Export zeer jonge kalveren hervat

Zeer jonge kalveren mogen weer vanuit Nederland naar verre bestemmingen zoals Spanje en Polen worden gereden. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geeft vanaf 1 juni 2017 opnieuw exportcertificaten af voor langeafstandstransporten van kalveren die jonger zijn dan 2 maanden, zogenoemde ongespeende kalveren. Deze transporten werden in 2015 verboden omdat er geen geschikte drinkwatervoorziening aanwezig was.
Export zeer jonge kalveren hervat

Het verbod was een eerste resultaat van de kalvercampagnein 2015 van de Dierenbescherming. Begin december van dat jaar startten we een campagne om de import van kalveren vanuit landen als Polen, Letland en Litouwen, die hier worden afgemest, te stoppen. Uit onderzoek in opdracht van de Dierenbescherming naar de import van kalveren bleek namelijk precies datgene wat de NVWA later ook zelf constateerde met betrekking tot de export: de dieren raken volledig uitgedroogd door gebrek aan drinken.

De jonge dieren hebben een zuigreflex en kunnen daarom niet overweg met de gebruikelijke drinknippels die door de dieren ingedrukt moeten worden om water te krijgen. Hierdoor konden de kalveren niet drinken na negen uur rijden, zoals in de Transportverordening voorgeschreven staat.

Op zich is het goed dat er nu kennelijk een systeem is ontwikkeld dat wél werkt; een nippel met een fopspeen die water geeft als er aan gezogen wordt. Daarmee lijkt één stressfactor van veetransport aangepakt. Al is dat maar betrekkelijk, want nog steeds geldt de Europees wettelijke regel dat pas na 9 uur rijden 1 uur gestopt moet worden om de kalfjes te laten drinken. Tijdens het rijden staat de drinkvoorziening uit. Maar kalfjes van nauwelijks 14 dagen oud zijn nog zuigelingen die om de twee à drie uur melk horen te drinken bij hun moeder. Bij het wettelijk reisschema van negen uur rijden, één uur alle kalfjes op de veewagen kort laten drinken, en dan weer negen uur rijden, blijft het risico op uitdroging aanwezig. De wet zou volgens de Dierenbescherming veel vaker drinken onderweg moeten voorschrijven.

Tegen uitputtend veetransport

De Dierenbescherming blijft zich verzetten tegen uitputtend veetransport, dus blijft óók tegen het over lange afstanden vervoeren van kalveren. De kalfjes zijn met een leeftijd van 14 dagen veel te jong om op transport te gaan. Het zijn nog zuigelingen waarvan het immuunsysteem nog niet volledig is ontwikkeld. Veetransport betekent op zijn minst heel veel stress en naarmate het transport langer duurt, uitputting. Ook is er kans op uitglijden, vallen, verwonding, ziekte en in extreme gevallen zelfs sterfte van kalfjes tijdens transport. Tot slot is transport van dieren over lange afstanden als Russische roulette met besmettelijke dierziekten. Dergelijke transporten behoren tot de grootste risico's voor het verspreiden van ziekten als mond-en-klauwzeer, varkenspest en vogelgriep.

De meeste kalvertransporten vinden plaats in veewagens met primitieve ventilatie- en temperatuurregeling. Het gevolg is dat de kalfjes tijdens transport vaak blootgesteld worden aan extreme temperaturen en vochtigheidsgraden. Het is dan ook geen wonder dat veel kalfjes onderweg of in de dagen na aankomst op de plaats van bestemming longontsteking en diarree krijgen. Gelukkig worden steeds meer kalfjes in gesloten, klimaatgestuurde wagens vervoerd waarin de temperatuur in de wagen op een constant niveau gehouden kan worden, ongeacht de weersomstandigheden buiten. Maar nog lang niet alle kalfjes worden in dergelijke wagens getransporteerd.