Hoe diervriendelijk zijn duurzame zalmboerderijen?
De Dierenbescherming zet zich al jaren in voor het welzijn van aquatische dieren zoals vissen en kreeften – dieren die vaak letterlijk en figuurlijk onder de oppervlakte blijven in het dierenwelzijnsdebat. In Nederland, én in Europa. Recent namen we een kijkje bij twee Deense zalmboerderijen en werden gesterkt in onze overtuiging: er valt nog een wereld te winnen voor aquatische dieren.
Door: Sammy Slinger-KochAdviseur In Het Wild Levende Dieren


Met de Aquatic Animals-werkgroep van onze Europese koepel Eurogroup for Animals bracht ik kortgeleden een werkbezoek aan twee zalmboerderijen in Denemarken. Belangrijk om je te realiseren: dit zijn dus twee bedrijven die de deur open hebben gezet om dierenwelzijnsorganisaties te verwelkomen en trots zijn op wat ze hebben neergezet. Beide bedrijven gebruiken een zogenaamd recirculating aquaculture system (RAS): een gesloten systeem op land waarbij water continu wordt rondgepompt en gezuiverd en de leefomstandigheden volledig gecontroleerd zijn. RAS wordt vaak gezien als een duurzaam en toekomstbestendig alternatief voor wildvangst en de vissenhouderij in open systemen (zoals op zee). Maar de vissen leven in kale, monotone bassins in veel hogere dichtheden dan bij open houderijsystemen.
Kale bassins als gemene deler
Het eerste bedrijf dat we bezochten was een gigantische loods met een windmolen ernaast aan de duinen. Alles was gloednieuw, bijna klinisch en ingericht op het verkopen van rondleidingen aan toeristen van cruiseschepen die aanleggen in de haven om de hoek. Na een gepolijst verkooppraatje volgde zo’n rondleiding, langs alle levensfases van de zalmen. In de eerste ruimte zagen we stellingkasten met zwarte lades waar de eitjes in uitkomen, en in de daarop volgende ruimtes steeds groter wordende ronde bassins.
Het contrast met het tweede bedrijf was groot. Na vijftien productiejaren oogde het doorleefd: groene aanslag in de bassins, aangekoekt voer op de voedersystemen en rondzwervend afval in de loods. Wel was er één gemene deler tussen beide bedrijven: veel vissen, op een kluitje, die 24 uur per dag geacht worden om rondjes te zwemmen in kale bassins zonder enige vorm van verrijking of de mogelijkheid om natuurlijk gedrag uit te oefenen. En dat twee jaar lang. Op z’n zachtst gezegd geen vrolijkstemmend beeld.
Wilde en gehouden zalmen: beiden lijden
Wilde Atlantische zalmen hebben het moeilijk, onder andere door overbevissing, klimaatverandering, vervuiling en fysieke barrières. Maar ze hebben ook te lijden onder gehouden zalmen, bijvoorbeeld door ontsnapping van de gehouden zalmen uit open systemen op zee, wat zorgt voor concurrentie, genetische achteruitgang en ziekteverspreiding.
Over het slechte welzijn van gehouden zalmen in open systemen schreven we in 2018 al eens een blog. Kort samengevat: veel leed. Beide ‘soorten’ zalm zijn geen goede optie voor op het bord wat ons betreft.
RAS tackelt een aantal van de problemen die wildvangst en de open houderijsystemen met zich meebrengen. Zo zijn de veelgenoemde voordelen van RAS: minder overbevissing en bijvangst, minder ziektes en medicijngebruik, lagere milieu-impact en een productie die continu door kan gaan waardoor de ‘zalmboer’ verzekerd is van inkomen. Maar hoe zit het met dierenwelzijn in RAS?
Dierenwelzijn uit het oog verloren

RAS biedt kansen op het gebied van duurzaamheid en kan een aantal problemen oplossen ten opzichte van wildvangst en open systemen. Maar helaas is het welzijn van de dieren uit het oog verloren en kunnen we zeker niet spreken van positief dierenwelzijn. Die kale, monotone bassins en hoge dichtheden kunnen leiden tot stress, afwijkend gedrag, hoge uitval en verminderde gezondheid. Als we écht willen spreken van een toekomstbestendige aquacultuur, moet positief dierenwelzijn een integraal onderdeel zijn van het systeemontwerp.
RAS ook in Nederland in opkomst
Gelukkig alleen in het buitenland, toch? Nou, niet per se. Om te beginnen komt bijna alle zalm die Nederlanders eten van gehouden zalmen uit het buitenland, dus mogelijk ook uit RAS. Maar ook hier is deze vorm van aquacultuur in opkomst. In het Noord-Brabantse Maashorst is sinds 2023 de eerste RAS-zalmboerderij in bedrijf genomen. Zowel de EU als de Nederlandse overheid zet hard in op groei van de aquatische sector, die als belangrijke voedselbron wordt gezien voor de toekomst. Volgens branchevereniging NeVeVi (Nederlandse Vereniging van Viskwekers) zit de Nederlandse viskweek in de lift. Tegelijkertijd is het lastig om een beeld te krijgen van hoe groot deze sector is.
Volgens onderzoek van Compassion in World Farming (CIWF) zouden er in Nederland in 2023 28 grote aquacultuurbedrijven zijn, die samen 15 miljoen vissen per jaar slachten. Maar hoeveel daarvan via een RAS-systeem zijn gehouden, is niet bekend. Branchevereniging NeVeVi berichtte over 16 viskweekbedrijven in 2023 die samen 6.669 ton aan vis produceren. Hun ledenaantal is volgens de website echter hoger: op de ene webpagina staat 24, op een andere 37 viskweekbedrijven.
CIWF riep naar aanleiding van hun onderzoek de NVWA op jaarlijks over de kengetallen te rapporteren en hier transparant over te zijn. Maar helaas zonder resultaat.
Is een diergericht systeem überhaupt mogelijk?
Omdat de aantallen de komende jaren naar verwachting alleen nog maar zullen stijgen: zou er iets te verbeteren zijn aan het welzijn van zalmen en andere vissoorten in RAS? Minder vissen in de bassins of het toevoegen van verrijking (iets waar nog weinig onderzoek naar is gedaan)? Met de hoge operationele kosten, investeringen en lange terugverdientijd verwacht ik eigenlijk niet dat bedrijven daarvoor te porren zijn. Ik betwijfel daarom of dit in te passen is in het RAS-systeem én of het überhaupt mogelijk is een diergericht systeem te ontwerpen voor een niet-gedomesticeerd (dus wild) dier. Een zalm zal in gevangenschap simpelweg nooit het natuurlijke gedrag kunnen vertonen.
Al vele jaren zet de Dierenbescherming zich in voor het welzijn van aquatische dieren. Zo hebben we in het verleden ervoor gezorgd dat er onderzoek werd gedaan naar de vraag of vissen pijn en stress kunnen ervaren. Toen uit dat onderzoek bleek dat dit inderdaad het geval is, werd dit eindelijk door de Nederlandse overheid erkend. Maar desondanks zwijgt voor vissen nog altijd de wet. Het is zaak dat er Europese of op z’n minst Nederlandse soortspecifieke welzijnseisen komen voor aquatische dieren, en daar blijven we samen met andere dierwelzijnsorganisaties aandacht voor vragen.
Weten wat jij als consument kunt doen? Zie onze dossierpagina 'Meer begrip voor de vis'. Lees meer over welzijnseisen: Ook vissen hebben recht op dierwaardigheid.
