiding van het nieuwe actieplan zelf ook plannen gemaakt, maar die schieten in onze ogen tekort. Ze blijven worstelen met de oorzaken van brand, met nut en noodzaak van de verschillende maatregelen en vooral met de kosten van de brandpreventiemaatregelen. Hierdoor blijft ook serieus onderzoek naar bliksemafleiding en het plaatsen van sprinklers of een watermistsysteem gekoppeld aan een brandmeldsysteem liggen. In hun verdediging moeten we wel beseffen dat het de huidige veehouderij ontbreekt aan marktmacht. In Nederland kunnen we via kwaliteitssystemen zoals het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming kosten op hun afnemers en uiteindelijk de consumenten verhalen. Maar driekwart van de Nederlandse veehouderijproductie is bestemd voor de export.

Minister moet voortouw nemen

De Dierenbescherming vindt dan ook dat de Minister van Landbouw zich, in het belang van de dieren en veehouders, niet langer afzijdig kan houden. Zij moet het voortouw nemen en er voor zorgen dat er een onafhankelijk onderzoek naar bovengenoemde middelen en maatregelen wordt ingesteld dat binnen een half jaar met resultaten komt. Verder pleiten we ervoor dat de Minister steunmaatregelen treft om ook voor bestaande stallen brandpreventiemaatregelen te financieren. Dan kunnen er echt verdere stappen gemaakt worden richting minder stalbranden.