Nog meer reden om pluimveehouderij drastisch te hervormen

Vandaag meldt de Volkskrant dat omwonenden van pluimveebedrijven een verhoogd risico op longontsteking hebben. Uit een grootschalig onderzoek in Noord-Brabant van onder meer Universiteit Utrecht en UMC Utrecht blijkt mensen niet direct ziek worden van kippenstof, maar het evenwicht in hun bacterieflora verschuift waardoor ze meer vatbaar worden voor longontsteking. De Dierenbescherming ziet in dit onderzoek weer een reden om te pleiten voor een drastische hervorming van de pluimveehouderij.

Een kip zoekt pikkend en scharrelend naar voer en neemt af en toen een stofbad om haar veren te verzorgen. Dat behoort tot het natuurlijke gedrag van het dier. Tot voor kort mochten kippen in legbatterijen gehouden worden. Dicht opeen gepropt in zo’n draadgazen kooitje viel niets te scharrelen en te stofbaden en zag je in plaats daarvan afwijkend, gefrustreerd diergedrag. Het was dan ook hard nodig de legbatterij te verbieden.

Tegenwoordig mogen de kippen binnen in schuren en soms ook buiten in uitlopen scharrelen. Dat zorgt voor meer fijnstof en dat kan schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Dat is natuurlijk niet de bedoeling en een tegenstelling tussen dierenwelzijn en volksgezondheid is geboren. Natuurlijk wil de Dierenbescherming dat dierenwelzijn niet ten koste gaat van de volksgezondheid, maar omgekeerd moeten maatregelen voor de volksgezondheid ook niet ten koste gaan van het dierenwelzijn.

Geen simpele oplossingen

Maar de oplossing is niet de klok terugdraaien en de kippen weer in kooisystemen, zoals de zogeheten 'koloniekooien', gaan houden, want dan raken zij met hun welzijn van de regen in de drup.


Wetenschappers geven terecht aan dat er nieuwe stalsystemen ontwikkeld zullen moeten worden waarin de kippen kunnen scharrelen én waarin de uitstoot van stof zeer fors wordt gereduceerd. Maar die nieuwe systemen zijn er nog niet en de bestaande stallen gaan nog wel enkele tientallen jaren mee. Dus ook in de bestaande stallen zullen maatregelen genomen moeten worden tegen stofuitstoot. Met een luchtwasser op een stal kun je deze uitstoot met zo’n 80 tot 90% reduceren. De lucht in de omgeving van de stal wordt dan schoner, maar de kippen in de stal en de mensen die in de stal werken zitten nog steeds in het stof. Dat is geen integrale, duurzame oplossing.

Maatregelen aan de bron zijn beter, zoals ionisatie van stof, drogen van mest en het over het bodemstrooisel vernevelen van koolzaadolie. Dit soort maatregelen reduceert de fijnstofuitstoot met zo’n 30 tot 50%. Er blijft dus nog een aanzienlijke uitstoot over. Dat betekent voor alle betrokkenen een kleine verbetering, maar nog niet voldoende.

Te grote pluimveestapel

En dat brengt ons tot een ander punt; er zijn in het kleine, dichtbevolkte Nederland wel erg veel dieren. Zo telt ons land maar liefst zo’n 50 miljoen legkippen en zo’n 50 miljoen vleeskuikens. De meeste zitten ook nog eens in de omgeving van Barneveld en de omgeving van Venray. Met zoveel dieren en mensen dicht op elkaar is het geen wonder dat er problemen ontstaan. Dat kun je niet alleen met technische maatregelen oplossen, het mes moet in die veel te grote pluimveestapel.