Listen very carefully...

Tijdens de voorbereidingen van onze petitie ‘Stop foute puppyhandel’ moest ik terugdenken aan mijn rechtenstudie. Ik volgde het vak 'Rechtsvergelijking', oftewel de studie van rechtstelsels in verschillende landen. Het vak werd aangeboden door een Franstalige Canadese professor. Ik herinner me een ziekenfondsbrilletje en een vlinderstrik. Ik herinnering me ook vaag dat hij 'Legrand' heette, maar dat zegt weinig, want ergens in mijn achterhoofd associeer ik hem ook met 'Baguette'. Hij was ook vaak wat nors, want wij, de studenten, vonden het maar een lastig vak. Dat kwam denk ik met name omdat de colleges bestonden uit het doornemen van een antropologisch boek over, als mijn herinnering me nu niet weer in de steek laat, de leefwijze van een pas ontdekt Sahel-volk.
Léon Ripmeester

Door: Léon Ripmeester Jurist

Listen very carefully...

Zijn centrale punt; rechtsvergelijkend onderzoek is niet 'alleen maar' het naast elkaar zetten van wetgeving uit verschillende landen, maar juist het verklaren van gesignaleerde verschillen en overeenkomsten. Dus als er dan weer eens een gruwelijk uit de hand gelopen conflictsituatie aan de orde kwam uit het bestudeerde Sahel-dorpje, en een student suggereerde een onbeholpen vergelijking met Nederland ('kan ze niet gewoon een echtscheiding aanvragen bij de rechtbank?'), dan kwam daar steevast een priemende vinger, een getormenteerde blik vanachter de ronde brillenglaasjes en de vaste berisping (met 'Allo 'Allo -accent): 'No, that is not comparitive law!'

Geen goede rechtsvergelijking

Nu, jaren later, moet ik toegeven dat zijn didactische aanpak werkte. Ik krijg regelmatig voorbeelden toegestuurd van buitenlandse dierenwelzijnswetgeving, met de ronkende aanbeveling dat ze 'het daar pas echt goed voor elkaar hebben'. Puur afgaande op wetteksten zouden alle dieren er goed aan doen om naar Zwitserland, Servië, Albanië of anderszins naar de Balkan te verkassen. I wonder...
Ook worden in 'rechtsvergelijkende' onderzoeken wel eens stukken wetgeving naast elkaar gepresenteerd (lees: geknipt en geplakt), waarna zwaar aangezette conclusies worden getrokken over 'waar de dieren het het beste hebben'. Bescherming van dieren teruggebracht tot een goedkoop 'Ranking the Stars'. Je moet natuurlijk méér weten over de achtergronden en motieven van de betreffende regelgeving, voor je er echt iets zinnigs over kunt zeggen. Ook over de eventuele toepasbaarheid ervan in Nederland. Dus is mijn wat verongelijkte reactie (verzuchting) dan meestal verrassend gelijk aan die van mijn Canadese professor: Ja, maar dát is geen goede rechtsvergelijking!

Toen ik dus voor onze petitie op zoek ging naar verbeteringen in de Nederlandse wetgeving om malafide hondenhandel tegen te gaan, hebben we onze Europese collega's om bruikbare voorbeelden gevraagd. Sommigen kwamen met enthousiaste verhalen over hun 'great new legislation', waarbij het bij nadere beschouwing ging om zaken die alleen toepasbaar, of zelfs maar te begrijpen, waren in de specifieke context van het eigen land. Of die we in Nederland allang kennen, zoals extra regels voor bedrijfsmatige dierenhandel.

Belgische- en Franse wetgeving

Echter, vanuit België en Frankrijk ontvingen we interessante input. In België bestaan zogeheten 'witte lijsten' waarop staat welke landen en welke individuele buitenlandse fokkers voldoen aan gestelde Belgische (minimum-)regels over de fok van honden. Alleen fokkers die hieraan voldoen mogen hun honden naar België exporteren. Een eerste selectie aan de poort dus voor wat betreft de -beter betrouwbare- hondenhandel. In Frankrijk moeten advertenties waarin honden te koop worden aangeboden bepaalde, zakelijke informatie bevatten over de dieren. Zoals chipnummers, herkomst, nestgrootte, wel of geen geregistreerde rashond. Daarbij moet elke aanbieder, particulier of bedrijfsmatig, zich laten registreren bij de overheid. Het bijbehorende registratienummer kan vervolgens ook via de advertenties worden geraadpleegd, en geeft aanvullende achtergrond-info over de aanbieder (bedrijfsmatig of particulier, aantal aangeboden nestjes, vestigingsadres e.d.).

De Belgische- en Franse wetgeving zorgen beiden voor meer inzichtelijkheid in de omvang en aard van de nationale puppyhandel. Voor de overheid en handhavers, maar in de eerste plaats vooral ook voor de consument. Deze krijgt zo eindelijk meer handelingsperspectief om een daadwerkelijk verantwoorde keuze te maken. De Nederlandse hondenkoper kan nu zelfs met de beste wil van de wereld meestal maar heel moeilijk inschatten 'of het goed zit'.

Frankrijk en België zijn in veel opzichten vergelijkbaar met Nederland. Alle drie zijn bovendien West-Europese afzetmarkten van puppy’s, die kampen met de gevolgen van de internationale, deels malafide handelspraktijken van (foute) fokkers. Nu onze buurlanden hun wetgeving hebben aangescherpt dreigt bovendien het gevaar dat Nederland extra aantrekkelijk wordt voor foute hondenhandel, indien wij daarin achterblijven. Dan worden we hondenhandelstechnisch gezien toch een heel klein beetje het wetteloze woestijndorpje uit mijn studieboek, maar dan gelegen achter de dijken.

Stop foute puppyhandel

Alle reden dus om te gaan zorgen dat we naar voorbeeld van België en Frankrijk nu snel ook onze wetgeving aan gaan scherpen. De Dierenbescherming is een petitie gestart die hierom vraagt bij de regering. Professor Baguette Legrand zou het er helemaal mee eens zijn. Teken dus vooral snel!