Leghennen

In Nederland leven naar schatting 46,5 miljoen kippen die gehouden worden voor de eierproductie. Deze kippen leggen samen zo’n 10 miljard eieren. Zodra ze zijn ‘uitgelegd’, 18 maanden en 300 gelegde eieren verder, dan wacht het slachthuis. Lees hier meer over het leven van een leghen.

Wat wil en doet de Dierenbescherming?

De Dierenbescherming wil huisvestingssystemen waarin de dieren hun natuurlijk gedrag kunnen uitvoeren en waarin abnormaal gedrag, zoals verenpikken, niet voorkomt. Door het kopen van eieren met ten minste één ster, maar het beste drie sterren, van het Beter Leven keurmerk ondersteun je de ontwikkeling van diervriendelijker houderijsystemen.

De kip in de natuur

Van oorsprong zijn kippen bosdieren die in kleine groepen leven. De voorouder van de kip, de bankivahoen, legt 12 eieren per jaar. Belangrijke gedragingen van kippen zijn het nemen van stofbaden om hun verenkleed in goede conditie te houden en scharrelen, waarbij ze op de grond zoeken naar voedsel. Deze gedragingen zijn zo belangrijk, dat kippen dit zelfs vertonen in gazen kooien, waar het geen zin heeft, omdat er geen strooisel ligt.

De leghenhouderij

leghennen
Deze kippen verblijven dicht op elkaar in een verrijkte kooi.

Na de domesticatie heeft de mens de kip verschillende richtingen op gefokt. Moderne leghennen leggen ruim 300 eieren per jaar. Na 1,5 tot 2 jaar daalt de productie en worden de hennen geslacht.

In 2021 werden in Nederland 43,2 miljoen leghennen gehouden. Pluimveehouders moeten voldoen aan de eisen in het Besluit houders van dieren. Naast de algemene bepalingen zijn er ook specifieke bepalingen per huisvestingssysteem waar de pluimveehouderij aan moet voldoen.

Kooisystemen

Zogenaamde ‘batterijkooien’ en ‘verrijkte kooien’ voor leghennen zijn in Nederland niet meer toegestaan. Nog wel toegestaan zijn de koloniekooien (ook wel klein-volière genoemd). Deze bieden tenminste 800-900 cm2 per dier en een minimale totale oppervlakte van 2.500 cm2. Verder zijn een zitstok, een legnest en een scharrelmat aanwezig. Ondanks de verschillen met andere kooisystemen, blijft dit een systeem waarin de dieren geen goed welzijn hebben. Ze zitten in een kleine ruimte met maar weinig mogelijkheden om hun natuurlijk gedrag te tonen.

Scharrelkippen kunnen meer scharrelen en stofbaden nemen dan kippen in een verrijkte kooi. Toch hebben ook deze kippen weinig ruimte en zien ze weinig tot geen daglicht.

Scharrelstal

In een scharrelstal lopen de hennen in grote groepen los in een stal. De meeste stallen hebben een volièresysteem dat bestaat uit meerdere verdiepingen met legnesten, zitstokken en voer- en watervoorzieningen. Ook moet er strooisel aanwezig zijn. In een scharrelstal hebben de dieren meer mogelijkheden om te scharrelen en om een stofbad te nemen dan in kooihuisvesting. De dieren zitten nog steeds met veel dieren in een kleine ruimte en zien vaak weinig tot geen daglicht.

Bij scharrelbedrijven met 1 ster van het Beter Leven keurmerk hebben de kippen toegang tot een overdekte uitloop met veel daglicht en frisse lucht. Ook moeten in de stal daglicht en afleidingsmateriaal zoals strobalen aanwezig zijn.

Vrije-uitloopkippen kunnen scharrelen en stofbaden nemen.

Vrije uitloop

Een vrije uitloop gaat nog een stapje verder dan de scharrelstal en geeft de kippen de mogelijkheid om naar buiten te gaan. De natuurlijke omstandigheden stimuleren natuurlijk gedrag zoals scharrelen en het nemen van stofbaden. Belangrijk is dat de uitloop beschutting biedt in de vorm van bomen en/of schuildakjes, zodat de hennen kunnen schuilen tegen felle zon en roofvogels. Om voorbereid te zijn op slecht weer of situaties waarin de dieren binnen moeten worden gehouden, moeten alle vrije-uitloopstallen met 2 sterren Beter Leven keurmerk ook beschikken over een overdekte uitloop.

Biologisch

Biologisch gehouden kippen zitten in vrije-uitloopsystemen. Ook moet hun voer van biologische afkomst zijn en mogen ze niet vaker dan één keer behandeld worden met bijvoorbeeld antibiotica. Daarnaast hebben ze meer ruimte in de stal. In totaal mag een stalcompartiment maximaal 3.000 leghennen bevatten. Tot slot hebben ze meer ruimte op de zitstokken per hen. Biologische eieren krijgen 3 sterren van het Beter Leven keurmerk.

Welzijnsproblemen

De belangrijkste problemen in de leghennenhouderij op gebied van dierenwelzijn komen door grote aantallen dieren in een kleine ruimte en te weinig ruimte per dier. Daarnaast is het gebrek aan verrijking en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen een bron van problemen en is er te weinig daglicht in de stallen. Ook vogelgriep is een groot probleem in deze sector, daarover lees je hier meer.

Eendagshaantjes

Omdat ze geen eieren leggen hebben eendagshaantjes van legrassen geen waarde voor de pluimveesector. Met als gevolg dat er in Nederland ieder jaar ruim 40 miljoen haantjes, direct nadat ze uit het ei komen, worden gedood; wereldwijd gaat het zelfs om 5 miljard dieren. Gelukkig wordt er gewerkt aan verschillende oplossingen waardoor het doden van de haantjes hopelijk snel tot het verleden behoort. Zoals het bepalen van het geslacht in het ei, waarna de mannelijke eieren niet worden uitgebroed, of het opfokken van de haantjes. Uiteindelijk zien wij het liefst robuuste dubbeldoelrassen, daar hebben de hennen én hanen minder welzijnsproblemen.

Verenpikken

Verenpikken is het uittrekken van veren bij andere kippen, wat kan leiden tot wonden. Pikkerij is een erg lastig gedragsprobleem dat grote welzijnsproblemen veroorzaakt en dat veel verschillende aanleidingen kan hebben. Hierdoor is het moeilijk om dit gedrag volledig te laten verdwijnen. Voldoende ruimte en afleidingsmateriaal helpen het probleem te voorkomen.

Licht

Voor kippen is zicht belangrijk, licht heeft daarom een grote invloed op dierenwelzijn. In de wet wordt nu 20 lux (eenheid van lichtintensiteit) voorgeschreven. Dit is niet genoeg voor de kip om zich goed te kunnen oriënteren. Daglicht kan een positieve invloed op het verenkleed hebben. Behalve licht, is voor een goede nachtrust een donkere periode ook belangrijk.

Botbreuken

Zowel bij hennen in kooien als in scharrel- en uitloopsystemen komen vaak afwijkingen aan het borstbeen voor, zoals vervormingen en breuken. Deze afwijkingen hebben waarschijnlijk verschillende oorzaken. Om borstbeenvervormingen en –breuken te voorkomen is het belangrijk om goed voer te geven, de stal veilig in te richten, zorgen dat de kippen niet schrikachtig zijn en robuuste hennen te houden die sterke botten hebben.

Transport

Als hennen niet meer genoeg eieren leggen, gaan ze naar het slachthuis. Bij het vangen lopen ze vaak breuken en verwondingen op, omdat dit snel en ruw gebeurt. Een betere manier van vangen is de ‘rechtop vangmethode’, waarbij de kippen in plaats van aan de poten, rechtop worden vastgehouden. Dat is minder stressvol en de kans op verwondingen is kleiner. Omdat leghennen weinig vlees op hun botten hebben, leveren ze nog maar weinig op. Daarom worden hennen vaak geslacht in landen zoals Polen, waar het slachten minder duur is. Dit betekent dat ze een lang transport moeten ondergaan waarbij ze dicht op elkaar zitten zonder water en voer.

Wat wil en doet de Dierenbescherming?

De Dierenbescherming wil huisvestingssystemen waarin de dieren hun natuurlijk gedrag kunnen uitvoeren en waarin abnormaal gedrag, zoals verenpikken, niet voorkomt. Het Beter Leven keurmerk stelt hogere eisen dan de wetgeving en bereikt zo een beter welzijn voor veel leghennen. De Dierenbescherming denkt actief mee en ondersteunt nieuwe initiatieven voor huisvesting van leghennen. Zo hebben we de Rondeel- en Kipsterstal 3 sterren van het Beter Leven keurmerk toegekend. In deze stallen hebben leghennen veel ruimte, daglicht en verrijking.

Wat kun jij doen?

Door het kopen van eieren met ten minste één ster, maar het beste drie sterren, van het Beter Leven keurmerk ondersteun je de ontwikkeling van diervriendelijker houderijsystemen.

Factsheet Leghennen

Wil je meer lezen over dit onderwerp? Lees hier onze Factsheet Leghennen..

Voor een diergerichte, duurzame veehouderij

De veehouderij heeft al jaren te maken met crises en structurele problemen. Daarom hebben we het Deltaplan Veehouderij opgesteld. Hierin schetsen we hoe een diergerichte, duurzame veehouderij er in 2050 volgens ons uit moet zien.

Andere berichten over veehouderij