'Ik had op meer verbeteringen van dierenwelzijn gerekend'

Hoofdlijnenakkoord Kabinetsformatie

Gisteren zaten we op ons kantoor in Den Haag helemaal klaar om op het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen, PVV, VVD, NSC en BBB, te reageren. We waren heel benieuwd naar wat er over dierenwelzijn in zou komen te staan. Vooraf hadden we nog een brief naar de informateurs gestuurd met vier punten van aandacht, te weten een dierwaardige veehouderij, een einde aan de plezierjacht, wettelijke normen voor de huisvesting, voeding, medische zorg en algemene behandeling van huis- en hobbydieren en het terugdringen van het aantal proefdieren. Het duurde uiteindelijk tot midden in de nacht voordat de tekst van het akkoord ‘Hoop, lef en trots’ naar buiten kwam, dus vanmorgen vroeg hebben we onze eerste reactie gepubliceerd. Graag gebruik ik deze editie van de rubriek ‘Dierengeluiden op donderdag’ om wat dieper in te gaan op de dierwaardige veehouderij.

Ellen Bien

Door: Ellen BienDirecteur/bestuurder Dierenbescherming

'Ik had op meer verbeteringen van dierenwelzijn gerekend'

Dierwaardige veehouderij

Wat verstaan we onder een dierwaardige veehouderij? Dat is, kort gezegd, een veehouderij waarin dieren niet meer aangepast worden aan de plek en manier waarop ze gehouden worden (bijvoorbeeld door staarten te couperen, of ze te weinig ruimte te geven voor hun natuurlijke gedrag), maar dit wordt aangepast aan de dieren en juist aansluit bij hun natuurlijke gedrag. Dat vraagt van alle partijen in en rond de veehouderij dat ze meewerken aan een systeemverandering.

Wat hoopgevend is, is dat in het hoofdlijnenakkoord wordt aangegeven dat er concrete stappen worden gezet naar een toekomstbestendige, meer dierwaardige veehouderij. Daarvoor wordt per diersoort vastgelegd waar stallen aan moeten voldoen op lange termijn. In het akkoord wordt ook aangegeven dat veehouders een realistisch tijdpad krijgen om stallen, in een natuurlijk afschrijvingsritme, aan te passen. Ook zal het mogelijk worden gemaakt te starten met concrete pilots.

Een ‘natuurlijk afschrijvingsritme’ betekent afschrijvingstermijnen variërend van 7 tot in een enkel geval zelfs 40 jaar. Dat gaat wat ons betreft veel te lang duren en al die jaren krijgen dieren in de veehouderij nog geen volledig dierwaardig leven. Dat is gelukkig niet nodig. Het kan veel sneller als hiervoor uit de markt en door de overheid extra geld wordt betaald. Dat gebeurt nu ook al, bijvoorbeeld als supermarkten extra bijdragen aan investeringen in dierenwelzijn en als de overheid belastingaftrek geeft in het kader van de Maatlat Duurzame Veehouderij.

logo dierengeluiden

Valse hoop

“Trots, lef en hoop en het kunnen verdienen van een goede boterham zijn de kern van het land- en tuinbouw-, visserij- en natuurbeleid”, zo lezen we in het akkoord. Het vergt ook lef om boeren niet de valse hoop te geven dat het huidige model van de intensieve veehouderij houdbaar is, niet voor de meeste boeren, niet voor natuur en klimaat én niet voor het dierenwelzijn.

Het kabinet gaat niet over tot gedwongen uitkoop van boeren, maar houdt vast aan vrijwillige uitkoop die ook nog eens over langere tijd wordt uitgesmeerd. Hierdoor zullen boeren die overwegen te stoppen, bijvoorbeeld omdat hun stal niet aan de eisen van dierwaardigheid voldoet, minder geneigd zijn dit snel te doen. Ook wordt aangegeven dat er niet gestuurd wordt op gedwongen krimp van de veestapel. Dat is slecht nieuws voor de dieren en het klimaat, want slecht dierenwelzijn en opwarming van de aarde moeten nú aangepakt worden door krimp van de veestapel en/of door boeren te helpen hun veehouderijbedrijf dier- en klimaatvriendelijker te maken.

Wie gaat dat betalen?

Terecht geven de formerende partijen aan dat veehouders investeringen via een goed verdienmodel moeten kunnen terugverdienen. Daartoe zijn er, zoals hiervoor al aangegeven, twee mogelijkheden: de consument gaat een hogere prijs betalen of de boeren moeten via een fonds of fiscale regeling gecompenseerd worden voor het versneld afschrijven van hun stallen die niet meer aan de eisen van een dierwaardige veehouderij voldoen.

We lezen in het akkoord dat de partijen bereid zijn te bekijken op welke manier de overheid hier een bijdrage aan kan leveren. Of hiervoor geld is gereserveerd weten we nog niet, maar als dat niet of onvoldoende is, is er een escape ingebouwd, dan wordt het beleid aangepast. Dat klinkt sympathiek, maar geeft onzekerheid voor de boeren en voor de dieren. Het kan zelfs een stap terug betekenen met het risico dat maatregelen op de lange baan worden geschoven.

Naar Europa

Ook zetten de formerende partijen in op aanpassing van Europese richtlijnen zodat ze werkbaar zijn en het verdienmodel van de boer ondersteunen. Waarbij onder andere de derogatie op de Europese Nitraatrichtlijn zou moeten worden aangepast. De Nitraatrichtlijn beoogt water tegen verontreiniging te beschermen, Nederland had een derogatie om tijdelijk meer mest uit te rijden dan de Nitraatrichtlijn toestaat. In het recente debat hierover in de Tweede Kamer weigerde demissionair minister Adema om hiermee terug te gaan naar Brussel, omdat hij dat na de vele eerdere pogingen volstrekt onhaalbaar achtte. Enig wensdenken kan de partijen dan ook niet ontzegd worden.

Lange afstand veetransporten

In het hoofdlijnenakkoord is de wens uitgesproken om veetransporten over lange afstanden aan banden te leggen. Hier zijn we uiteraard blij mee, want hoe langer diertransport duurt, hoe meer stress, uitputting, dorst, honger, verwonding, ziekte en zelfs sterfte hun tol onder de dieren gaan eisen. Ook hier is nog wel de vraag wat dit concreet gaat betekenen.

Conclusie

Ik zit hier met een dubbel gevoel terug te blikken op de afgelopen 24 uur. Er zijn wat hoopgevende punten, maar veel is nog onduidelijk of ontbreekt nog. Ik weet dat de details nog verder uitgewerkt moeten worden, dus ik roep de komende minister, wie dat dan ook wordt, alvast op om serieus werk te maken van meer verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn. De Dierenbescherming wil de overheid daarbij uiteraard graag helpen. Maar jij en ik, bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen ook zelf werk maken van meer dierenwelzijn. Laten we dus niet alleen naar de overheid kijken, maar ook naar wat we samen kunnen bereiken.