De gewonde das aan de kant van de weg
Jacques, Elianne en Mees van Dierenambulance Noord en Midden Drenthe, kunnen hun geluk niet op als ze na een melding van een aangereden das tot hun verbazing zien dat het dier inderdáád nog leeft. Dassen zijn schuwe nachtdieren en de meeste meldingen die binnenkomen gaan over dode dassen. Je om een levend exemplaar mogen bekommeren is uitzonderlijk. De prachtige bosbewoner ligt er dan wel treurig bij; bebloede bek, ogen dicht alsof hij slaapt en de natte, koude vacht glinsterend in het vroege ochtendlicht. Toch lijkt er een voorzichtige ademhaling zichtbaar.
Door: Inez BruinsmaRedacteur Online

Een betoverend maar niet geheel ongevaarlijk roofdier
In de berm aan de kant van een doorlopende weg, vlakbij een weiland en een sloot ligt de das. Hoe tot de verbeelding sprekend het prachtige dier ook is, met zijn karakteristieke zwart-witte kop, dikke pels en guitige kraaloogjes: het is toch een zeer gevaarlijk roofdier met een beet als een pitbull en korte, krachtige poten.
Het is zaak om voorzichtig te werk te gaan. Een gezonde das die alert en wakker is benader je zelfs met de dikste handschoenen niet zomaar, omdat het risico gegrepen te worden en daarbij gewond te raken simpelweg te groot is. Steek je handen naar een das uit en je bent ze kwijt. Onze dierenbeschermers zijn hiervan op de hoogte en gaan niet ondoordacht te werk. Elianne in het bijzonder is op de situatie voorbereid. Het toeval wil dat ze kort geleden nog een informatiemiddag bij Wildopvang de Fûgelhelling heeft bijgewoond.
Een wat stuntelige patiënt komt bij
Na kort de tijd te hebben genomen om de situatie in te schatten en aandachtig te hebben rondgekeken of de kust verder veilig is (waarschijnlijk heeft de das inderdáád een flinke klap van een auto gehad) is het tijd om in actie te komen. Achterwacht Boukje geeft werkinstructies via de telefoon. Ondertussen begint de das bij te komen: hij is wankel op de poten, glijdt richting sloot en begint daar onhandig rond te stuntelen. Ondanks dat er op het eerste gezicht weinig uitwendig letsel zichtbaar is, is duidelijk dat het dier er niet best aan toe is en dringend hulp nodig heeft. Bovendien is het zeiknat en de angst bestaat dat het met een paar onvaste stappen zichzelf zo de sloot in zal storten. Jacques, een grote man met stevige schoenen, recht zijn schouders en trekt zijn handschoenen aan.
Bij gebrek aan beter wordt er een skykennel (transportbox) uit de dierenambulance gehaald om de das in te vervoeren. Een gezonde das was daar zo doorheen gebroken, maar dit exemplaar is zo verzwakt en er zit nog zo weinig beweging in het beestje, dat de gok toch wordt gewaagd. Jacques weet het achterwerk van de das een klein stukje omhoog te tillen, zodat de kennel er voorzichtig onder kan worden geschoven. Het deurtje wordt dichtgedaan en de das wordt door Jacques en Mees richting dierenambulance gedragen.
Herstellen bij Wildopvang de Fûgelhelling
De dierenarts wordt gebeld maar bij aankomst wordt het (vanwege een gebrek aan ervaring met dassen) niet aangedurfd om de das van veel dichterbij te bekijken. Het is evident dat het dier nog leeft en het zal in ieder geval wel een fikse hersenschudding opgelopen hebben. Toch is er op een bebloede bek na weinig te zien. Zou de das met voldoende rust helemaal kunnen herstellen?
In de wildopvang in Ureterp wordt een box in een stal klaargemaakt waar het dier mag verblijven. Met vers stro om in weg te kunnen kruipen en zo donker mogelijk om de illusie van een veilige dassenburcht te wekken. Bij het in de stal zetten van de patiënt zijn de medewerkers van De Fûgelhelling uiterst voorzichtig. Het zal niet de eerste keer zijn dat een gewond, onderkoeld dier van de warmte in de dierenambulance plots bijkomt en na de rit ineens sterker en actiever wordt. Met een grote plank als schild om benen en voeten te beschermen, wordt de das in de stal gezet. Daar verdwijnt hij direct in het stro. Waarschijnlijk gaat het om een mannetje, een ‘beer’. Hij zal goed in de gaten worden gehouden door de professionals van de wildopvang en ook het personeel van de dierenambulance wil op de hoogte gehouden worden. Wat een geweldig dier! En wat een unieke reddingsactie! Toch is er door alle betrokkenen weinig hoop op een goede afloop.
Sondevoeding en de das blijkt een vrouwtje
Die twijfel blijkt onterecht! Hoewel het een paar dagen spannend is knapt de das toch op. Aan de opgezette tepels is te zien dat het waarschijnlijk toch om een vrouwtje gaat. Nu maar hopen dat ze geen jongen heeft… en omdat ze na twee dagen nog steeds niet zelfstandig wil eten, besluit De Fûgelhelling dan maar om tot sondevoeding over te gaan. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want je doet zo’n bek niet even open om een slangetje naar binnen te duwen. De truc is een sonde bevestigen aan een lange stok, de das erin laten bijten en dan snel vloeibare voeding naar binnen spuiten. Het werkt redelijk, en zo kan de das toch worden gevoed en een beetje beter op krachten komen.
Ondertussen is er contact met de Dassenwerkgroep van de regio om te vragen waar de burcht zit. Nadeel: er zijn wel drie burchten in de omgeving waar de das is gevonden. Het is dus van belang dat ze zo snel mogelijk weer wordt uitgezet; anders kan ze haar burcht misschien niet terugvinden omdat de geur is vervlogen. Mocht ze jongen hebben, dan moet ze daar natuurlijk ook naar terug. Zodra ze eet, poept en er geen bloed meer te zien is mag ze worden vrijgelaten.
De vrijlating
Als nachtdier is het fijn voor de das om zo laat mogelijk te worden uitgezet. En uiteraard op een veilige plek. Medewerkers van de Fûgelhelling, vrijwilligers van de Dassenwerkgroep én Elianne en Annemay van Dierenambulance Noord en Midden Drenthe zullen de klus klaren. Om 17:30 uur hebben ze afgesproken bij de wildopvang, waar de das al in een metalen bench mét geïmproviseerde handvatten klaarzit. “Raak de bench niet met je blote handen aan, ze is heel boos!” luidt het dwingende advies. Na door een nat weiland het bos in te zijn gedragen en nabij gangen en pijpen van een dassenburcht te zijn neergezet op een rustig plekje, is de das een uur later vrijgelaten. Onderweg gaat ze flink tekeer en is ze hartstikke boos, maar als het eenmaal tijd is om te gaan blijft ze rustig liggen. Dan staat ze langzaam op, waggelt relaxed het bos in en staat nog een tijd bij één van de tunnels te snuffelen. Ze draait zich nog één keer om en gaat, terug de wijde wereld in.

