Onuitvoerbare wetgeving snelgroeiende vleeskuikens

De titel van het wetsartikel is hoopgevend: ‘Verbod snelgroeiende vleeskuikenrassen’. Toen ik dit zag in de nieuwe conceptwetgeving voor dierwaardige veehouderij, maakte mijn hart even een sprongetje. Zou er dan eindelijk een einde komen aan de snelgroeiende kippen, en daarmee aan alle welzijnsproblemen die deze dieren hebben? Maar helaas, de invulling van het artikel sloeg die hoop redelijk dood: “Het is verboden vleeskuikens te houden die vanwege gefokte lichaamskenmerken niet in staat zijn zich op een natuurlijke manier voort te bewegen.”

Lisanne Stadig

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

Onuitvoerbare wetgeving snelgroeiende vleeskuikens
De Dierenbescherming heeft grote zorgen over de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Dierwaardige Veehouderij zoals die nu voorligt. Hoewel we erkennen dat er enkele goede stappen worden gezet, schiet de voorgestelde wetgeving in onze ogen flink tekort. Lees onze artikelen.

Invulling niet concreet genoeg

Op zich een mooi streven natuurlijk, maar niet de concrete invulling waar wij voor pleiten. Namelijk, een maximale groeisnelheid in combinatie met een lijst van goedgekeurde rassen, die voldoen aan bepaalde welzijnscriteria (zoals een lage incidentie van kreupelheid en andere pootproblemen). Dat dit systeem werkt, wordt al bijna twintig jaar bewezen in het Beter Leven keurmerk. Daarom hebben we een dergelijke constructie ook opgenomen in ons plan met de pluimveesector in het kader van het convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’. Een lijst goedgekeurde rassen in combinatie met een groeisnelheid van hoogstens 45 gram per dag (ter vergelijking: dit is soms meer dan 70 gram per dag bij snelgroeiende rassen) zorgt ervoor dat vleeskuikens een beter welzijn hebben. Dit laten studies zoals deze keer op keer zien. De sterfte is lager en de pootgezondheid beter, waardoor de dieren actiever zijn en beter hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen.

Open norm roept veel vragen op

Natuurlijk zijn er meer verschillen tussen Beter Leven vleeskuikens en gangbare vleeskuikens (zoals de ruimte die ze krijgen en een overdekte uitloop), maar het ras speelt een onmisbare rol in het betere welzijn van Beter Leven vleeskuikens. Snelgroeiende vleeskuikens kunnen simpelweg niet al het natuurlijke gedrag vertonen dat ze zouden willen, omdat hun lichaam hen daarin belemmert. In die zin is de invulling van het artikel in de nieuwe wetgeving niet onjuist, maar het is niet genoeg. Want hoe gaat de NVWA (de toezichthouder) straks in een kippenstal controleren of een vleeskuiken van het juiste ras is? Wat wordt er precies verstaan onder “op een natuurlijke manier voort te bewegen”? Mag een kip zich dan ook kreupel voortbewegen, en zo ja, hoe kreupel? En hoeveel kippen mogen er dan kreupel zijn? Hoe weet de inspecteur of de dieren kreupel zijn door het ras, of door andere zaken zoals het management? Dit soort open normen hebben op andere onderwerpen in het verleden al vaak gezorgd voor ellenlange discussies, waar de dieren niet mee geholpen zijn.

Zorg voor lijst van goedgekeurde rassen

In plaats van deze open norm pleiten wij dus voor een maximale groeisnelheid, in combinatie met een lijst van goedgekeurde rassen. Naar voorbeeld van het Beter Leven keurmerk en ook buitenlandse systemen zoals RSPCA Assured. In de Nota van Toelichting erkent het ministerie van LVVN de voordelen van trager groeiende rassen, maar schrijft ze ook dat het onwenselijk is om rassen in de regelgeving vast te leggen omdat er nieuwe rassen ontwikkeld kunnen worden. Dit kan echter vrij makkelijk opgelost worden door de goedgekeurde rassen vast te leggen in de Regeling houders van dieren. Hierin kunnen vrij eenvoudig aanpassingen gemaakt worden, zonder dat dit lange (politieke) procedures vergt.

Het andere argument van het ministerie is dat een maximale groei per dag vastleggen ervoor kan zorgen dat dieren beperkt gevoerd gaan worden. Dit is vanuit dierenwelzijnsoogpunt inderdaad onwenselijk, maar ook hier is een oplossing voor. De maximale groeisnelheid moet gekoppeld zijn aan het ras: bij een groep dieren van dat ras wordt gekeken hoe snel ze groeien, en als de groei te hoog is wordt het ras niet goedgekeurd. De groeisnelheid is dus gekoppeld aan het ras en wordt niet voor iedere koppel opnieuw bij de veehouder beoordeeld. Wel is het dan nodig om een periodieke herbeoordeling van de rassen (bijvoorbeeld iedere vijf of tien jaar) te doen, om te kijken of de rassen in de tussentijd niet toch zo zijn gefokt dat ze wat sneller zijn gaan groeien.

Goede intentie, uitwerking vereist aandacht

Kortom: het idee is goed, de intentie lijkt er te zijn, maar de uitwerking van dit artikel in de nieuwe wetgeving vereist aandacht. We hebben dit laten weten in onze reactie op de consultatie over de nieuwe wetgeving, en zullen dit ook voor de behandeling door de Tweede Kamer onder de aandacht blijven brengen.

Voor een dierwaardige veehouderij

De Dierenbescherming heeft grote zorgen over het voorstel Dierwaardige Veehouderij zoals die nu voorligt. Hoewel we erkennen dat er enkele goede stappen worden gezet, schiet de voorgestelde wetgeving in onze ogen flink tekort.

Meer artikelen Over de voorgestelde wetgeving