Limburgse modderbaden

Hoe confronterend de werkelijkheid van de vee-industrie is, beschreef ik in mijn vorige blog, toen ik in een slachthuis was om te observeren en kennis te vergaren. Uit de vele positieve reacties die ik hierop kreeg, maak ik op dat er behoefte bestaat om vaker een kijkje achter de schermen van mijn werk te geven. Wat overigens niet altijd vervelend hoeft te zijn.
Bert van den Berg

Door: Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij

Limburgse modderbaden

Tijdens een recent werkbezoek genoot ik bijvoorbeeld met volle teugen van de aanblik van dieren die gewoon kunnen doen en zijn wat ze willen. In dit geval een 'smerig' varken, rollebollend in de drek. Ik was te gast bij één van de negen boerderijen in Limburg die meedoen in de varkensvleesketen Livar (Limburgs Varken), waar je met eigen ogen kan zien wat het betekent als de Dierenbescherming zegt: minder, maar beter!

Minder varkens houden

Dat laatste is immers ons vertrekpunt als het gaat om de benadering van de vleesconsumptie in Nederland. Hoe simpel kan het zijn? Als je minder dieren opeet, kan je er stukken minder houden, die je dan weer meer ruimte kan geven. Natuurlijk weet ik best dat het gros van het varkensvlees voor de export is, maar het principe is een prachtige basis voor de inrichting van een duurzame varkenshouderij. En dat dat laten ze zien bij Livar.

De varkens leven daar als God in Limburg. En dat is niet zo gek als je de achtergrond van het concept kent. De dieren worden gehouden zoals dat eeuwen geleden gebruikelijk was in de kloosterboerderij van abdij Lilbosch in Echt. Ik zie tijdens het werkbezoekje voor me wat dat inhoudt: de varkens liggen dik in het stro en hebben een uitloop naar buiten. De zeugen boffen helemaal. Ze kunnen wanneer ze willen een weiland in, waar ze natuurlijk prompt met hun gewroet een grote kuil maken. En, voor het geval je dat nog niet wist: varkens zijn behoorlijk slim (sommigen zeggen zelfs intelligenter dan honden) en de dames anticiperen natuurlijk op een flinke plensbui, waarna het regenwater in hun zelf gegraven modderbad blijft staan!

Biggensterfte is dilemma

En nou moet ik tenslotte toch nog met een stukje confronterende werkelijkheid komen, want zélfs wanneer optimaal rekening wordt gehouden met het welzijn van dieren zoals bij Livar, is er een schaduwzijde: er gaan meer biggen dood als je varkens diervriendelijker houdt. Ik kan het helaas niet mooier maken. Biggensterfte is momenteel een actueel thema in de politiek en ik ben actief betrokken bij het onderwerp. Daarom heeft het dilemma, want dat is het natuurlijk wel, meer dan mijn gemiddelde belangstelling.

Welzijn moedervarkens

Kies je voor het welzijn van het moedervarken, wat ze bij Livar doen, dan wordt net als in de biologische varkenshouderij het dier in de kraamstal niet tussen stangen opgesloten. Dit gebeurt in de reguliere varkenshouderij wel om de eerste dagen na geboorte te voorkomen dat de zeug per ongeluk op één of meer van haar jongen gaat liggen en deze dooddrukt.

Het gevolg van het diervriendelijker concept is wrang genoeg dus wel een hogere biggensterfte, grofweg één op de vijf sterft kort na de geboorte al. Maar, op dit moment worden bij het klooster nieuwe stallen gebouwd, waar Livar onder meer experimenteert met zaken als het terugdringen van de biggensterfte en het verminderen van de ammoniakuitstoot door mest en urine direct te scheiden en snel uit de stal af te voeren. De intenties om varkens verantwoord te houden zijn dus dik in orde daar in Limburg. Pluim! Ik kom er hier zeker nog een keer op terug. De uitval van biggen is een serieus probleem.

Livar als delicatesse

Hoe dan ook, het vlees van Livar staat te boek als een delicatesse die verkocht wordt aan slagers en restaurants in het wat duurdere segment. Maar je kunt Livar-vlees bijvoorbeeld ook proeven bij de koffiehuisketen Bagels & Beans. O ja, en voor ik het vergeet, natuurlijk hebben we met de volste overtuiging Livar drie sterren van het Beter Leven Keurmerk toegekend. Meer hebben we er niet.