Heftige meldingen en dankbare bellers
Centralist Landelijke Meldkamer – Zoë Smit
Centralist Zoë is omringd door een zee van beeldschermen. In totaal staan er 87 stuks. “Ziet u deze kat vaker in de wijk lopen?” vraagt ze in het microfoontje van haar koptelefoon terwijl ze naar een van haar vier schermen tuurt. Ze typt en luistert geconcentreerd naar het verhaal van de melder. “Oké, dus een belbandje heeft u al geprobeerd. En de kat loopt mank zegt u?” Op de achtergrond zijn meer van dit soort gesprekken te horen. Er wordt dag en nacht gebeld bij de Landelijke Meldkamer van de Dierenbescherming. In 2024 zijn er maar liefst 170.000 telefoontjes afgehandeld!
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

Zoë zoekt de eerder benoemde locatie van de melder op en typt verder. “Aangezien de kat gewond lijkt, laat ik een dierenambulance komen hoor, mevrouw”, zegt ze. Ze rond het gesprek netjes af en zet de melding door naar een van haar dispatchcollega’s, die direct contact heeft met de dierenambulance uit deze regio. Zoë zet haar koptelefoon af en kijkt stralend op. Met handgebaren maakt ze haar collega’s duidelijk dat ze ‘even uit de telefoon’ is. De één steekt een duim naar haar op en de ander knipoogt goedkeurend. De rest belt ongestoord door.
Honden, katten, vogels, otters, egels…
Zoë grijnst van oor tot oor en neemt plaats aan de lange vergadertafel. “Ik werk nu een jaar als intakecentralist bij de meldkamer. Intakecentralisten zijn het eerste aanspreekpunt van bellers die een dier in nood melden”, legt ze uit. De meldingen variëren enorm. In het voorjaar barst het van de aangetroffen jonge vogeltjes en rondzwervende kittens, in het najaar zijn het vooral egels die hulp nodig hebben en rond oud en nieuw wordt de meldkamer voortdurend gebeld over weggelopen huisdieren. Daarnaast passeren ook aangereden katten, vastzittende zwanen, versufte dassen, verdwaalde slangen en nog veel meer dieren de revue.
Emoties lopen hoog op
“Bellers kunnen behoorlijk overstuur zijn over dieren in nood. We spreken geregeld huilende, boze, geschrokken, verwarde of bange mensen.” Zoë fronst en staart naar het tafelblad. “Logisch, het is gewoon naar om een dier pijn te zien lijden. Wat dat betreft doen we ons best om mensen gerust te stellen en om goed naar hun verhaal te luisteren.” Aan het begin moest Zoë behoorlijk wennen aan al die ongebreidelde emoties, maar inmiddels weet ze hier wel raad mee.

“Als we niet uitrijden, kunnen mensen ontzettend kwaad reageren. Bijvoorbeeld als we niet komen voor een gezonde buurtkat in iemands tuin of als we een egeltje dat overdag actief is en niets lijkt te mankeren laten lopen. Dan dreigen bellers met van alles. Maar wij houden ons gewoon aan de regels, dus ik weet dat ik goed zit. Ik bedenk me dan altijd dat boze mensen het beste met het dier voorhebben. Ik kan me voorstellen dat je gefrustreerd raakt als dat dier in jouw ogen niet geholpen wordt.” Mensen vergelijken de dierenambulance ook regelmatig met een ‘mensenambulance’. “Onze dierenambulancemedewerkers zijn niet medisch onderlegd, ze vervoeren de dieren alleen naar de specialisten”, legt Zoë uit.

Sommige gesprekken blijven heftig. “Zoals meldingen over katten die per ongeluk nog in de wasmachine zaten terwijl die heeft gedraaid of dieren die aan flarden werden gescheurd door iemands hond en die zichtbaar pijn leden. Dergelijke meldingen delen we altijd even onderling. Je kunt je soms zo machteloos of droevig voelen na zo’n situatie. Het lucht op om dat samen te bespreken.”
Fijne gesprekken
Gelukkig bellen er ook héél véél dankbare mensen die juist vrolijk en opgelucht reageren. Mensen die verbaasd zijn dat de dierenambulance voor gewonde vogeltjes rijdt of die blij zijn dat dieren een tweede kans krijgen. “Je krijgt veel waardering. Mensen voelen zich gehoord en hebben het idee dat ze iets goeds gedaan hebben… wat ook zo is”, zegt Zoë. “Waar ik zelf intens blij van kan worden is als we een vermist dier kunnen herenigingen met de eigenaar. Soms zijn dieren al maanden weg. Zo belde er laatst een dame over haar vermiste kat. Later kwam er via de dierenambulances een kat binnen die exact voldeed aan de gegeven beschrijving. Als dan ook de chip nog klopt denk ik ‘o yes, ik kan deze mevrouw heel blij maken’.”
Onvergetelijke meldingen
Zoë nipt aan een glas water en kijkt glunderend op. “Als nare situaties goed aflopen, geeft dat veel voldoening.” Ze zet haar glas op tafel, veegt met haar mouw een druppel van de beslagen rand en recht haar rug. “Zo werden er een keer kittens aangetroffen bij een tankstation aan de snelweg. Het blijft een aanname, maar je kunt ervan uitgaan dat ze daar gedumpt zijn. Onbegrijpelijk… De kittens waren piepklein, onderkoeld en duidelijk nog afhankelijk van hun ontbrekende moeder. De dierenambulance bracht ze als een speer naar het dierenasiel. Daar werden ze onmiddellijk geplaatst bij een gastgezin dat dag en nacht intensieve hulp biedt. Ik hoorde later dat ze er allemaal bovenop kwamen en gezond en wel werden herplaatst. Eind goed, al goed! Als wij ietsje later waren gekomen voor deze kittens, hadden ze het niet overleefd. Zo mooi dat we samen het verschil kunnen maken!”

Gelukkig valt er ook zo nu en dan wat te lachen. “We zijn weleens gebeld voor een slang. We vroegen of ze het dier konden insluiten of dat ze er iets overheen wilden plaatsen. Even later werden we teruggebeld, want het bleek om een speelgoedslang te gaan."
Dierenbeschermer
Voordat Zoë bij de meldkamer werkte, was ze kinderopvangmedewerker. “Ik wilde wat anders, mijn moeder stuurde deze vacature door en dat leek me wel wat.” Een dierenvriend was Zoë altijd al en ze werkt graag met mensen. “Die omslag bleek een goede keuze. Iedere dag is anders, want je weet nooit wie je aan de lijn krijgt of welke dieren je kunt helpen. We kunnen dagelijks zovéél dieren helpen! Ik ga iedere dag met een voldaan gevoel naar huis. Ik doe dit werk echt met plezier.”
Ivo Putman van De Grote Tuinverbouwing interviewde Zoë over haar werkzaamheden.



