Dierenbescherming wil boter bij invasieve vis
Reactie op RDA-rapport ‘(Was)beren op de weg
In de RDA-zienswijze ‘(Was)beren op de weg’ over de aanpak van invasieve exoten staan volgens ons een aantal interessante aanbevelingen voor een mogelijk diervriendelijker aanpak van dieren die als invasief en niet-inheems worden gezien. We hopen dan ook dat staatssecretaris Silvio Erkens (LVVN) boter bij de invasieve vis gaat doen, en de aanbevelingen van de Raad voor Dieraangelegenheden overneemt.

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter

De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) heeft op verzoek van toenmalige staatssecretaris Rummenie gekeken naar de groeiende problemen rond invasieve uitheemse diersoorten, zoals wasberen en nijlganzen. Deze soorten komen niet van nature in Nederland voor en kunnen soms schade veroorzaken aan natuur, landbouw en infrastructuur. Volgens het huidige beleid is ingrijpen daarop nodig.
Doden van dieren
Tegelijk zorgt dat ingrijpen in de praktijk vaak voor het doden van dieren, wat maatschappelijke en ethische vragen oproept. Dit rapport geeft daarom een inkijkje in hoe beleid volgens de RDA effectiever kan worden gemaakt, maar ook hoe men zorgvuldiger kan omgaan met dierenwelzijn en de manier waarop beslissingen worden genomen.
Met name de oproep om preventie en vroege signalering veel serieuzer te nemen, de aanpak van invasieve uitheemse soorten beter te organiseren en versnippering tussen overheden terug te dringen, is hard nodig. Ook het expliciet verankeren van dierenwelzijn in besluitvorming, zodat niet alleen het ecosysteem maar ook het individuele dier volwaardig wordt meegewogen, is een belangrijke stap vooruit. Daarnaast onderschrijven we de noodzaak van meer inzet op diervriendelijkere methoden en structurele investeringen in innovatie.
Innovatie
Innovatie is wat ons betreft namelijk nodig op vroege detectie en monitoring (aan de landsgrenzen), op het gebied van diervriendelijkere vangstmethoden (gebruik van vangmiddelen die soorten herkennen en dus minder bijvangst) en kooien die melding geven bij vangst, zodat men snel ter plaatse komt om dier uit lijden te verlossen. Maar ook: verbeteringen aan de habitat van natuurlijk in Nederland voorkomende soorten zodat zij betere overlevingskansen hebben en minder worden verdrukt, en samenwerking en afstemming over de landsgrenzen om de instroom te beperken.
Het dilemma van de wildopvangcentra is ook in het rapport te lezen. Want wat doe je als een aangereden nijlgans of wasbeer wordt binnengebracht. Het publiek verwacht dat het dier wordt geholpen en dat is ook de doelstelling van opvangcentra. Ze geven uitvoering aan de zorgplicht voor individuele in het wild levende dieren. Alleen mag het dier vervolgens niet meer vrijgelaten worden en is permante opvang vaak onmogelijk.
Doorpakken
Terechte constateringen, vinden wij. Maar tegelijkertijd roepen we de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op om nu echt door te pakken en boter bij de invasieve vis te doen. Mooie woorden over zorgvuldigheid en dierenwelzijn zijn niet genoeg als de uitvoering achterblijft. Dat betekent, wat ons betreft: meer regie, betere samenwerking tussen overheden, serieuze financiering voor preventie en innovatie en het wettelijk en praktisch borgen van dierenwelzijn in de dagelijkse praktijk. Op deze manier wordt het beleid eerlijker voor de dieren die het onderaan de streep treft.
Lees ook de publiekssamenvatting:
